Analyse
Europees akkoord: oplossing in zicht? 5 jaar geleden - donderdag 27 oktober 2011

Het Europees akkoord dat in de nacht van 26 oktober werd bereikt in Brussel zal de Europese schuldencrisis niet in één klap oplossen maar is toch een stap naar een duidelijker kader dat de situatie kan stabiliseren. Ondanks de vele details die nog moeten worden geregeld, toch een stap in de goede richting dus!

 

Beleggers draaien mee op voor Griekenland

Als hoeksteen van de Europese financiën heeft Duitsland volop op de debatten gewogen en ook grotendeels zijn slag thuisgehaald. De beleggers zullen wel degelijk moeten bijdragen aan de redding van Griekenland, een scenario dat nochtans lange tijd werd afgewezen door de ECB en door Frankrijk. Sterker nog, daar waar het akkoord van een paar maand terug tussen Berlijn en de financiële sector nog een décote voorzag van 21 %, zullen er nu uiteindelijk waardeverminderingen moeten worden geslikt in de grootteorde van 50 %. In ruil zal Europa zowat 100 miljard aan compensaties bieden, herkapitalisering van de Griekse banken incluis. Door dit moeizaam bereikte compromis zal de Griekse overheidsschuld, die normaal tegen 2020 zou uitgestegen zijn boven de 180 % van het bbp, nu tegen die datum wellicht hooguit 120 % bedragen. Dan is het wel nog maar de vraag of dergelijke terugschroeving niet als een "kredietgebeurtenis" zal worden beschouwd voor de vele verzekeringscontracten (credit default swaps) die de voorbije jaren werden afgesloten op Grieks schuldpapier. En als die uitoefenbaar zouden worden, zal dat nefaste gevolgen hebben voor hun emittenten.

 

Versteviging van het financieel systeem

De vermindering van de Griekse schuld, waardoor het land opnieuw een beheersbaar schuldtraject moetterugvinden, is maar één deel van het probleem. De huidige crisis toonde immers de enorme kwetsbaarheid van het financiële systeem aan (herhaalde stresstests ten spijt), dat niet opgewassen lijkt tegen de schuldproblematiek in de perifere landen. Een herkapitalisatie van de bankensector, de tweede in drie jaar tijd, is nodig, en Europa legde tegen eind juni 2012 een minimumniveau van 9 % eigen vermogen op. Om die drempel te halen, hebben de Europese banken volgens de autoriteiten nood aan iets meer dan 100 miljard euro extra kapitaal, dat ze bij voorkeur op de markten moeten vinden. Geen probleem voor de banken uit het noorden van Europa, maar wel voor die uit diverse perifere eurolanden en al helemaal voor de Griekse. Een interventie van het Europees fonds voor financiële stabiliteit (EFSF) lijkt dan ook nog altijd mogelijk. Dat is de prijs die betaald moet worden om een kredietcontractie te vermijden en te voorkomen dat de reeds fel verzwakte Europese economie afglijdt naar een nieuwe recessie.

 

Versterking van het EFSF

Het EFSF zelf is het derde punt van discussie. Duitsland en Frankrijk wisten dat het noodfonds verstevigd moest worden, maar weigerden tot dusver om het bedrag waarvoor ze borg zouden moeten staan in geval van problemen, op te trekken. Uiteindelijk stemde Berlijn ermee in dat het EFSF indien nodig tot vier à vijf keer het bedrag waarover het vandaag beschikt, mag ophalen op de markten. Met de 250 miljard die het fonds nog heeft (440 bij de start) betekent dat dus dat het zou kunnen aandikken tot een oorlogskas van zowat 1000 miljard euro, waardoor de eurozone toch gevoelig sterker in zijn schoenen zou staan om zijn leden te hulp te schieten. Belangrijke kanttekening is wel dat die financiering dus op de markten moet worden gevonden en niet bij de ECB, zoals Parijs wou. Het EFSF zal dus geloofwaardig moeten overkomen naar de beleggers toe als het zich wil versterken.

 

Waarom Griekenland wel en wij niet ?

Hoewel het akkoord een stap is naar een uittocht uit de crisis, roept het ook vragen op. Eens de Griekse schuld is teruggebracht, waarom zouden dan landen als Ierland of Portugal vandaag, of zelfs Spanje en Italië morgen, niet hetzelfde vragen ? Het onder voogdij plaatsen van Griekenland, zoals Merkel vroeg, is wellicht een schending van de democratie, maar zonder beperkingen en voortzetting van de strijd tegen belastingontduiking en van de broodnodige hervormingen, riskeert Griekenland jaloerse blikken op te wekken. Wat als het makkelijker wordt voor Griekenland om belastinggeld uit Noord-Europa te lenen op de markten dan om zijn eigen inwoners te doen betalen ? Waarom zouden Dublin en Lissabon dan onpopulaire maatregelen nemen en op de koop toe nog eens bijdragen aan de redding van Griekenland ?

 

Conclusie

Het kersverse Europese akkoord moet de markten alvast tijdelijk kunnen bedaren maar laat nog een aantal vragen onbeantwoord. We kunnen alleen hopen dat de (controle)mechanismen zullen volstaan om nieuwe ontsporingen te vermijden. Want zonder strak toezicht op de overheidsfinanciën van diverse landen zou het barsten van de eurozone, een rampscenario dat nu verder weg lijkt, weleens aan sneltreinvaart weer dichterbij kunnen komen...

Deel dit artikel