Analyse
De Italianen trekken dus op 24 en 25 februari naar de stembus 4 jaar geleden - donderdag 21 februari 2013

Met als inzet een nieuwe start...?

gerustgesteld en de financiering van de Italiaanse schuld weer vlot getrokken. De nieuwe Italiaanse regering zal dus de handen vrij hebben om echt werk te maken van het herstellen van de competitiviteit en industriële dynamiek.
In afwachting beleggen we maar heel karig in Italiaanse activa.

 

De druk op de obligatiemarkten is wat gaan liggen, maar dat maakt Italiaans overheidspapier nog niet interessant. De huidige rendementen (4,40% op 10 jaar) compenseren onvoldoende de risico's die er nog altijd zijn.

 

Op de Italiaanse beurs zijn er een paar interessante aandelen te vinden. Dat geldt o.a. voor Enel, nr. 1 voor elektriciteit en nr. 2 voor gas in Italië (ook aanwezig in de opkomende landen). Het aandeel verloor de voorbije 5 jaar ruim de helft van zijn waarde en is goedkoop. Het zal in 2013 wellicht een mooi dividendrendement bieden van 4,3 % bruto.

 

Dertien maanden van financiële krachttoeren...

Eind 2011 staat Italië in brand. Het wantrouwen van de beleggers t.a.v. overheidspapier van diverse eurolanden verspreidt zich als een lopend vuurtje en de Italiaanse rentevoeten stijgen tot boven de 7%. Het is in die context dat Mario Monti zijn intrede maakt. Hij voert onmiddellijk een besparingsplan in dat tegen 2013 de Italiaanse overheidsfinanciën opnieuw bijna in evenwicht moet brengen. In januari 2012 wordt er een plan gelanceerd om de groei en competitiviteit te stimuleren door het vereenvoudigen van administratieve procedures en het liberaliseren van een aantal beroepen die tot dan toe gereglementeerd waren. In juli 2012 volgt een tweede golf van hervormingen die zich toespitst op de arbeidsmarkt en later ook de pensioenen. Al die maatregelen missen hun doel niet, met als belangrijkste gevolg dat de storm op de obligatiemarkten gaat liggen en dat de Italiaanse rentevoeten fors dalen. Een terugkeer naar een bijna-evenwicht van de overheidsfinanciën tegen 2013 bleek al snel utopisch, maar de bezuinigingen onder Monti brachten het tekort toch terug tot onder de 3% van het bbp.

 

... tegenover zes jaren van economische crisis

Het economische plaatje bleef echter veel minder fraai. De terugkeer van de recessie eind 2011 wiste het herstel van 2010 weer compleet uit en de economische activiteit ligt vandaag lager dan op het dieptepunt in 2009. Het bbp ligt nog altijd 8 % onder dat van vóór de crisis, de koopkracht van de Italiaanse gezinnen daalde met 9% en de werkloosheid is meer dan verdubbeld... De bezuinigingen doen de Italiaanse economie dus bijzonder hard pijn en de kritiek op Monti concentreert zich dan ook vooral op zijn economisch rapport. De hervormingen van de voorbije 13 maanden zullen maar een beperkte impact hebben op de economische dynamiek van Italië en lijken zelfs totaal ontoereikend als we naar de ongunstige evolutie van de industriële productie kijken. De industrie nieuw leven inblazen, is dan ook een topprioriteit voor de toekomstige regering.

 

Industriële sector reanimeren

Italië leek aanvankelijk beter gewapend tegen de economische crisis en de schuldencrisis dan veel andere kwetsbare eurolanden (geen echte schokgolven geweest zoals bijv. het uiteenspatten van de Spaanse vastgoedzeepbel, een zekere vorm van budgettaire discipline, de staatsschuld werd beschouwd als een erfenis uit het verleden die zich bovendien makkelijk liet financieren). En dankzij zijn uit de kluiten gewassen industriële sector, leek Italië over een sterke troef te beschikken om het herstel van zijn economie tot een goed einde te brengen. Dat laatste blijkt vandaag een illusie, met een industriële productie die nog altijd 25% onder haar piekniveau van augustus 2007 ligt! Sterker nog, het contrast met de rest van de eurozone is groot: de Europese productie als geheel stabiliseert zich rond haar niveau van 2005, die van Italië is met 20% gekrompen door een gedaalde productiviteit. De stijging van de lonen werd onvoldoende gecompenseerd door productiviteitswinst en de Italiaanse bedrijven kampen ook met kredietschaarste en hoge financieringskosten. De investeringen vielen stil en de productiecapaciteit boert achteruit. Daardoor zinkt de industrie dieper weg in de recessie en slaagt de economie er niet in de rug te rechten.

 

Deel dit artikel