Analyse
EU: een zwalpend schip? 1 jaar geleden - dinsdag 3 mei 2016

De Europese vluchtelingcrisis drijft de politieke spanningen op de spits. Komt de EU op de helling te staan?

Op een paar uitzonderingen na beleggen we nog steeds niet in de eurozone.
Wel mag u 5% van uw portefeuille aan Zweedse aandelen besteden via de tracker
XACT OMXS30.
Het Verenigd Koninkrijk profiteert dan weer van een aantal typische kenmerken van zijn binnenlandse markt (o.a. volledige tewerkstelling). Ondanks de Brexit-onzekerheid, die momenteel weegt op de groei, mag u 15% van uw portefeuille aan Britse aandelen besteden via het fonds
Invesco UK Equity Fund.

 

Financiële impact

Vorig jaar kwamen er zowat één miljoen vluchtelingen aan in de EU. Deze stroom zal aanhouden zolang het conflict in dat land voortduurt. Al snel zorgden het onthaal en de verdeling van die mensen over de verschillende Europese lidstaten voor spanningen.

 

Er werden diverse financiële ramingen gemaakt, met soms heel uiteenlopende resultaten. Duitsland, dat het grootst aantal vluchtelingen opvangt, voorziet voor 2016 een budget van 17 miljard euro. Een instelling die aanleunt bij de werkgeversorganisaties mikt op een factuur van 50 miljard voor de komende twee jaar (huisvesting en maaltijden in opvangcentra en taal- en integratiecursussen). Een Duits econoom maakt dan weer gewag van 900 miljard euro op lange termijn, met inbegrip van alle kosten, ook die voor sociale zekerheid en pensioenen. Volgens een studie van het IMF is dat laatste cijfer uit de lucht gegrepen.

 

Op lange termijn hangt de financiële en economische impact af van de mate waarin de vluchtelingen geïntegreerd raken op de arbeidsmarkt, en dat is vandaag onmogelijk te becijferen. Op korte termijn hangt er aan de opvang wel een concreet prijskaartje.

 

Voor Duitsland zal dit wellicht net iets boven de 10 miljard zal liggen in 2016. Dat is dus lager dan het bedrag dat de regering heeft opzijgezet, wat te verklaren valt doordat er deels ook een positieve return is. Zo zullen de hogere overheidsuitgaven zich vertalen in een lichte toename van het bbp en van de fiscale inkomsten.

 

In verhouding tot de grootte van de economie is het trouwens Zweden dat de zwaarste financiële last zal dragen, met een kost die geraamd wordt op 1% van het bbp, vóór Denemarken (0,57%), Finland (0,37%), Duitsland (0,35%) en Oostenrijk (0,31%). Voor landen die buiten de migratie-routes liggen, zoals Spanje en Ierland, is de kostprijs momenteel nog 0%.

 

Financieel is de impact alles bij mekaar best nog wel draagbaar, temeer omdat het gros van de vluchtelingen in de rijkste landen terechtkomt.

 

Politieke impact

De vluchtelingencrisis is uiteraard niet de rechtstreekse oorzaak van alle politieke problemen in Europa. Wel dreef de crisis diverse spanningen tussen de Europese lidstaten op de spits en het feit dat ze zo moeizaam tot een gezamenlijke aanpak komen, toont het deficit van het Europese project aan. Het sluiten van de binnengrenzen, waardoor het vrij verkeer van personen (Schengenzone) de facto werd opgeheven, stimuleert het terugplooien op zichzelf en wakkert nationalistische gevoelens aan die bijv. in het VK koren op de molen zijn van voorstanders van een Brexit, of die er in Nederland voor zorgden dat het neen-kamp zegevierde bij het referendum over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne.

 

De vluchtelingencrisis doet ook de spanningen tussen Griekenland en zijn schuldeisers weer oplaaien, mede doordat Athene munt probeert te slaan uit het feit dat het door zijn ligging instaat voor de eerstelijnsopvang. In Oostenrijk domineert de asielcrisis al geruime tijd de debatten en hielp ze extreemrechts aan de overwinning in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen.

 

Conclusie: de EU belandt van de ene politieke crisis in de andere. De herhaalde politieke crisissen wegen op het moreel van de economische spelers en verhinderen op diverse terreinen de uitrol van een degelijk gemeenschappelijk beleid.

 

Zwakke economische prestaties

Bij gebrek aan politieke daadkracht en een gezamenlijke aanpak reageerden de lidstaten in erg verspreide slagorde, en vaak met een beleid dat de eigen competitiviteit en export moest aanzwengelen, ten nadele van andere Europese partners.

 

Met een monetair beleid dat er niet echt meer in slaagt om de euro te verzwakken en ook de kredietverstrekking niet vlotter krijgt, en zonder structurele hervormingen en een echt gemeenschappelijk beleid, is het dan ook geen wonder dat de economie van de eurozone geen grootse prestaties laat optekenen. Het is maar dankzij de historisch lage rentevoeten, dankzij de lage olieprijs die de koopkracht van de gezinnen ondersteunt, en dankzij de minder strakke budgettaire discipline dat de schade nog enigszins beperkt wordt.

 

Deel dit artikel