Analyse
2014 in het teken van de centrale banken 3 jaar geleden - woensdag 8 januari 2014

Na verschillende crisisjaren kondigt 2014 zich onder een gunstig gesternte aan. Een verbetering die zeker te danken is aan de centrale banken die in de toekomst een prominente rol zullen blijven spelen.

Voor onze portefeuilles, blijven we op aandelenvlak de voorkeur geven aan de meest dynamische economieën (VS, Verenigd Koninkrijk en China). 

 

Op obligatievlak kiezen we voor veiligheid. Zweden en Zwitserland hebben onze voorkeur. Vermijd evenwel de landen waar een gespierde interventie van de centrale banken de prijzen van deze activa kunnen onderuit halen (VS, VK en vooral Japan).  

 

Een freewheelende Fed

De Federal Reserve was de grote vedette in 2013 en zal dit ook in 2014 blijven. Ze heeft aangekondigd minder financiële activa op de markten te gaan aankopen (van maandelijks 85 miljard USD tot maximum 75 miljard USD in 2014), maar gaat niet onnodig hard op de rem staan: nieuwe verlagingen zullen zeer geleidelijk gebeuren om geen paniekbewegingen in te luiden. Het is dus geen verrassing dat de markten, die een einde van de stimuli hadden verwacht tegen midden 2014, eerder naar boven kijken. De overvloed aan liquiditeiten is gunstig voor de Amerikaanse economie (reeds forse groei, +4,1 % op jaarbasis in het derde kwartaal) en zou ook moeten toelaten de gevreesde beurscorrectie uit te stellen. De normalisatie op de obligatiemarkten gebeurt dan weer met kleine stapjes.

 

ECB beperkt in zijn rol

De Europese Centrale Bank (ECB) beperkt haar rol tot ‘lender of last resort’. Het is een feit dat ze in 2013 haar leidende rentevoet heeft verlaagd tot 0,25 %. Maar dit gebeurde eerder om het deflatiegevaar te bekampen dan de zwakke Europese economie te stimuleren. En hoewel ze massaal liquiditeiten beschikbaar blijft stellen aan de banksector, sijpelen ze slechts zelden door naar de reële economie. Ook is de ECB tot nu toe niet in staat is gebleken om de renteverschillen waarmee Europese bedrijven worden geconfronteerd, te verminderen. Net op het moment dat van Italië, Spanje en Portugal wordt verlangd dat ze weer competitief worden, maken de hoge rentevoeten in die landen deze taak zeer moeilijk. De ECB heeft nog heel wat werk om ervoor te zorgen dat alle Europeanen met gelijke wapens kunnen strijden.

 

Bank of Japan: altijd maar verder

Gezien de Japanse overheidstekorten ongeveer 10 % van het bbp bedragen en de overheidsschuld dicht bij de 230 % van het BBP ligt, ligt alle verantwoordelijkheid voor het herstel bij de Bank of Japan. In april 2013 had ze voorzien om voor 60 000 à 70 000 miljard yen financiële activa per jaar te kopen zodat de monetaire basis op twee jaar kon verdubbelen. De bank wil zo een inflatie van 2 % te halen. In 2014 (zoals in 2013) zal de Bank of Japan meer dan twee derde van de staatsemissies opkopen. Hierdoor zal ze haar balans verder laten aanzwellen. De vloedgolf aan liquiditeiten heeft echter de yen verzwakt (viel in 2013 21,5 % t.o.v. de euro). En gezien de interventie verre van afgelopen is, zal de Bank of Japan waarschijnlijk nog verder gaan om haar economie te verdedigen.

 

Bank of England: naar een normalisatie?

Tussen 2009 en 2012 heeft de Bank of England voor 375 miljard pond Brits staatspapier gekocht. Ze kon de Schatkist zich goedkoop financieren. Hierdoor groeide in het derde kwartaal de economie met 0,8 % op kwartaalbasis (3,2 % op jaarbasis). Gezien de werkloosheid daalt en de prijzen van vastgoed op een hoogtepunt staan, heeft de Bank of England haar aankoopprogramma sinds de zomer van 2012 niet meer verhoogd. Ze is vandaag één van de weinige grote centrale banken die van plan is om haar monetaire politiek om te draaien. Maar voor een dergelijke beslissing zal men niet over een nacht ijs gaan. Net nu investeringen en buitenlandse handel de Achilleshiel zijn van de economie, zou een te snelle normalisering van de rentetarieven het herstel de kop kunnen indrukken. Dus ook de Bank of England zou zo lang mogelijk een monetaire normalisering kunnen uitstellen.

 

Deel dit artikel