Analyse
Bank of Japan neemt touwtjes in handen 5 jaar geleden - woensdag 18 april 2012

Japan kampt met veel vragen en de toekomst van de regering is allerminst gewaarborgd. Het land lijkt meer dan ooit aangewezen op zijn centrale bank om voor economische groei en blijvende financiering te zorgen.

Op een dag vind je de job van je leven...

Als eerste minister van Japan zit je niet meteen gebeiteld voor een lange termijn. Dat beseft ook Yoshihiko Noda, de huidige premier, die al de zesde is in vijf jaar tijd. Hij kiest zijn strijdpunten dan ook voorzichtig, met de absolute prioriteit op het saneren van de overheidsfinanciën. De Japanse overheidsschuld wordt door de OESO geschat op 219 % van het bbp, wat kolossaal is, en de verwachte begrotingstekorten van 8,9 en 9,5 % voor 2012 en 2013 tonen aan dat er tot dusver weinig werd gedaan om ze onder controle te krijgen. Om daar verandering in te brengen, wil Noda de btw optrekken van 5 naar 10 % tegen 2015, een noodzakelijke maatregel, die echter niet zal volstaan. Door de vergrijzing van de bevolking zal er immers vooral in de overheidsuitgaven gesnoeid moeten worden. Niet evident als je weet dat de btw-verhoging al extreem onpopulair bleek, niet alleen bij de kiezers maar ook bij de parlementsleden, die niet de gewoonte hebben hun electoraat tegen de haren in te strijken.

 

Inflatie? Ja, graag!

Terwijl veel landen de inflatie moeten bestrijden, kampt Japan al sinds 1995 met deflatie, een daling dus van het algemene prijzenpeil. En dat heeft veel negatieve gevolgen: uit vrees voor prijsdalingen zijn bedrijven niet geneigd om te investeren, wat weegt op de tewerkstelling. De gezinnen van hun kant stellen aankopen uit, in de hoop dat de prijzen zullen dalen... Die vicieuze cirkel moet doorbroken worden en de Bank of Japan stelde zichzelf dan ook een inflatiedoel van 1 % en is bereid om daar veel voor te doen, o.a. door te zorgen voor een heel vlotte kredietverstrekking. De liquiditeitscreatie die daarmee gepaard gaat, geeft de economie een stevig duwtje in de rug. En de verwachting dat de prijzen zullen stijgen, kan consumenten ertoe aanzetten bepaalde aankopen te vervroegen en stimuleert zo de vraag, toch minstens in een eerste fase. Door de geldpersen te laten draaien totdat de inflatie een feit is, verzwakken de monetaire autoriteiten ook de yen, die momenteel duur is en weegt op de competitiviteit van de export. En door letterlijk geld bij te maken, geeft de Bank of Japan zichzelf de middelen om Japans schuldpapier op te kopen en zo bij te dragen aan een blijvend goedkope financiering van 's lands immense overheidsschuld.

 

Barsten in traditioneel model

Momenteel heeft Japan nog geen problemen om tegen lage rentevoeten afnemers te vinden voor zijn schulduitgiften. Enerzijds omdat de Japanse banken tuk zijn op Japanse overheidsobligaties, anderzijds omdat de gezinnen over een enorme veiligheidsbuffer beschikken die ze in hoofdzaak in Japans schuldpapier beleggen. En dan zijn er ook nog de overheidsschuldencrisis in de eurozone en de oprispingen van risicoaversie op de markten, die de Japanners ertoe aanzetten om hun centen in eigen land te houden en die zelfs buitenlandse investeerders richting Japan duwen. Aangezien ook de Japanse bedrijven hun buitenlandse inkomsten grotendeels repatriëren, beschikt het land dus over voldoende binnenlandse financierders. Toch verschijnen er scheurtjes in dat model. Ten eerste omdat de spaarquote daalt. De vele ouderen in Japan verbruiken hun spaarcenten steeds meer zelf en na jaren van loonsdaling zijn de jongeren niet meer in staat om te sparen zoals de vorige generaties. In 2011 dook de Japanse handelsbalans voor het eerst in het rood sinds 1980. De yen is duur t.o.v. de euro, en nog meer t.o.v. de dollar, wat weegt op de competitiviteit van de de Japanse exporteurs. Veel bedrijven gaan dan ook elders in Azië produceren, waar de kosten een stuk lager liggen, en dat zorgt voor een aantasting van het Japanse industriële weefsel. Als die erosie van de industriële basis en van de export aanhoudt, dan zal het land op termijn ook buitenlands kapitaal nodig hebben om zijn schuld, zijn begrotings- en zijn handelstekort te financieren. Maar die buitenlandse investeerders zullen wel boter bij de sushi willen (lees: hogere rendementen eisen).

 

Japan probeert een uittocht uit de crisis te zoeken maar lijdt onder een dure yen die de concurrentiepositie van de exportbedrijven ondermijnt en kampt ook met een penibele financiële situatie die de manoeuvreerruimte van de regering beperkt. De Bank of Japan moet dus bijspringen, en al kan ze alleen niet alles oplossen, ze biedt de regering toch de kans en de tijd om de problemen aan te pakken waarmee het land kampt. Het valt nog af te wachten in welke mate de politici die kans zullen grijpen. Door de dure yen en de lage rentevoeten laten we Japanse overheidsobligaties voor wat ze zijn. Ook de beurs van Tokio krijgt geen plek in onze portefeuilles, al zijn er wel een paar koopwaardige aandelen te vinden. Mabuchi Motor, wereldleider in kleine elektromotoren, is er één van.

 

Deel dit artikel