Analyse
Griekenland 5 jaar geleden - woensdag 22 februari 2012

Na marathononderhandelingen kwam een tweede reddingsplan uit de bus voor Griekenland, maar dat is onderworpen aan heel wat voorwaarden en betekent nog lang niet dat het land ook daadwerkelijk gered is.

Europa zette een tweede reddingsplan op poten (schuldherschikking vanwege de privésector en bijkomende financiële steun van Europa en het IMF) om de schuld van Griekenland opnieuw op een beheersbaar traject te krijgen. Aan het akkoord zijn diverse voorwaarden gekoppeld, het moet nog worden goedgekeurd door parlementen van andere lidstaten en Athene zal de beloofde hervormingen ook moeten uitvoeren. Het plan koopt dus tijd, maar het is geen garantie dat Griekenland er weer bovenop komt.

 

Slechter dan verwacht

De recentste vaststellingen zijn weinig bemoedigend. Griekenland heeft vertraging opgelopen met de eerder beloofde hervormingen en de Griekse economie presteert ondermaats (krimp van 6,8 % in 2011). De fiscale inkomsten zijn gedaald en ondanks de besparingen slinkt het begrotingstekort te traag (10,6 % van het bbp in 2010, meer dan 9 % in 2011). Hoewel de privésector eerder al had ingestemd om haar schuldvorderingen t.a.v. Griekenland te verlagen, stevende de Griekse schuld tegen 2020 nog altijd af op een niveau van 129 % van het bpp (tot zelfs 160 % als de recessie aanhoudt). Om de schuldenlast opnieuw enigszins onder controle te krijgen, moet die privésector dus nog dieper in de buidel tasten.

 

Bijdrage privésector

De Griekse activa in handen van de privésector zullen worden vervangen door activa met een waarde van slechts 46,5 % van hun oorspronkelijke waarde, die gedeeltelijk (31,5 %) zullen bestaan uit nieuwe obligaties van de Griekse staat met een langere looptijd (11 tot 30 jaar) en gedeeltelijk (15 %) uit kortetermijnobligaties van het Europees Fonds voor Financiële Stabiliteit. Op die manier wordt 107 miljard euro aan schulden weggeveegd. De privésector ziet ook een groot deel van de beloofde intresten aan haar neus voorbijgaan want het gemiddelde rendement op jaarbasis van de nieuwe activa zal slechts 3,65 % bedragen. In totaal bedraagt het verlies voor de privésector zo meer dan 70 %.

 

Bijdrage ECB en andere lidstaten

De Europese centrale bank (ECB), die voor 100 % zal worden terugbetaald voor het Grieks schuldpapier dat ze kocht aan dumpingprijzen, zal de winsten die ze zo realiseert, doorstorten aan de centrale banken van de lidstaten, die ze dan aan Griekenland kunnen bezorgen. De nationale centrale banken die ook dergelijke activa hebben gekocht, zullen hetzelfde doen. Ook de leenvoorwaarden die aan Griekenland werden toegekend in het eerste reddingsplan (2010) zullen worden versoepeld. Alles bij mekaar en samen met de inspanningen van de privésector zou dat de Griekse schuldenlast moeten kunnen terugdringen tot 120,5 % van het bbp tegen 2020.

 

Wantrouwen blijft

Door de ondermaatse prestaties van Griekenland tot dusver zijn de Europese partnerlanden wantrouwig. In ruil voor de hulp moest Griekenland dan ook toegevingen doen. Europa eiste de permanente aanwezigheid van de trojka (EU, ECB en IMF) in Athene en een verstrakte opvolging door de Europese Commissie. Griekenland moet het principe van prioritaire schuldafbouw ook in zijn grondwet inschrijven. En tot slot is er sprake van een geblokkeerde rekening waarop te allen tijde een bedrag moet staan dat volstaat om drie maanden lang te voldoen aan de schuldverplichtingen.

 

Nog grote hindernissen

De implementatie van het akkoord is nog geen uitgemaakte zaak. Ten eerste moet Athene in negen dagen tientallen hervormingen goedkeuren. Ten tweede moeten het Nederlandse, Finse en Duitse parlement instemmen met het akkoord, wat af te wachten valt. En ten derde moet de "vrijwillige" participatiegraad van de privésector hoog genoeg zijn. De trojka rekent op 95 % maar onderlijnt tegelijk dat voor elke 5 % minder het gewicht van de schuldenlast t.o.v. het bbp met 2 % zal stijgen (tegen 2020). Athene denkt aan wetgeving om die participatie verplicht te maken, maar dat zou dan weer de credit default swaps (verzekeringen tegen wanbetaling) kunnen activeren, wat moet vermeden worden. Kleine beleggers die Griekse effecten hebben, doen er dus goed aan om ze te houden tot de einddatum. Tot slot blijft er onduidelijkheid over de bijdrage van het IMF aan dit tweede plan. Er was sprake van 13 miljard euro maar er zijn verschillende leden van het Fonds die dat bedrag verwerpen. En als het IMF met minder geld over de brug komt, zullen het opnieuw de andere eurolanden zijn die moeten bijspringen...

 

Nog veel vraagtekens

Om er bovenop te raken, moet Griekenland in de eerste plaats zelf zijn beloftes nakomen (wat tot dusver niet het geval was). Daarnaast moet er aan de vele voorwaarden in het akkoord worden voldaan. Tot slot is de doelstelling van een schuld van 120,5 % van het bbp gebaseerd op weinig realistische groeicijfers en op een strakke en snelle implementatie van de hervormingen, terwijl dergelijke paardenmiddelen niet op 1,2,3 verteerbaar zijn voor de Griekse samenleving. De Helleense republiek is dus nog lang niet uit de gevarenzone...

 

Deel dit artikel