Analyse
Engeland 7 jaar geleden - vrijdag 21 mei 2010
De Britse verkiezingen van 6 mei, overschaduwd door de problemen in de eurozone, zijn historisch te noemen. Voor de eerste keer sinds 1974 haalde geen enkele partij de meerderheid.

Onuitgegeven coalitie
De Conservatieven aangevoerd door David Cameron zijn opnieuw de grootste politieke partij van het land na 13 jaar oppositie terwijl de Labour-partij van uittredend eerste minister Gordon Brown de grote verliezer van de stembusgang is geworden. Tegenvaller is het feit dat de Conservatieven geen meerderheid van zetels hebben gehaald waardoor David Cameron een alliantie heeft moeten aangaan met de Liberaal Democraten van Nick Clegg om een regering te vormen. In het VK is een coalitie een rariteit terwijl dit in de rest van Europa normaal is. Velen vragen zich dan ook af of de nieuwe regering in staat zal zijn de economie te hervormen en zelfs het land te besturen. De twee partners hebben immers een tegengestelde visie op een hele resem zaken. In beide kampen gaan er reeds stemmen op om dit tegennatuurlijk huwelijk in vraag te stellen. Nochtans stellen beide alles in het werk om hun regering te laten slagen door het doen van belangrijke concessies. Belangrijker nog is dat ze akkoord zijn om het grootste probleem van al, het overheidsdeficit aan te pakken.

Budgettaire last
De openbare financiën, die tijdens de jaren van economische voorspoed reeds structureel een tekort lieten optekenen, zijn tijdens de crisis enorm verslechterd. Terwijl de sociale uitkeringen verhogen met de toename van de werkloosheid vallen de fiscale inkomsten – in het bijzonder de grondbelastingen, BTW en taksen op de financiële sector – fors terug door de daling van de consumptie, het einde van de vastgoedboom en de financiële crisis. Het resultaat is een overheidstekort voor 2009 van 11,5 % van het BBP tegenover een tekort van slechts 4,9 % in 2008. De nieuwe regering, die zich bewust is van de gevaren van deze situatie, heeft al besparingsmaatregelen aangekondigd. Het gaat vooral over symbolische besparingen zoals de loondaling van 5 % voor ministers. Deze stap zorgt slechts voor een besparing van 6 miljard pond op een totaal deficit van 163 miljard maar zorgt tevens voor rust en creëert tijd alvorens in het najaar met een groot besparingsplan te komen.

Een overgankelijke bondgenoot
Om hen te helpen in de moeilijke sanering van de overheidsfinanciën kan het duo Cameron-Clegg, net zoals Gordon Brown in 2009, gelukkig rekenen op de Bank of England. Deze laatste heeft vorig jaar niet getwijfeld om rechtstreeks op de obligatiemarkten voor 200 miljard aan activa te kopen waardoor de rentevoeten niet in de lucht zijn geschoten en ze een schuldcrisis heeft kunnen vermijden op een moment dat de budgettaire situatie van het land even erg was als deze van de zuiderse landen van de eurozone. De Bank of England, die de inspanningen van de nieuwe regering verwelkomt, heeft zich wederom bereid verklaard om indien nodig obligaties aan te kopen en eventuele speculatieve aanvallen op de overheidsschulden in de kiem te smoren. Hoewel een dergelijke politiek de geloofwaardigheid van de munt kan aantasten en de inflatie kan aanwakkeren, lijkt de nationale bank zich geen zorgen te maken over een ontsporing van inflatie. De stijging van 3,7 % in april doet ze af als tijdelijk. De daling van het pond ziet ze daarenboven als een goede zaak voor de Britse economie omdat dit de enige manier is om een zwakke interne vraag te counteren en omdat de export en de nog altijd zwakke economie wordt bevorderd.

Winnende strategie?
De monetaire en politieke autoriteiten hebben een gecoördineerde strategie uitgedokterd om de economie uit de crisis te tillen: de eerste door een financiering van de overheidsschuld te verzekeren waardoor de tweede de tijd krijgt om de budgettaire sanering aan te pakken. Aangezien dit laatste zal gebeuren via een flinke daling van de overheidsuitgaven maar ook via hogere belastingen (een verhoging van de BTW lijkt onafwendbaar) zal de binnenlandse vraag dan ook zwak blijven. Om te vermijden dat de gehele economie in het sukkelstraatje blijft, willen de autoriteiten de buitenlandse handel bevorderen door een daling van het pond te orkestreren. De export zal een duw in de rug krijgen maar de daling van de import, die duurder zal worden, zal ongetwijfeld slechts een beperkte daling kennen. En hier bevindt zich ongetwijfeld de zwakke plek van de Britse strategie. Een groot gedeelte van de import kan niet worden vervangen door binnenlandse producten en het zal voor het VK moeilijk zijn om de aankopen in het buitenland radicaal te verminderen. Voor de belegger biedt de Britse beurs, die nog altijd goedkoop is, echter heel wat opportuniteiten vooral dan in de hoek van de exporteurs. Andere bedrijven zijn ook interessant al was het maar voor de goedkope waarderingen. Op fondsenvlak raden we Dexia Equities L UK (LU0093582269) en SSgA UK Index Equity (FR0000018327) aan.

Deel dit artikel