Analyse
Beleggen in Japan: niet doen 6 jaar geleden - vrijdag 15 april 2011

Japan zal uit de nesten raken maar de politieke instabiliteit en de sterke yen bemoeilijken de zaken.

De recente gebeurtenissen in Japan zullen de al tot over de oren in de schulden stekende economie nog dieper in het schuldstraatje sturen en wegen op de economische groei op korte termijn. Wat te denken van Japanse aandelenbeleggingen? De beurs blijft ook na de val duur en het potentieel van de yen en de lokale obligatiemarkten is eerder beperkt. Hebt u nog posities in yen in de portefeuille, dan mag u ze verkopen.

 

Cynisch?

Beleggers zijn een cynisch volkje. Ontslaat een bedrijf personeel, dan kan de koers van het aandeel daar positief op reageren omdat de winstvooruitzichten bijvoorbeeld plotseling beter kunnen meevallen. Hetzelfde geldt voor rampzalige gebeurtenissen, hoe erg ze ook zijn op menselijk vlak. Rampen kunnen initieel voor een overreactie op de financiële markten zorgen waardoor de lokale beurs, munt en/of obligatiemarkten te diep door het ijs kunnen zakken. Daardoor vallen er vaak ‘koopjes’ voor beleggers die verder kijken dan hun neus lang is.
Vorige maand werd Japan getroffen door aardbevingen, een tsunami en een potentiële kernramp. De barre weersomstandigheden en de moeilijkheid om enkele prefecturen van de nodige basisvoorzieningen te voorzien, verergerden het rampscenario.
De beurs van Tokio stond in lokale munt eind maart 8 % lager tegenover de maand voordien en de Japanse yen verloor bijna 4 % tegenover de euro. De veilig geachte Japanse overheidsobligaties bleven een rots in de branding en boekten lokale winsten tot 1 % nadat de obligatierentes daalden door de talrijke aankooporders. Zijn beleggingen in Japan koopwaardig geworden in het licht van de gebeurtenissen?

 

Ramp fnuikt groei

De aardbeving van 11 maart en de gevolgen ervan hebben een zware impact op het Japanse industriële apparaat. Het stilleggen van de kerncentrales, goed voor een kwart van de lokale elektriciteitsproductie, en de verwoesting van de infrastructuur zal voldoende zijn om de Japanse economie in een recessie te doen belanden. Vorig jaar groeide de economie nog sneller dan verwacht (3,9 %), vooral dankzij de export, voor dit jaar verwachten we een groei van maximaal 1,5 %, een magere 1 % zelfs voor de jaren daarna.

Verwacht wordt dat de heropbouw van de infrastructuur nu zowat 3 % van het bruto binnenlandse product (bbp = som van alle goederen en diensten die een land in één jaar produceert en levert) zal kosten. Naast de 500 miljard euro die de Japanse centrale bankier recentelijk in de economie heeft gepompt, is dat slikken want het Japanse begrotingstekort voor de komende jaren werd voor de aardbeving al geschat op ruim 7 % van het bbp. De staatsschuld loopt er zelfs op tot 200 %. Dankzij de trouwe binnenlandse spaarders blijft die situatie onder controle maar vroeg of laat zal Japan een financieringsprobleem kennen, met alle gevolgen van dien.

 

Yen blijft sterk

Opvallend in het hele verhaal blijft de sterkte van de yen. Die verloor in de naweeën van de ramp weliswaar terrein tegenover de euro (-2 %), de munt blijft historisch hoog noteren, vooral tegenover de dollar. De relatieve sterkte van de munt heeft twee redenen. Vooreerst repatriëren de Japanners massaal veel geld. De verzekeraars doen dat om aan hun verplichtingen te voldoen, particulieren en bedrijven doen dat om de heropbouw te bekostigen. Bijzonder weinig gezinnen waren bijvoorbeeld goed verzekerd tegen het natuurgeweld. Het geld dat binnenvloeit, is groter dan het geld dat de buitenlandse beleggers uit het land halen. Daarnaast kopen heel wat hefboomfondsen de yen op om hun ontleende posities in die munt af te dekken. De yen wordt door de lage intrestvoeten immers gebruikt als ontleenmunt om in andere (hoogrentende) munten te beleggen. Ooit moeten die leningen worden terugbetaald en dat vindt nu plaats.
Na de klim vinden we de yen op dit moment correct gewaardeerd tegenover de euro. Het potentieel van de munt is beperkt.
Hetzelfde geldt voor de obligatiemarkten in yen. De combinatie van het gebrekkige potentieel van de yen met de lage reële obligatierente (1,9 % op tien jaar) doet onsniet watertanden.

Afblijven op dit moment.

 

Nikkei krijgt klop

De beurs bleef ook niet bij de pakken zitten en verloor in maart 12 %. De grootste verliezers waren industriële concerns en financiële instellingen, die gemakkelijk 20 % of meer kwijtspeelden. Slechts 3 % van de bedrijven ging hoger op de beurs, onder hen vooral bouwondernemingen.
Zelfs na de daling in maart blijft de beurs van Tokio een dure beurs indien we rekening houden met de klassieke beursratio’s en in het licht van de (nieuwe) winstvooruitzichten.
Ook van die belegging blijven we af.

 

Deel dit artikel