Analyse
Turkije: zal Erdogan alle problemen wegtoveren? 2 jaar geleden - dinsdag 10 november 2015

Tijdens de verkiezingen van 1 november haalde de AKP-partij van president Erdogan een absolute meerderheid.

Het resultaat van de verkiezingen werd door de markten enthousiast onthaald, maar de problemen van het land zijn verre van opgelost. De sterke groeijaren zorgden voor een weinig evenwichtige economie, een zwakke concurrentiekracht, te veel buitenlandse schulden en een te grote afhankelijkheid van de binnenlandse vraag. We verwachten zowel in 2015 als in 2016 een groei van 3 % (onvoldoende voor opkomende landen).

Obligaties bieden een hoge rente maar deze ligt te laag om de dure munt en de risico’s verbonden aan een te hoge buitenlandse schuld te compenseren. Van de beurs van Istanbul kan een hoger rendement worden verwacht dan op de beurzen uit de eurozone maar het risico is ook veel hoger.
VERMIJDEN.

 

Succes

Recep Tayyip Erdogan is sinds 2003 aan de macht (eerste minister, later president).
Sinds zijn aantreden heeft hij de infrastructuur van het land gemoderniseerd, de openbare financiën gezond gemaakt en buitenlandse investeerders het nodige vertrouwen gegeven.

 

Het land koos zijn eigen weg in plaats van te focussen op een mogelijke toetreding tot de Europese Unie. Inmiddels is Turkije een belangrijke speler geworden in een regio waar zijn politieke stabiliteit en zijn economische prestaties als voorbeeld kunnen dienen.

 

Onder Erdogan heeft het land gemiddeld een economische groei van meer dan 5,5 % geboekt. Dit is uitstekend gezien de Turkse economie vroeger van de ene crisis in de andere viel.

 

Problemen verre van geregeld

Om zich te financieren hangt de Turkse economie van buitenlands geld af (er wordt te weinig gespaard). Ook kampt Turkije met een stevig handelstekort en werd de Turkse appetijt voor ingevoerde goederen extra aangewakkerd door een gemakkelijke toegang tot krediet. De buitenlandse vraag naar Turkse producten is niet evenredig gestegen waardoor het tekort op de handelsbalans is toegenomen.

 

Turkije is dus meester geworden in het consumeren van buitenlandse producten met buitenlands geld. Een gegeven dat de economie verzwakt.

 

Weinig geloofwaardige centrale bank

De monetaire politiek van de Turkse centrale bank is niet altijd consequent. Zo is de inflatiedoelstelling van 5 % die in 2012 werd vastgelegd, nooit bereikt. Men verwachtte dat de centrale bank de rente zou optrekken maar onder druk van de regering koos ze voor een lagere rentevoet.

 

De obligatiemarkt heeft nota genomen van deze onmacht om de prijzen te stabiliseren en met een rente van 9,5 % behoort de Turkse leidende rentevoet tot de hoogste van de grote ontluikende markten.

 

Zeer fragiele economie

Gezien de hoge rente en de beperkte spaarquote hangt Turkije enorm af van schulden op korte termijn en speculatief buitenlands kapitaal om zich te financieren. Overheids- en privé-schulden op minder dan één jaar bedragen 25 % van het bbp en de buitenlandse schulden (bijna volledig in dollar of euro) liggen dichtbij de 55 %.

 

Het land zal dus een hogere rente in het westen zeer sterk voelen. Om dit alles te verhelpen, moet men de band tussen groei en tekorten op de handelsbalans breken, prijsstabiliteit verzekeren, concurrentiekracht verbeteren en groei stimuleren. Geen eenvoudige klus nu de wereldconjunctuur zwak is en beleggers wantrouwig staan tegenover de ontluikende markten.

 

Deel dit artikel