Analyse
Eurozone : de inflatie daalt te veel, de werkloosheid niet genoeg 3 jaar geleden - vrijdag 1 augustus 2014

In juli bedroeg de inflatie nog amper 0,4 % tegenover 0,5 % in juni. De Europese vooruitzichten blijven troosteloos.

We beleggen nog steeds het grootste deel van onze portefeuilles buiten de eurozone.
Op aandelenvlak maken het Verenigd Koninkrijk, de VS, Japan, Zweden, China, Mexico en Indonesië deel uit van
onze kernportefeuille.

 

Aangezien de inflatie ver onder de doelstelling van de ECB (iets minder dan 2 %) blijft, zullen de monetaire autoriteiten waakzaam moeten blijven en alles in het werk moeten stellen om deflatie te vermijden. Ze beschikken misschien wel over een belangrijke handlanger: de euro. Rekening houdend met het verschil tussen de Europese en Amerikaanse economie (groei van 4 % in VS in het tweede kwartaal), zal de Fed verplicht zijn om zijn monetaire politiek veel vroeger te verscherpen dan de ECB. De wisselmarkten hebben dit gegeven niet links laten liggen: de euro heeft wederom van haar pluimen gelaten en viel terug tot 1,34 USD en lager dan 138 yen.
Deze verzwakking zou tot een hogere inflatie moeten leiden in de eurozone, aangedreven door de prijzen van ingevoerde goederen (met in het bijzonder energie). De kans is groot dat de ECB niet meteen met nieuwe steunmaatregelen op de proppen zal komen, zeker nu de arbeidsmarkt een lichte verbetering liet optekenen: in juni is de werkloosheidsgraad teruggevallen tot 11,5 % tegenover 11,6 % in mei. Dit cijfer is beter dan de 12 % die een jaar geleden werd opgetekend maar het ligt wel een flink stuk hoger dan in andere grote economieën (de Europese groei is te zwak om een sterk herstel van de arbeidsmarkt mogelijk te maken).

Deel dit artikel