Analyse
Europees noodfonds is "triple A" kwijt 5 jaar geleden - donderdag 26 januari 2012

Na weken van speculatie heeft ratingbureau Standard & Poor's de kredietrating van 9 eurolanden teruggeschroefd en die van het Europees stabiliteitsfonds met een trapje verlaagd. Hoog tijd dus dat Europa het roer drastisch omgooit om de schuldencrisis nu eindelijk eens te bezweren...

Ongenadige logica

Standard & Poor's was vorige zomer al de eerste kredietbeoordelaar die de "heilige" AAA-rating van de VS introk, en deed nu net hetzelfde met Frankrijk en Oostenrijk, die samen met drie andere eurolanden één trapje werden teruggewezen. Vier andere landen (Italië, Spanje, Portugal en Cyprus) zagen hun rating zelfs met twee trapjes dalen. Uiteindelijk hebben slechts vier eurolanden nog een triple A-rating bij S&P, met name Duitsland, Nederland, Finland en Luxemburg.
De ratingverlagingen hebben ook een impact op het Europees Fonds voor Financiële Stabiliteit (EFSF), dat door Europa werd opgericht om het hoofd te helpen bieden aan de crisis. Dat noodfonds gebruikt immers de triple A-rating van diverse landen als onderpand om goedkoop geld te kunnen lenen op de markten en het vervolgens ter beschikking te stellen van landen die het erg hard nodig hebben. Aangezien Frankrijk en Oostenrijk, samen goed voor 180 van de 440 miljard aan waarborgen waarover het fonds beschikt, hun AAA-rating zijn kwijtgespeeld, is het niet meer dan logisch dat ook de rating van het EFSF werd teruggeschroefd, en dat zou kunnen wegen op de financieringscapaciteit van het fonds.

 

In theorie

De gevolgen van een ratingverlaging zijn in theorie erg groot. Zo mogen veel pensioenfondsen en andere institutionele beleggers enkel investeren in AAA-activa. Voor activa die niet meer over die rating beschikken, daalt de vraag dus, en als landen zonder AAA-rating dan schulduitgiften doen, moeten ze hogere rendementen bieden om kopers (lees: financiering) te vinden.
De gevolgen zijn nog groter voor landen die hun investment grade-statuut verliezen (BBB- of hoger) en verwezen worden naar de categorie speculative grade. Vaak heeft dat tot gevolg dat beleggers zich massaal naar de uitgang begeven (lees: verkopen). Dat roept bijvoorbeeld ook vraagtekens op voor Italië, waarvan de rating al twee trapjes werd verlaagd (tot BBB+), waardoor het zich vandaag op hetzelfde niveau bevindt als Ierland, slechts twee trapjes verwijderd van de speculatieve beleggingen.

 

In de praktijk

In de praktijk moet de impact van een ratingverlaging vaak echter wat gerelativeerd worden. Zo kan de VS zich ondanks het verlies van zijn triple A-rating nog altijd voordelig financieren omdat de beleggers weinig valabele alternatieven zien (niet in het minst door de crisis in Europa). De impact is ook afhankelijk van de mate waarin een land in zijn eigen financiering kan voorzien. Zo werd de Japanse rating al meermaals teruggeschroefd, maar de ijverig sparende Japanners blijven staatsbons kopen zonder zich al te veel te bekommeren om de mening van de ratingbureaus en nemen zo dus het gros van 's lands schulduitgiften op hun schouders. Resultaat: Japan blijft zich financieren tegen extreem lage rentevoeten.
Een ander belangrijk punt is het aantal ratingbureaus dat de rating van een land terugschroeft. Het is meestal pas als alle drie de grote kredietbeoordelaars een rating verlagen dat de negatieve gevolgen echt in werking treden. Portugal is op dat vlak het recentste voorbeeld: Fitch en Moody's hadden het land al teruggewezen tot in de categorie speculatieve beleggingen, en toen ook S&P dat deed, hebben beleggers massaal verkocht. Rechtstreeks gevolg? De rentevoeten op Portugees schuldpapier schoten pijlsnel de hoogte in en bereikten de voorbije dagen recordhoogtes van 19,3 % voor schuldpapier op 5 jaar en van 14,6 % voor leningen op 10 jaar! De les is duidelijk: met een ratingverlaging door 1 beoordelaar kan een land soms nog wegkomen, maar als de drie grote ratingbureaus het eens zijn, zijn de gevolgen keihard.

 

Conclusie

De ratingverlaging op 13 januari van negen eurolanden kan moeilijk als een verrassing worden bestempeld. Door telkens voor halfslachtige oplossingen te opteren, hadden de Europese leiders zo'n beslissing quasi onvermijdbaar gemaakt. Het logische gevolg dat ook de rating van het EFSF werd teruggewezen, toont alleen aan dat het Europese antwoord op de schuldencrisis niet afdoende is.
De ratingbureaus werden drie jaar geleden terecht bekritiseerd, maar doen nu eigenlijk niet meer dan hun werk. Hoog tijd dat de Europese leiders, en Duitsland in het bijzonder, hetzelfde gaan doen. Anders wenkt een schuldenspiraal en een diepgaande recessie voor Europa.

 

Deel dit artikel