Analyse
Monetaire politiek: Fed normaliseert, ECB versoepelt 2 jaar geleden - woensdag 3 februari 2016

De monetaire politiek levert betere resultaten op in de VS en in Japan dan in Europa.

Rekening houdend met de mooiere vooruitzichten in de VS en in Japan dan in de eurozone, beleggen we
– 10 % van onze portefeuille in Amerikaanse aandelen via de tracker
iShares Core S&P 500 ETF
– 5 % in Japanse aandelen via het fonds
Aberdeen Global Japanese Equity A2.

 

Buitengewone toestand

Met leidende rentevoeten rond het nulpunt of zelfs negatieve rentevoeten en massale liquiditeitsinjecties op de markten is de monetaire politiek van de ontwikkelde landen nog nooit zo soepel geweest.

 

Officieel is het doel eenvoudig: de inflatiedoelstelling bereiken (2 % in de eurozone, alsook in de VS en Japan). Samengevat moet goedkoop geld de consumptie en investeringen stimuleren, de economie herlanceren en uiteindelijk de inflatie aanwakkeren. Ook de depreciatie van de euro wordt beoogd om zo exportbedrijven een duw in de rug te geven en de prijzen van ingevoerde goederen te verhogen. Ten slotte hebben centrale banken nog een objectief met hun soepel beleid, hoewel ze deze niet snel gaan toegeven, en dat is de hoog opgelopen openbare schulden goedkoop te kunnen laten financieren.

 

Resultaten?

– In de VS kan de Federal Reserve met een inflatie van 0,7 % en een terugkeer van volledige tewerkstelling een bevredigende balans voorleggen. Ze is dan ook begonnen haar monetaire politiek geleidelijk aan te normaliseren.

 

– De positieve inflatie in Japan houdt al 30 maanden aan (al bedraagt ze slechts 0,2 %). Daarnaast veroorzaakte de ingreep van de Bank of Japan een daling van de yen, een opsteker voor exportbedrijven. En na jaren van vertraging is er zelfs een nieuwe dynamiek in het land geslopen.

 

– In de eurozone is de balans minder bevredigend. Het enige objectief van de ECB, een inflatie van 2 %, is al drie jaar niet meer gehaald. De inflatie, bijna een heel jaar rond de 0 %, reageert niet meer op de monetaire impulsen.

 

Een nieuwe versoepeling wordt tegen maart verwacht maar zal helaas nog minder impact hebben dan de vorige… Hierdoor viseert de ECB namelijk het verkeerde doelwit met het verkeerde wapen. De zwakke inflatie is immers het gevolg van de daling van de grondstoffenprijzen en dan vooral van de olieprijs. Het zijn evenwel niet meer de ontwikkelde landen die deze markten sturen. De vraag uit de ontluikende landen heeft die rol overgenomen.

 

Daarenboven zal een extra monetaire impuls de consumptie en de investeringen niet aanzwengelen aangezien de reeds extreem gunstige financieringsvoorwaarden voor gezinnen, bedrijven en staten. De ingrepen van de centrale banken hebben ook op de wisselmarkten hun limieten bereikt en zijn uitgemond in een status quo. De stabiliteit van de euro tegenover de dollar de voorbije maanden is het mooiste bewijs hiervan. Zelfs op de financiële markten hebben de monetaire maatregelen steeds minder positieve effecten.

 

Gecoördineerde actie nodig!

De ECB kan niet alles alleen doen en vraagt al jaren om doeltreffende structurele maatregelen vanuit politieke hoek om de werkloosheid te verminderen en de groei te verhogen. De monetaire politiek heeft echter de verschillende regeringen in slaap gewiegd door het comfort van goedkoop geld. Dit is het grote verschil met andere grote ontwikkelde economieën, waar politieke en monetaire autoriteiten hun acties hebben gecoördineerd.

 

Hierdoor kon de VS de crisis achter zich laten en opnieuw een volledige tewerkstelling bekomen. De economie werd opnieuw op de rails gezet en is vandaag solide genoeg om te weerstaan aan internationale turbulentie.

 

In Japan is de samenwerking tussen de centrale bank en de regering compleet en samen werken ze het uitgestippelde plan uit dat er is gekomen na een gemeenschappelijk akkoord.

 

Gevolgen op de markten

De gecoördineerde acties in de VS en in Japan hebben zich vertaald in een sterkere stijging van de Amerikaanse en Japanse beurzen tegenover de markten uit de eurozone. Over de laatste vijf jaar hebben de Amerikaanse en Japanse beurzen een gemiddeld jaarrendement van respectievelijk 14,8 en 8,3 % geboekt, (6,4 % voor eurozone). Een mooie stijging die er ons al heeft toe aangezet een deel van onze winst in beide landen op te nemen.

 

Deel dit artikel