Analyse
Terugblik op het 1e halfjaar 2014 op de beurzen 3 jaar geleden - dinsdag 1 juli 2014

Een uitstekend 1e halfjaar voor beleggers.

De eerste helft van 2014 heeft de beleggers geen windeieren gelegd. Toch blijft de wereldwijde economische situatie slapjes, zijn er diverse risico's die blijven wegen op de groei, en slaagt de wereldwijde handel er niet in om weer aan te knopen met de niveaus van vóór de financiële crisis.

 

's Werelds grote centrale banken overspoelen de markten (vooral de obligatiemarkten) continu met liquiditeiten. Bijgevolg is de echte waarde van de activa voor de belegger vaak moeilijk te achterhalen. De verwachting is dat de tweede jaarhelft beter zal worden dan de eerste, wat de beurzen normaal zal ondersteunen. Maar gezien de erg lage volatiliteit en de huidige koersniveaus van de markten, kunt u uw portefeuille o.i. maar beter goed blijven diversifiëren en erg selectief blijven in uw beleggingskeuzes.

 

Na de koersklim sinds januari 2014 is de onderwaardering van de Amerikaanse beurs grotendeels weggewerkt. We steken een aantal winsten op zak maar de VS blijft wel in onze portefeuilles.

 

Beleggen in de eurozone is nog steeds niet interessant en de Beurs van Brussel is duur. Slechts enkele aandelen verdienen een plaats in uw portefeuille: Axa, GDF Suez, Delta Lloyd
Tot slot blijven de groeilandbeurzen van China, Mexico en Indonesië ons inziens koopwaardig. Raadpleeg
onze portefeuilles om hun precieze samenstelling te kennen.

 

Bewogen 1e halfjaar

Na de crisisjaren moest 2014 het jaar worden waarin alles eindelijk weer min of meer in zijn normale plooi zou vallen, waarin diverse landen weer zouden aanknopen met groeicijfers en de centrale banken de monetaire teugels terug strakker zouden aanhalen.

 

De realiteit draaide wat anders uit, en we kunnen stellen dat de eerste helft van 2014 bewogen was. – Geopolitiek ten eerste was er het conflict in Oekraïne (spanningen tussen het westen en Rusland tot gevolg) en de nieuwe opstoot van geweld in Irak.
– Op economisch vlak volstonden de barre winteromstandigheden in de VS om 's werelds grootste economie in het eerste kwartaal weer wat te laten krimpen.
– In de eurozone lijkt de overheidsschuldencrisis nog slechts een vage herinnering maar blijft het economisch herstel bijzonder flauw.
– In Japan is het inflatiedoel van 2% binnen handbereik is. Dit is echter te danken aan de algemene btw-verhoging en niet zozeer aan een heropleving van de vraag.
– De groeilanden tot slot, beleefden opnieuw een kleine crisis die enerzijds veroorzaakt werd door de verwachting dat de Amerikaanse rentevoeten zouden stijgen, en anderzijds door de blijvende vragen rond de Chinese economie.

 

Beurzen scheren hoge toppen

Toch bereikte de Amerikaanse S&P 500 in het 1e halfjaar hier en daar recordniveaus. Ook in Europa bereikten bepaalde indexen hoogtepunt of niveaus die ze al in jaren niet meer hadden behaald!

 

Bij de groeilandbeurzen waren er een aantal die pas op de plaats maakten (o.a. Mexico, Brazilië,...), maar diegene die in 2013 hard afgestraft werden door de grotere beleggersvrees kregen de eerste helft van dit jaar duidelijk weer meer kleur (Turkse beurs: +15%, Indiase beurs: +22%).

 

Ook obligatiemarkten hogerop

De Amerikaanse rentevoeten op 10 jaar bedroegen begin 2014 nog 3% maar zijn intussen gedaald tot 2,6%. Ook in Europa daalde de obligatierente. Concreet betekent dit dat de beleggers met almaar lagere rentevoeten genoegen nemen. Anderzijds is het wel zo dat het inflatiegevaar vandaag niet thuis geeft en de centrale banken zelfs vrezen voor een deflatie.

 

Centrale banken voorop

De hoofdreden voor de algemene koersstijgingen van financiële activa ligt bij het monetaire beleid van de (grote) centrale banken. In de VS tekent zich een begin van monetaire normalisatie maar de liquiditeitsinjecties gaan voort en een eerste stijging van de leidende rente is wellicht pas voor 2015. Samen met de opkoop van activa door de Fed zorgt dit voor een erg gunstig klimaat voor de aandelenmarkten en voor de bedrijven.

 

In Europa blijft de ECB haar monetair beleid versoepelen om het deflatiegevaar af te wenden en de risicoappetijt aan te scherpen. Dezelfde trend zien we ook in Japan, waar ondanks een gespierde tussenkomst, denkt de centrale bank eraan om er nog een schepje bovenop te doen.

 

En terwijl diverse groeilanden in 2013 hun rentetarieven moesten optrekken om hun munten te verdedigen, kunnen ze vandaag het tij keren dankzij de zondvloed aan goedkope liquiditeiten. Ze kunnen zich dan ook (her)financieren tegen lagere rentevoeten.

 

Volatiliteit op dieptepunt

Door de activiteit en "alomtegenwoordigheid" van de centrale banken is de risicoaversie bij de beleggers afgenomen tot het laagste niveau van de voorbije zeven jaar. Ondanks de geopolitieke risico's (Oekraïne, Irak) is de VIX-index (peilt naar de volatiliteit van de beurzen) gedaald tot een bodemniveau. Dat wijst erop dat de markten de risico's onderschatten en het is precies op zo'n momenten dat er excessen worden begaan en dat het gevaar toeneemt.

 

De volatiliteit op de aandelenmarkten is erg laag, wat aangeeft dat de beleggers zich (te?) weinig zorgen maken over de diverse risico's die de wereldeconomie kunnen verstoren.
Als de volatiliteit erg laag is, hebben beleggers traditioneel de neiging om veilig geachte activa zoals goud de rug toe te keren. Maar daar is niets van aan. De goudkoers bedroeg begin 2014 zowat 1200 USD per ounce, vandaag is dat meer dan 1320 USD!

 

Goed rapport voor de bedrijven

Hoewel de conjunctuur geen hoge ogen gooit, overtuigden de bedrijfsresultaten voor het eerste kwartaal de beleggers. Voor de Amerikaanse bedrijven bleven de omzetcijfers soms wat bleekjes, maar de nettoresultaten beantwoordden aan de verwachtingen. De ondernemingen lijken eindelijk de grote berg aan beschikbare liquiditeiten te willen benutten om op zoek te gaan naar groei via overnames en om aandeelhouders te belonen via een gul dividendbeleid.

 

Cyclische sector hinkt achterop

De meer conjunctuurgevoelige sectoren hebben het sinds begin 2014 moeilijk door de traagheid van het economisch herstel en de vraagtekens rond de Chinese groei. De mijnbouwsector klom bijv. maar 2,4% hoger, de industriële machinebouw slechts 1,7%. De staalsector boerde zelfs 2% achteruit. De beleggers toonden wel grote interesse voor de halfgeleidersector (+17,5%), de farmasector (+12,1%) en de voedingssector (+6,4%). Die laatste twee kunnen bogen op solide prestaties en dito groeivooruitzichten.

Deel dit artikel