Analyse
Transitiefase voor Chinese economie 5 jaar geleden - maandag 26 maart 2012

Het groeimodel waarmee China de voorbije decennia erg succesvol was, botst vandaag steeds meer op zijn limieten. Dat lijkt ook Peking te begrijpen. Voor u als belegger hoeft dit niet per se slecht nieuws te zijn…

Succesformule

Een gemiddelde groei op jaarbasis van bijna 10 % sinds 1980… China maakte de voorbije decennia een spectaculaire ontwikkeling door en is uitgegroeid tot 's werelds tweede economische mogendheid. Die groei dreef miljoenen Chinezen weg van het platteland om hun geluk te gaan beproeven in een van de grootsteden. De quasi onuitputtelijke vijver aan (goedkope) arbeidskrachten maakte van China het "atelier van de wereld" en trok heel wat investeerders aan die hun marges wilden vergroten en/of competitief wilden blijven. Om die inkomende geldstromen te stimuleren, hebben Peking en de diverse regio's grootschalige bouwprojecten opgestart, enerzijds om het land de infrastructuur te bieden die nodig was om de sterke groei te ondersteunen, anderzijds schoten ook de woonprojecten letterlijk als paddestoelen uit de grond, om de vele Chinezen die kwamen toegestroomd van het platteland te kunnen huisvesten.

 

Het einde van een tijdperk

Die succesvolle groeiformule op basis van export en investeringen botst vandaag echter op haar limieten. De vraag vanuit de industrielanden zal nog lange tijd te lijden hebben van de schuldafbouw en inkomensstagnatie en China heeft intussen een degelijke infrastructuur. Door de overcapaciteit op de woningenmarkt wordt er terecht gevreesd voor een vastgoedzeepbel, en als die uiteenspat, kan ze de hele economie meesleuren. Tot slot is China er wel in geslaagd om competitief te blijven door zijn wisselkoers te sturen (stijging yuan afremmen), maar dat maakte ingevoerde producten duurder en stelde de Chinezen bloot aan forse inflatieopstoten die ten koste van hun koopkracht gingen.

 

Meer aandacht voor binnenlandse markt en yuan

Door die problemen maakt China zich nu klaar om meer op de binnenlandse vraag te gaan mikken. Zowel de lonen als de levensstandaard van de gezinnen zitten in de lift, ook al dreigt zich dat onvermijdelijk te vertalen in een iets lagere economische groei. Dat beseffen ook de autoriteiten: hun groeidoelstelling bedroeg lange tijd 8 % maar werd voor dit jaar teruggeschroefd tot 7,5 % en voor de komende vijf jaar tot 7 %. En dat is niet alles. Peking is niet opgezet met de daling van o.a. de dollar en de euro (de referentiemunten van het wereldwijde financiële systeem) en wil de eigen yuan geleidelijk meer gaan internationaliseren om er op termijn voor te zorgen dat een groter deel van de wisselreserves in CNY wordt aangehouden. Om dat te bereiken, stimuleert Peking zijn bedrijven om te investeren in het buitenland, wordt handelsverkeer in yuan aangemoedigd, en wil China zelfs leningen in yuan verstrekken aan een aantal opkomende landen.

 

Wereldwijde impact

Die grotere klemtoon op de binnenlandse markt is goed nieuws op een moment dat het moreel van de gemiddelde consument uit de industrielanden op een laag pitje staat. Het zou de wereldeconomie (die tot voor de crisis gekenmerkt werd door ongebreideld consumeren en lenen in het westen en produceren en sparen in de opkomende landen) immers wat meer in balans moeten brengen. De gestegen koopkracht van de Chinezen en de opkomst van een middenklasse die dezelfde consumptieniveaus ambieert als in het westen, staan immers garant voor een sterke vraag naar zowel uitrustings- als consumptiegoederen en naar diensten. Keerzijde is dat China een minder veelbelovende markt zal worden voor basismetalen en grondstoffen voor de bouwsector, aangezien de grootste vastgoedboom achter de rug lijkt. Een voordeel van deze evolutie is dat de yuan, naarmate de internationalisering van de munt een succes wordt, normaal in waarde zal blijven stijgen t.o.v. de euro.

 

De wereldeconomie heeft er alle baat bij dat China zijn transitie tot een goed einde brengt. Als de opmars van een kapitaalkrachtigere middenklasse zich doorzet, kan het land ook voor buitenlandse bedrijven een steeds interessantere afzetmarkt worden. Die evolutie zal wellicht niet altijd van een leien dakje lopen en de groei zal nu en dan een knauw krijgen, maar China heeft voldoende potentieel om erin te slagen.

 

In al onze portefeuilles blijven de Chinese beurzen dan ook aanwezig. Het aandelenfonds Fidelity China Focus A EUR is een aanrader. Ook diverse bedrijven uit onze aandelenselectie lijken goed geplaatst om garen te spinnen bij de verhoopte evolutie in China: o.a. Axa, HSBC, Prudential, Procter & Gamble en Spirit Aerosystems. Traditioneel pikt ook de luxesector een behoorlijk graantje mee van de Chinese dynamiek, maar tegen hun huidige koers vinden we de aandelen LVMH en L’Oréal te duur.

 

Deel dit artikel