Analyse
Spanning tussen China en Japan over kleine eilanden 5 jaar geleden - woensdag 24 oktober 2012

De spanning tussen China en Japan over de Senkaku-eilanden is weer opgelaaid. Beide landen claimen de eilanden om strategische en politieke redenen. Maar het dispuut heeft ook te maken met de economische situatie. Moet u zich zorgen maken?

We denken van niet. Het gezond verstand zal de bovenhand krijgen en de economische en financiële integratie van Zuid-Oost Azië zal zich doorzetten. De spanning zal hoog blijven tot 8 november, datum waarop het land een nieuwe president krijgt.

 

Ondertussen verdient China nog altijd een plek in uw beleggingsportefeuille (max. 10 %). Het aandelenfonds Fidelity China Focus A EUR blijft koopwaardig.

 

Ware toedracht

De Senkaku-archipel (of Diaoyu-eilanden) bestaat uit vijf onbewoonde eilanden en twee rotsen. Japan voerde er tot 1971 ongestoord het bewind over, maar sindsdien maakt ook China er aanspraak op. De olie- en gasreserves in de buurt worden vaak naar voren geschoven als de oorzaak van de spanningen, maar er schuilt meer achter. De eilanden zijn van strategisch belang en de Chinese autoriteiten willen graag hun politieke en militaire invloedssfeer uitbreiden. Ten tweede spelen er politieke motieven, en is een geschil met erfvijand nr. 1 een handige bliksemafleider voor de Chinese communistische partij, die steeds meer het hoofd moet bieden aan de corruptie en het inefficiënte bestuur. Ten derde zijn de spanningen met Japan een ideaal voorwendsel om een handelsoorlog te voeren op een moment dat de Chinese economie gas moet terugnemen.

 

Economische situatie

De economieën in Zuid-Oost Azië zijn vooral gericht op de productie van goederen voor het buitenland (het westen) en niet zozeer op hun eigen binnenlandse vraag. Ze lijden dan ook sterk onder de crisis in Europa en de zwakke groei in de VS. De Chinese export naar o.a. Griekenland, Portugal, Spanje en Italië is ingestort en de zwakke vraag vanuit heel Europa is slecht nieuws voor de volledige Aziatische export. In die context vormt China nu veeleer een bijkomende bedreiging. Niet alleen politiek en militair, maar ook economisch doordat de economische vertraging in China een negatieve impact heeft op veel Aziatische landen die een rol spelen in de Chinese productieketen.

 

Protectionistische reflexen

Het aantal onderzoeken naar handelspraktijken en het aantal klachten bij de Wereldhandelsorganisatie is fors gestegen. Het land dat het vaakst voorkomt is China. Een van de meest tekenende dossiers is de zonnepanelenindustrie, die door Europa concurrenten beschuldigd wordt van dumpingpraktijken.
Er zijn ook conflicten tussen Aziatische landen onderling. China aarzelt niet langer om alle middelen in te zetten om zijn belangen te verdedigen (zo verstoorde het in 2010 de Japanse economie door zijn export van zeldzame aardmetalen stop te zetten). De andere landen van Zuid-Oost Azië hebben China dus nodig, maar omgekeerd heeft China ook hen nodig. Zo moet het bijvoorbeeld heel wat elektronische componenten en losse onderdelen invoeren en de technologische investeringen van Japan zijn onmisbaar om de Chinese productie hogerop te duwen. Een regelrechte handelsoorlog zou dus pijn doen aan de buurlanden, maar ook aan China.

 

Deel dit artikel