Analyse
Einde van de grondstoffensupercyclus 2 jaar geleden - donderdag 10 september 2015

De grondstoffenmarkten hebben het moeilijk. Naast de vrees voor een economische crisis in China, 's werelds grootste afnemer van heel wat grondstoffen, baart ook de gezondheid van de wereldeconomie zorgen.

Door de forse daling van de olieprijs vielen de resultaten van grote oliegroepen fors terug. De komende kwartalen zullen moeilijk blijven. Onze prioriteit gaat nu naar financiële soliditeit en operationele stabiliteit: op die basis is onze favoriet in de oliesector Exxon Mobil.
De prijzen voor koper en ijzererts zijn overdreven afgestraft en op middellange termijn zullen ze weer aantrekken.
Rio Tinto blijft koopwaardig.

 

China: 's werelds grootste grondstoffenafnemer

De voorbije decennia ontpopte China zich tot de grootste verbruiker ter wereld van tal van grondstoffen. Het land verbruikt meer dan 50 % van alle steenkool en meer dan 40% van alle ijzererts, koper, aluminium, nikkel, zink en lood. Ook is China de grootste importeur van olie.

 

De impact van een eventuele crisis in China zou dus immens zijn voor de grondstoffensector. Maar al groeit de Chinese vraag nu minder sterk, toch er is van een krimp nog geen sprake.

 

Factoren aan de basis van het einde van de supercyclus

De vrees voor een daling van de (wereldwijde en Chinese) vraag heeft de supercyclus in grondstoffen definitief een halt toegeroepen. Vroeger was de redenering om in de sector te beleggen eenvoudig: de groeiversnelling van de opkomende landen zou een opwaardering van hun infrastructuur vereisen en leiden tot meer rijkdom bij hun bevolking. Gevolg: een sterkere vraag naar grondstoffen en een stijging van de grondstoffenprijzen. Dat scenario werd ook als vanzelf bewaarheid met beleggingsproducten in grondstoffen die als paddenstoelen uit de grond schoten.

 

Bleek echter dat men teveel hoop stelde in de groeilanden en de geïndustrialiseerde wereld kwam verzwakt uit de crisis. Ook het feit dat de economische groei van China op termijn zal vertragen naar 3,5 % en de ontgoochelende cijfers van andere groeilanden, verklaren de minder gunstige grondstoffencontext. Het is dan ook op die realiteit dat de grondstoffenprijzen zich hebben afgestemd.

 

Rake klappen voor diverse landen en munten

– Australië en Nieuw-Zeeland, die sterk afhankelijk zijn van de Aziatische markten en vooral China, zagen hun munt het voorbije jaar 12 % lager duiken t.o.v. de euro.
– De Noorse kroon (-12 %) lijdt onder het grote gewicht van brandstoffen binnen haar economie.
– De Canadese economie is in recessie en de Canadese dollar verloor 4 % t.o.v. de euro.
–  De instorting van de prijzen voor bodem- en landbouwgrondstoffen maakte echter vooral brokken in Brazilië en Rusland, 's werelds twee grootste grondstoffenexporteurs die bovendien kampen met een flinke dosis binnenlandse problemen. Ze zijn allebei in recessie.

 

In Brazilië mag u blijven beleggen. Als het politieke kluwen er ontward raakt, zou dat het vertrouwen van de beleggers kunnen herstellen.

 

Rusland zouden we daarentegen mijden. De relaties met het westen blijven erg moeilijk.

 

Deel dit artikel