Analyse
Groeilandmunten in vrije val 4 jaar geleden - woensdag 4 september 2013

Een jaar geleden kloegen de groeilanden nog dat hun dure munten hun competitiviteit aantastten. Vandaag lijken diezelfde munten in vrije val, maar dat is niet noodzakelijk goed nieuws voor de groeilanden...

– Gezien het grote groeipotentieel van hun economie mag u 5 % van uw dynamische portefeuille beleggen in Indiase en Braziliaanse aandelen.

– De Turkse beurs vinden we nog altijd duur. Verkopen.

China en Rusland hebben grote wisselreserves en een overschot op hun betalingsbalans en krijgen daardoor minder harde klappen. Beleg 10% van uw dynamische portefeuille in China en 5% in Rusland.

– De meeste individuele aandelen uit onze selectie reageerden niet zozeer op de koersdalingen van de groeilandmunten, maar wel op de economische vertraging in die regio's. U mag de volgende aandelen kopen: Rio Tinto, Santander Brasil, Telefônica Brasil en Axa.

 

Grote honger naar groeilandactiva

Gezien de magere rentevoeten in de (westerse) industrielanden zochten veel beleggers vanaf 2010 hun heil in de groeilanden. De massale instroom van buitenlands kapitaal duwde de groeilandmunten fors hogerop. Dit was echter niet naar de zin van de groeilanden: hun dure munt bemoeilijkte immers de export wat een negatieve weerslag had op de competitiviteit.

 

Wel verloren de groeilanden hierbij het grote voordeel uit het oog: ze konden zich immers tegen historisch lage rentevoeten financieren. Zo konden ze hun overheidsfinanciën te saneren, waardoor die vandaag veelal evenwichtiger zijn dan in veel industrielanden.

 

Een ander positief gevolg van hun dure munt was dat daardoor de prijsstijging van ingevoerde grondstoffen en producten toch minstens gedeeltelijk werd geneutraliseerd en dat als gevolg daarvan de inflatie onder controle bleef. De centrale banken van de groeilanden konden hun leidende rentevoeten historisch laag houden en zo de consumptie aanwakkeren.

 

De terugslag komt hard aan

Nu de Federal Reserve liet weten zijn liquiditeitsinjecties te zullen afbouwen, steeg de Amerikaanse langetermijnrente richting 3%. Hierdoor begonnen beleggers zich uit de groeilanden terug trekken en zich opnieuw op minder riskante Amerikaanse activa te focussen. Als gevolg hiervan zijn de groeilandmunten echter brutaal ingestort (Indiase roepie 18% lager t.o.v. de euro, Braziliaanse real 16%, Turkse lira 14%).

 

Vooral de groeilanden die het sterkst afhankelijk zijn van buitenlandse financiering en/of die met een kwetsbare betalingsbalans kampen, worden keihard geraakt. Ten eerste omdat ze nu veel hogere rentevoeten moeten bieden om nog financiering te vinden. Ten tweede omdat ingevoerde producten door de zwakke eigen munt fors duurder worden, wat de inflatie doet oplaaien. De groeilanden staan dus voor een moeilijke periode.

 

Terug naar toestanden zoals in 1997?

Toch stevenen de groeilanden volgens ons niet af op een crisis zoals in 1997. De groeilandeconomieën hebben nu immers veel minder schulden in vreemde munten. Ook zijn ze beter bestuurd en is hun financieel systeem solider geworden. De groeilandwereld lijkt dus beter gewapend en zou zich relatief snel kunnen herpakken.

 

Deel dit artikel