Analyse
Competitief muntbeheer 7 jaar geleden - dinsdag 5 oktober 2010

Nu de economie in verschillende landen niet wil aanslaan, wordt een extra wapen gebruikt : het vrijwillig verzwakken van de eigen munt. Deze competitieve devaluaties bieden niet altijd soelaas.

 

Verzwakking eigen munt

Tot op heden hebben heel wat centrale banken een zeer soepel monetair beleid gevoerd, met een lage rente en kwantitatieve versoepeling, om de economie terug aan de praat te krijgen. Dit is slechts voor een deel gelukt want het herstel is in verschillende landen niet overtuigend. Vandaar dat sommige landen een nieuw wapen in de strijd gooien om de economie aan te zwengelen: competitieve devaluatie of het verzwakken van de eigen munt om de concurrentiepositie te verbeteren en de export te bevorderen. Een zeer mooi voorbeeld van deze strategie is de Chinese valutapolitiek van de afgelopen jaren. De nationale munt, de yuan wordt kunstmatig laag gehouden zodat Chinese goederen in het buitenland goedkoop zijn.

 

Geen industriële basis meer

Op het eerste zicht lijkt deze politiek enkel voordelen te hebben. Exportproducten worden goedkoper in landen waar de munt niet is verzwakt en de economie krijgt extra impulsen door een groeiende vraag uit het buitenland. Hierdoor krijgt de werkgelegenheid een duwtje in de rug en wordt de binnenlandse vraag aangezwengeld (meer mensen aan het werk, meer consumptie). Tot hier de theorie. Een groot probleem is echter dat in veel westerse landen zoals het Verenigd Koninkrijk en de VS, die trouwens gretig hun munt naar beneden duwen, de industriële basis en dus de exportmogelijkheden de voorbije decennia enorm zijn afgebrokkeld. Het zijn diensteneconomieën geworden die nauwelijks nog een exporthefboom hebben. Een competitieve muntdevaluatie heeft dan ook weinig zin.

 

Gevaren op lange termijn

Deze politiek is zeer gevaarlijk vooral als ze leidt tot een opbod van deze competitieve devaluatie. Het land dat er niet aan meedoet, dreigt uit de markt te worden geconcurreerd. Want eigenlijk is dit een vorm van protectionisme. Men schermt zijn eigen markt af omdat door de verzwakte munt buitenlandse goederen duurder zijn geworden en minder kunnen doordringen, maar tegelijkertijd wil men zelf andere markten met goedkopere producten bespelen en inpalmen. Als puntje bij paaltje komt wentelt men de eigen problemen af op de handelspartners. Voor het zeer exportgedreven Duitsland bijvoorbeeld is deze evolutie zeer nefast. De euro is versterkt tegen zowat alle munten van zijn handelspartners omdat de Europese Centrale Bank een iets minder soepel monetair beleid voert en ook haar munt niet bewust wil doen depreciëren.

 

Daarnaast gaat men door de kunstmatige verbetering van de concurrentiekracht het aanpassingsvermogen van de economie of het dynamisme ervan beknotten. De industrie moet minder tering naar de nering zetten en hoeft
zich minder te bekommeren om loonmatiging, investeringen in vernieuwing en het opdrijven van de productiviteit. Elementen die later de economie parten zullen spelen als de concurrentiepositie verzwakt. Gewin op korte termijn dus die op langere termijn zuur kan opbreken.

 

Inflatie

Het grootste gevaar van een dergelijke politiek schuilt in de invoering en opzwepen van inflatie. Niet alleen drukt men geld bij (soepele monetaire politiek) maar men gaat op de koop toe inflatie invoeren door de duurdere import. Voor heel wat goederen is er immers geen andere optie dan in te voeren (levensmiddelen, industriële goederen, grondstoffen…). Zelfs al lijken op dit moment de verschillende autoriteiten niet wakker te liggen van de inflatie, op termijn kan ze door het dak gaan waardoor de centrale bank gedwongen wordt om de rente te verhogen. Het risico bestaat dat men uiteindelijk de economie gaat afremmen.

 

Verschil tussen devaluatie en depreciatie?

In de tekst maken we gewag van devaluatie maar eigenlijk kunnen we ook depreciatie gebruiken. Bij een devaluatie gaat het om een officiële (overheids)beslissing om een munt met een bepaald percentage te doen dalen. In 1982 devalueerde de Belgische frank met 8,5 % binnen het Europees Monetair Stelsel of tegen een korf van andere Europese munten. Als de euro echter door marktgebeurtenissen zoals de schuldencrisis terugvalt op de wisselmarkten spreekt men van een depreciatie.
In het hierboven aangehaalde geval zitten we in de schemerzone. Het is eerder een verdoken en geen open officiële beslissing om de munt te laten dalen in waarde. Er is ook geen beoogd percentage mee gemoeid. In principe kunnen we dus competitieve devaluatie of depreciatie gebruiken.

 

Deel dit artikel