Analyse
Japan: nieuwe regering, zelfde problemen 4 jaar geleden - donderdag 20 december 2012

De nieuwe Japanse regering zal de zware taak hebben om het land terug op het groeipad te zetten. Een enorme uitdaging gezien ze slechts een beperkte manoeuvreerruimte heeft.

De moeilijke conjunctuur zorgt ervoor dat weinig buitenlandse beleggers geïnteresseerd zijn in Japanse activa. Het land beschikt niet over de nodige manoeuvreerruimte om zijn economie opnieuw op het goede spoor te krijgen. De beurs van Tokio is niet goedkoop. Staatsobligaties leveren nauwelijks iets op. De yen is duur en de Japanse regering wil kost wat kost de munt doen verzwakken. Bovendien is de kans groot dat financiering van de enorme overheidsschuld ooit problemen zal opleveren.
Het is dus duidelijk beter om Japanse activa volledig links te laten liggen.

 

Binnenlandse markt op apegapen

Japan is voor de derde keer sinds 2008 in recessie met een BBP dat in het derde kwartaal tot het niveau van 2005 is teruggevallen. Ondanks de beperkte werkloosheid (4,2 % in oktober) is de binnenlandse vraag zwak. De voorzichtigheid van Japanse gezinnen weegt op de binnenlandse vraag. Maar een andere reden is de negatieve demografische trend. Het aantal actieven neemt af en dit zal in de toekomst nog versnellen. In de jaren ’90 bestond de beroepsbevolking nog uit 68 miljoen zielen, vandaag is dit cijfer teruggevallen tot 65 miljoen en tegen het einde van het decennium zal het cijfer onder de grens van 60 miljoen duiken.. Dat houdt in dat de totale gezinsconsumptie zal afbrokkelen. Daar komt nog bij dat de verouderende bevolking vandaag volop bezig is om zijn spaarcenten, die tijdens het actieve leven werden opgebouwd, op te souperen en hiermee het enorme spaarreservoir laat leeglopen. Japan rekent evenwel op deze spaartegoeden om zijn openbare schuld te financieren. Resultaat: Japanse bedrijven vestigen zich liever in het buitenland. De staat heeft dan ook de voorbije jaren de taak op zich genomen om de binnenlandse markt te ondersteunen door de uitgaven te verhogen. Maar met een gemiddeld overheidstekort van 9 % sinds 2009 en een overheidsschuld volgens de OESO van 214,3 % van het BBP kan de Japanse staat deze logica niet lang meer voortzetten.

 

Export onder druk

De export is ook in een flinke dip. De zwakke internationale conjunctuur zit er natuurlijk voor veel tussen maar daarnaast verergeren nog twee factoren de zaak. Ten eerste weegt de yen, duur tegenover de euro en de dollar, op de concurrentiekracht. De verlaging van de rating van Sony en Panasonic is kenmerkend voor de problemen die Japanse bedrijven hebben. De tweede factor is de verslechtering van de relaties met China. Het diplomatieke dispuut rond de Senkaku-eilanden heeft ervoor gezorgd dat Chinese consumenten Japanse producten boycotten. Japan is meer en meer afhankelijk van China dat zijn belangrijkste exportmarkt is (voor 20 % van alle geëxporteerde Japanse goederen en diensten).

 

Centrale bank

De Japanse regering rekent op de centrale bank om de kolossale overheidsschuld te financieren en de economie een duw in de rug te geven. Met een leidende rentevoet die sinds 2010 haast op 0 % noteert, heeft de Japanse centrale bank zich een inflatiedoelstelling van 1 % gesteld. Hiervoor heeft het haar programma om liquiditeiten in het financiële systeem te pompen en staatsschuld terug te kopen verlengd. Helaas zijn deze maatregelen onvoldoende. Het staat buiten kijf dat een zware correctie van de yen niet uit te sluiten valt.

Deel dit artikel