Analyse
Toelichting bij Griekse schuldenruil 5 jaar geleden - maandag 19 maart 2012

Griekenland was niet meer in staat zijn schuldverplichtingen na te komen en de private schuldeisers stemden er uiteindelijk mee in om 100 miljard euro kwijt te schelden. Nooit eerder kreeg een land zo'n groot cadeau…

 

Situatie van wanbetaling die niet zo mag heten

De private schuldeisers van Griekenland gingen akkoord met een programma waarbij hun obligaties worden omgeruild voor nieuwe en waarbij ze een fors verlies moeten incasseren. En hoewel 85,5 % dat op vrijwillige basis deed, besliste de regering in Athene alsnog om een inderhaast gestemde wettelijke clausule te activeren die ook de overige schuldeisers dwingt tot deelname aan de ruiloperatie.

Elke schuldeiser krijgt per 1000 EUR aan oorspronkelijke Griekse schulden uiteindelijk het onderstaande in de plaats:
– twintig nieuwe obligaties uitgegeven door de Griekse overheid, met een totale nominale waarde van 315 €. De eerste van die obligaties wordt terugbetaald in 2023, de tweede in 2024, en zo verder tot in 2042. De obligaties bieden een coupon die evolueert in de tijd: 2 % van nu tot 2015, 3 % van 2016 tot 2020, 3,65 % in 2021 en 4,3 % van 2022 tot 2042. Ze worden aangevuld met opties die de coupon met 1 % kunnen laten aanzwellen als en slechts als de Griekse groei een niveau haalt dat vandaag weinig waarschijnlijk lijkt. De huidige koers van deze obligaties schommelt rond de 25 % van hun terugbetalingswaarde, wat aangeeft dat de beleggers erg wantrouwig blijven.
– twee obligaties uitgegeven door het Europees Fonds voor Financiële Stabiliteit (EFSF), goed voor een totale waarde van 150 €. Deze obligaties worden terugbetaald in 2013 en 2014 en hun koers ligt momenteel in de buurt van de 100 %.
– een schatkistcertificaat op 6 maanden, uitgegeven door het EFSF, als compensatie voor de verlopen intresten op de oorspronkelijke obligaties.

Publieke sector vervangt private sector

Dankzij de geslaagde schuldenruil kwam er groen licht voor de storting van het beloofde geld in het kader van het tweede Europese reddingsplan. Europa zal wel maandelijks controleren of Griekenland vordert met de beloofde budgettaire strakheid en de structurele hervormingen. De stortingen worden gespreid over de periode 2012-2014 en moeten in principe volstaan om 's lands financiële noden te lenigen tot 1 januari 2015. De ironie van het lot wil dat de Griekse schuld op die datum even groot zal zijn als vóór de schuldherschikking, want in de plaats van de ruim 100 miljard die kwijtgescholden werd door de privésector komt immers de 130 miljard die door de eurolanden, het EFSF en het IMF in Griekenland werd gepompt. Vanaf 2015 zal de Griekse schuld opnieuw ± 160 % van het bbp bedragen.

Optimistische hypotheses

Volgens het basisscenario van de internationale instellingen zal de Griekse schuld pas in 2020 opnieuw onder de 120 % van het bbp duiken. Een niveau dat overeenstemt met het niveau uit 2008, vóór de financiële crisis. De enorme inspanningen van de privésector, de Griekse bezuinigingen en de Europese solidariteit zullen dus enkel een "terug naar start" mogelijk maken. Daarna zal er nog eens een tiental jaar van strakke begrotingsdiscipline nodig zijn om de Griekse schuld opnieuw onder de 90 % van het bbp te krijgen, een niveau dat nog altijd erg hoog ligt en ook veel hoger is dan het plafond van 60 % dat in de Europese verdragen wordt vooropgesteld. Om die doelstellingen te halen (die het enkel mogelijk maken het Griekse schip drijvende te houden, niet om het in veilig budgettair vaarwater te loodsen), zal de Griekse economie er ook moeten in slagen om opnieuw te groeien! De schuldenruil en de activering van het tweede reddingsplan hebben fundamenteel dus weinig veranderd. Griekenland kreunt nog altijd onder de schulden en is niet "zeewaardig" zonder internationale financiële hulp. Anderzijds zijn de Europese lidstaten nu zo betrokken bij de Griekse crisis dat ze geen andere keuze hebben dan het land te blijven begeleiden op weg naar budgettaire consolidatie, en er gaan zelfs nu al stemmen op om een derde reddingsplan voor te bereiden...

Concreet

Voor de private schuldeisers is de verregaande betrokkenheid van de eurolanden uiteindelijk de enige opsteker in het Griekse fiasco. Een onomwonden faillissement van het land is immers weinig waarschijnlijk geworden omdat het de eurolanden zelf zijn die daar de zware financiële gevolgen van zouden dragen. Vanuit die optiek zou het in principe dan ook verstandig zijn om de nieuwe obligaties (in ruil voor de oude Griekse effecten) in portefeuille te houden. We schrijven echter "in principe" omdat u in de realiteit ook rekening moet houden met het bewaarloon dat sommige banken aanrekenen op uw effectenrekening. Wie indertijd Grieks schuldpapier heeft gekocht, zal nu met een twintigtal obligatieposten in zijn of haar portefeuille zitten, wat behoorlijk veel zou kunnen kosten in verhouding tot de waarde van die nieuwe obligaties. We kome later terug op wat u best kunt doen in functie van de bank waar u een effectenrekening hebt.

Deel dit artikel