Analyse
Noorwegen: een beleggersmekka? 6 jaar geleden - donderdag 1 september 2011

Het land beschikt over sterke (olie)troeven. Maar is het aangeraden om erin te beleggen ? Onze analyse.

Gezonde financiën

Noorwegen is een buitenbeentje. Terwijl de schuld van de OESO-landen dit jaar 102 % van het bbp zal bereiken, beschikt Noorwegen over het "Government Pension Fund Global (GPFG)", een fonds dat beheerd wordt door de Noorse centrale bank en waarin maar liefst zowat 373 miljard euro steekt (±116 % van het Noorse bbp in 2010). En terwijl andere regeringen zwoegen om hun begrotingen in de buurt van een evenwicht te krijgen, laat Noorwegen al sinds 2006 een begrotingsoverschot van gemiddeld 16,5 % optekenen. Gezien het fors gespijsde staatsfonds baart de Noorse overheidsschuld (die in 2010 gedaald is tot zowat 50 % van het bbp en de komende jaren wellicht verder zal slinken) geen kopzorgen. En als land met een AAA-rating kan Noorwegen zich heel goedkoop financieren, bijvoorbeeld tegen rentevoeten van 2,35 % voor obligaties op 10 jaar, wat betere voorwaarden zijn dan voor de eurozone met uitzondering van Duitsland.

 

Economie in vorm

De goede prestaties zijn grotendeels te danken aan olie- en gasinkomsten (onmetelijke reserves in de Noordzee, staat heeft meerderheidsbelang in aantal grote groepen). Die werden jarenlang niet meteen uitgegeven maar integendeel opgepot in het GPFG, dat net tot doel heeft de olie-inkomsten op lange termijn deugdelijk te beheren. Door te investeren in het buitenland, vermijdt het fonds dat de Noorse economie oververhit zou raken. En door massaal Noorse kronen (NOK) te verkopen om te investeren in het buitenland, vermijdt het fonds ook een te sterke appreciatie van de kroon, wat goed nieuws is voor de overige industrie van Noorwegen (buiten de olie- en gassector). Die doet het trouwens prima. De lage werkloosheid (iets meer dan 3 %) en de continue loonstijgingen ondersteunen de binnenlandse vraag, die zich ontpopte tot een van de belangrijkste groeimotoren. Terwijl de economische groei in de eurozone in 2011 en 2012 naar verwachting maar net zal uitstijgen boven de 1 %, zal hij in Noorwegen over dezelfde periode wellicht ruim 2 % bedragen.

 

Aantrekkelijke rentevoeten

Dankzij de goede economische prestaties kon Noorwegen zijn monetair beleid normaliseren. De Noorse centrale bank was na de financiële crisis een van de eerste om haar rentevoeten opnieuw te verhogen (eind 2009 zelfs twee keer), en trok ook in 2010 en 2011 haar leidende rentetarieven verder op. Op 2,5 % vandaag behoort de Noorse leidende rente tot de hoogste van West-Europa. En die trend zal normaal aanhouden want de centrale bank is voornemens om haar leidend rentetarief nog dit jaar opnieuw te verhogen.

 

Ja, maar...

Wie belegt in Noorse obligaties heeft de zekerheid te beleggen in een land met een lage schuldenlast en stevige reserves. Helaas liggen de geboden rendementen maar ietsje hoger dan die voor Duits schuldpapier. En ondanks de massale aankopen van buitenlandse munten door het GPFG is de NOK lichtjes overgewaardeerd t.o.v. de euro, wat ook geen wonder is gezien de toestand van de overheids-financiën in diverse eurolanden.

 

Noorwegen biedt dus een aantal troeven voor obligatiebeleggers maar we denken dat er betere alternatieven zijn. Zo kunnen ook de Canadese dollar (CAD) en de Zweedse kroon (SEK) terugvallen op stabiele overheidsfinanciën en een vrij lage overheidsschuld. De geboden rendementen zijn er evenmin erg hoog, maar deze twee munten beschikken o.i. wel nog over stijgingspotentieel t.o.v. de euro.

 

De Noorse beurs is niet uitgesproken duur maar is wel sterk gecorreleerd aan de evolutie van de olieprijzen. Bovendien is het een vrij kleine beurs, wat aanleiding kan geven tot liquiditeitsproblemen (moeilijker verhandelbaar). We raden ze niet aan.

 

Deel dit artikel