Analyse
Grondstoffen: vraag steil omhoog 6 jaar geleden - woensdag 15 juni 2011

Tussen begin 2007 en het hoogtepunt van de markten in 2008 zijn de grondstoffenprijzen nagenoeg verdubbeld.

 

Eenvoudige redenering

De westerse geïndustrialiseerde economieën draaiden op volle toeren en daarbij kwam nog eens de fors toenemende vraag vanuit de groeilanden (in het bijzonder China). De vraag klom met andere woorden sterk, waardoor de grondstoffen in een tijdperk belandden waar de koersen alleen nog leken te kunnen stijgen. Die aanname scherpte ook de beleggersappetijt naar grondstoffen en allerlei financiële instrumenten om een graantje mee te pikken van de grondstoffenhausse gingen als zoete broodjes over de toonbank. Die dynamiek had de verdienste meer liquiditeit te bezorgen aan markten die daar nood aan hadden, maar ze leidde ook tot excessen.

 

Plots was er de financiële crisis in 2008 en het dichtslibben van de kredietmarkten, waardoor de kaarten grondig herschud werden. Er werd gevreesd voor een wereldwijde economische depressie en het terugschroeven van de vraagprognoses, waardoor de grondstoffenprijzen in een paar maand tijd ruim 50 % naar beneden tuimelden. De vraag vanuit de industrielanden daalde ook, maar dankzij diverse stimuleringsmaatregelen bleven landen als China en India wel aan een stevig tempo doorgroeien. De daling van de vraag was m.a.w. maar tijdelijk en toen ook de westerse economieën opnieuw aanknoopten met groei, zwol de vraag opnieuw aan en klommen de prijzen snel naar nieuwe hoogtepunten.

 

Flexibel monetair beleid

Het opnieuw aantrekken van de grondstoffenprijzen in de lente van 2009 had ook veel te maken met de overvloedige beschikbaarheid van "goedkoop geld". Om hun economie zo snel mogelijk weer te laten opleven, verlaagden centrale banken overal ter wereld hun leidende rentevoeten, vaak tot bijna 0 %, injecteerden ze massaal kapitaal in het financiële systeem, en overspoelden ze zo de markten met liquiditeiten. Dat erg expansionistische beleid had een dubbele impact. Enerzijds kwam een deel van de fondsen die het herstel moesten stimuleren op de grondstoffenmarkten terecht en hielp het de koersen omhoog te duwen. Anderzijds werd er door de overvloed aan liquiditeiten gevreesd voor een al te krachtige opmars van de inflatie, waartegen beleggers zich trachtten in te dekken via edelmetalen zoals goud, zilver en platina. Dergelijke kapitaalstromen zijn evenwel van nature onstandvastig en dragen dan ook bij aan de volatiliteit en het risicogehalte van de grondstoffenkoersen.

 

Riskante activa

Beleggers storten zich massaal op grondstoffen als de economie het goed doet, maar begeven zich al even massaal naar de uitgang bij het minste teken van nattigheid. Ze keren dan grondstoffen en andere riskante activa de rug toe en kiezen voor de (o.i. erg relatieve) veiligheid van Amerikaanse staatsbons, wat de koers van de dollar als vluchtwaarde ten goede komt. We mogen niet alle grondstoffen over dezelfde kam scheren, maar algemeen is het wel zo dat de grondstoffenprijzen een duidelijke correlatie vertonen met de wisselkoersevolutie van de euro t.o.v. de dollar. Sinds kort is het duidelijk dat de Amerikaanse economie vertraagt, de problemen met de Europese overheidsschulden blijven aanslepen, en last but not least trekken veel groeilanden hun rentevoeten op om het inflatiegevaar in te dijken, waardoor er veel vraagtekens zijn rond het voortduren van het herstel. Dat volstond om de dollar weer meer kleur te geven en de grondstoffenprijzen beleefden soms spectaculaire correcties. Zo dook de zilverprijs begin mei 30 % lager in nog geen twee weken!

 

Deel dit artikel