Analyse
Wat te doen gezien het moeilijk jaarbegin op de markten? 1 jaar geleden - maandag 25 januari 2016

Moet men panikeren of blijven vertrouwen hebben?

Een verlies van 6,7  voor de Bel 20 en de Amerikaanse S&P500, van 7,3 % voor de Stoxx Europe 50 en van 10,9 % voor de Japanse Nikkei: 2016 is duidelijk niet goed begonnen voor de beurzen. We zitten in een overgangsperiode met zure oprispingen die het vertrouwen van de beleggers ondermijnen.
We mogen niet blind zijn voor de risico's die voortvloeien uit een te hoge schuldenlast en moeten de gezondheid van de financiële sector goed blijven monitoren. Niettemin neemt de private vraag in de westerse industrielanden opnieuw toe. Maar ook in de groeilanden zijn de lagere grondstoffenprijzen goed nieuws.
De geschiedenis leert dat indien beurscorrecties zoals de huidige niet gepaard gaan met een economische recessie, de aandelenmarkten weer snel kunnen opveren eens de paniek gaat liggen. Een sterk signaal van de centrale banken kan volstaan om de beurzen de goede richting uit te duwen.

 

China en de grondstoffenmarkten

Dat de situatie in China de beleggers zorgen baart, is al lang geen nieuws meer. De groei vertraagt er, en zal dat in de toekomst blijven doen. Het groeicijfer van 6,9 % dat werd aangekondigd voor 2015 kan de markten niet overtuigen, aangezien andere indicatoren getuigen van een slabakkende industriële activiteit, productieprijzen die blijven dalen en een private schuldenlast die blijft groeien. De periode waarin China de hoofdmotor voor de wereldeconomie was, en waarin de vraag naar grondstoffen exponentieel toenam, is voorbij.

Wel is het olieverbruik van China in de eerste 10 maanden van 2015 met 6,7 % gestegen t.o.v. dezelfde periode in 2014. De duikvlucht van de olieprijs heeft m.a.w. meer te maken met een aanbod dat alsmaar overvloediger wordt, dan met een instorting van de vraag.

In de energiesector, de mijnbouw en de zware industrie wordt er steeds meer personeel afgedankt, worden steeds meer investeringsprojecten opgeborgen, en gaan steeds meer kleine spelers failliet. Geen positieve ontwikkeling, noch voor de tewerkstelling, noch voor de economische groei.

 

Financiële sector hardleers

In de VS is de rechtstreekse blootstelling van de banken aan de energie- en grondstoffensector niet te vergelijken met die aan de rommelkredieten ten tijde van de subprimecrisis. Maar ze is wel voldoende groot om ervoor te zorgen dat de banken hun voorzieningen beginnen op te trekken.

En daarnaast zijn er de obligaties uitgegeven door bedrijven uit de sector. Volgens sommige ramingen zou er voor een totaalbedrag van 180 miljard USD aan obligaties van bedrijven uit de energiesector een reëel risico op wanbetaling bestaan. En volgens S&P zou datzelfde gelden voor maar liefst 72 % van alle obligaties uitgegeven door ondernemingen actief in mijnbouw, staal of basismetalen. Hoe langer de lage olieprijzen aanhouden, hoe hoger die cijfers zullen worden...

Volgens een studie van McKinsey is de wereldwijde schuld gestegen van 142 000 miljard USD in 2007 naar 199 000 miljard in 2014! Zelfs landen met een traditioneel lage schuldenlast (o.a. China), zagen hun schuld fors toenemen, in die mate zelfs dat de overmatige schuldenlast (opnieuw) een groot gevaar vormt voor de wereldeconomie. Een gevaar dat nog tastbaarder is geworden sinds de leidende rente in de VS lichtjes werd verhoogd. Indien de marktrente zou volgen, zal de dreiging des te groter worden. Meteen de reden waarom een verdere verhoging van de rente door de Fed o.i. heel geleidelijk zal verlopen.

 

Ook positieve elementen

Maar de daling van de grondstoffen- en energieprijzen is ook goed nieuws voor de gezinnen, die nu meer budget overhouden om te besteden aan andere goederen en diensten. En die bestedingen boosten dan weer de lokale economie. De lage inflatiecijfers, een ander gevolg van de lage grondstoffenprijzen, maken het mogelijk om een erg laag rentepeil te handhaven en verbeteren de context voor gezinnen en bedrijven die grote aankopen of investeringen doen.

Zowel de Europese als de Amerikaanse economie doen het dan ook vrij goed en de gezinnen zouden moeten profiteren van de geleidelijke (verdere) daling van de werkloosheid. Dat is al zo in Duitsland, waar de consument moed put uit het vormpeil van de arbeidsmarkt en zich opnieuw ontpopt tot groeimotor van de economie. Ook in de VS zouden de gestegen koopkracht en de lage werkloosheid de private vraag moeten aanwakkeren, die nu al goed is voor ruim 70% van de economie. Bij de groeilanden maken Brazilië en Rusland een zware crisis door, maar er zijn ook landen zoals India en Indonesië, die garen spinnen bij de huidige context en die zich voorbereiden om hun infrastructuur (goedkoop dankzij rentecontext) op te waarderen. Ook China profiteert trouwens van de lagere grondstoffenprijzen.

 

Deel dit artikel