Analyse
Europese schuldenberg blijft groeien 6 jaar geleden - donderdag 28 april 2011

Eurostat maakte gegevens bekend over de Europese overheidsschulden en begrotingstekorten in 2010 en die zijn niet meteen hartverwarmend...

 

Groei is terug van de partij...

In 2010 was er opnieuw economische groei. Het nominaal bruto binnenlands product (tegen marktprijzen, in tegenstelling tot het reële bbp) steeg met 2,6 % en nadert zo opnieuw het niveau van 2008. Maar die groei had wel een prijs en de overheidsbudgetten kleuren nog altijd donkerrood. Vroeg of laat moet daar iets aan gedaan worden. In 2009 bedroeg het begrotingstekort voor de hele eurozone 6,3 % van het bbp. In 2010 is dat nog altijd een ontgoochelende 6 %.

 

...maar teveel slechte leerlingen in de klas

Zoals verwacht zijn de slechtste leerlingen in de klas de landen die een beroep deden op Europese noodhulp (Portugal, Griekenland, Ierland), aangevuld met Spanje. Het Ierse tekort (32,4 % van het bbp) was te verwachten (er werden kolossale bedragen in de redding van het Ierse bankenstelsel gepompt), maar dat van Griekenland (10,5 %) en Portugal (9,1 %) is groter dan de eerste cijfers die door Athene en Lissabon werden aangekondigd. De markten reageerden ontgoocheld en duwden de rentevoeten op Grieks en Portugees schuldpapier naar alweer nieuwe recordhoogtes. Spanje moet ondanks het opvoeren van zijn bezuinigingsmaatregelen een tekort van 9,2 % van zijn bbp slikken en ook Frankrijk ontgoochelt door zijn tekort niet opnieuw onder de 7 % te krijgen.
Van alle lidstaten slaagde enkel de jongste eurotelg (Estland) erin om een financiële situatie in evenwicht af te leveren. De overheidsschuld in de eurozone zet haar opmars helaas dan ook verder: in 2007 bedroeg ze 66 % van het bbp, in 2010 klokte ze af op 85,1 %.

 

Tijd om te handelen

De situatie is zeker niet rampzalig als we ze vergelijken met de overheidsschuld van Japan (meer dan 200 % van het bbp) en van de VS (zal dit jaar de 100 % van het bbp bereiken). Door die kolossale Amerikaanse schuld (en ondanks de situatie in Europa) scheert de euro trouwens hoge toppen t.o.v. de greenback (ruim 1,46 USD).
Maar gezien de relatief ongunstige demografische evolutie in Europa en een hele generatie baby-boomers die de pensioenleeftijd nadert, is het nu het moment om te handelen en de begrotingen strakker te beheersen om de lasten voor toekomstige generaties draagbaar te houden. Helaas blijven de schuldenbergen dus aangroeien. Momenteel blijft de financiering daarvan relatief goedkoop dankzij de erg lage leidende rentevoeten, dankzij kolossale kapitaalinjecties door de centrale banken en in sommige gevallen het eenvoudigweg opkopen van staatsbons door de monetaire autoriteiten, maar die situatie kan niet eeuwig voortduren en vroeg of laat moeten we terug naar een normalisatie (stijging leidende rente, einde kapitaalinjecties en opkopen van overheidsobligaties). De beleggers zullen ook steeds hogere rendementen eisen om de overheden te financieren, waardoor de rentevoeten zullen stijgen, en dat zal ook afstralen op de bestaande obligaties.

 

Kiezen voor zekerheid

Door het wel erg flexibele budgettair beleid in de eurozone, in de VS en in Japan, zullen landen met een beperkte schuldenlast het goed blijven doen op de financiële markten. Vanuit die optiek blijven we dan ook Zweedse overheidsobligaties aanraden (individuele obligaties of obligatiefondsen, bv  ING L Renta Fund II SEK et KBC Renta Sekarenta), Canadese obligatiefondsen  (ING L Renta Fund II Canadian Dollar, KBC Renta Canarenta) en Zwitserse obligatiefondsen (KBC Renta Swissrenta). 
  

Deel dit artikel