Analyse
Het discrete Britse verval 8 jaar geleden - dinsdag 2 maart 2010
Terwijl de media focussen op de budgettaire problemen van Zuid-Europese landen, ontsnapt Groot-Brittannië aan de aandacht, hoewel beleggers zich stilaan zorgen beginnen maken.

Zelfde beproeving
Met een verwacht overheidstekort van boven de 10 % van het BBP voor dit jaar en een overheidsschuld dicht bij de psychologische drempel van 100 % van het BBP, zouden de rekeningen van het Britse staat gemakkelijk kunnen worden verward met die van Griekenland. De situatie van Groot-Brittannië is op sommige vlakken zelfs slechter dan die van Griekenland. Want de budgettaire ratio’s houden geen rekening met de ondergrondse economie, geschat op 20 % van de Griekse activiteit tegenover nauwelijks 10 % voor de Britse. En indien Griekenland erin slaagt sommige activiteiten uit de schaduweconomie te halen, zijn extra fiscale inkomsten mogelijk terwijl de Britse autoriteiten een beperkte manoeuvreerruimte hebben om de fiscale inkomsten te verhogen. De financiële situatie van een land kan perfect worden begrepen als men naast de overheidsschuld ook rekening houdt met de schulden uit de privé-sector. Welnu, Groot-Brittannië bestaat uit een leger van met schulden overladen gezinnen. Als de schulden van gezinnen, overheid en de Britse bedrijven worden samengevoegd dan heeft het land één van de grootste schuldposities ter wereld! De staat kan met andere woorden niet rekenen op de spaargelden van haar onderdanen om zich te financieren. Plaatsen we de overheidsschuld tegenover de toekomstige groei dan wordt het plaatje er niet beter op. De Britse vooruitzichten zijn verre van geruststellend omdat de twee steunpilaren van de economie tot nu toe vastgoed en financiën waren.

Voorrecht onder voorbehoud
Is het omdat de financiële pers en de ratingagentschappen Angelsaksisch zijn dat Groot-Brittannië maar blijft genieten van overdreven eerbied en zijn triple AAA-rating – de hoogste rating die er bestaat om de financiële soliditeit van de emittent van obligaties in te schatten – terwijl de rating van Griekenland constant wordt verlaagd. De wind lijkt echter geleidelijk te draaien. De ratingagentschappen waarschuwen steeds meer voor de financiële toestand. Daarenboven gaat geen week voorbij zonder dat een fondsbeheerder de Britse scheeftrekking met de vinger wijst en sommige een ramp voor het Britse pond en de Britse obligatiemarkt voorspellen. Het hoeft geen betoog dat een ratingverlaging slechts een kwestie van tijd is. Gezien 2010 helaas een verkiezingsjaar is, slaagt de regering er niet in een strategie uit te dokteren om uit het dal te klimmen en maatregelen te nemen om de openbare financiën drijvende te houden. Uiteindelijk zijn enkel de monetaire autoriteiten zeer bedrijvig. Om ervoor te zorgen dat er voldoende liquiditeiten op de financiële markten aanwezig zijn, heeft de Bank of England in 2009 een aankoopprogramma van activa ter waarde van 200 miljard pond ingevoerd. Hiermee heeft de Britse centrale bank een groot deel van de nieuwe uitgifte van staatsobligaties van de afgelopen twaalf maanden, met een waarde van 225 miljard, onderschreven. Volgens bepaalde schattingen heeft dit toegelaten om de rente 1 % lager te houden dan het ‘normale’ niveau waarop de rente had moeten noteren en dus de financiering van de overheidsschuld te vergemakkelijken. Maar vandaag gaan de Britse rentevoeten opnieuw de hoogte in terwijl de enveloppe leeg is,  de financiële nood van de overheid nog altijd even groot is en de twijfel over de schuldpositie toeneemt.

In de val
Na verschillende keren het bedrag van het aankoopprogramma te hebben verhoogd in 2009, kondigde de Bank of England op 4 februari een pauze aan. Ze heeft echter de deur op een kier gelaten voor een nieuwe verlenging indien dat nodig zou blijken. Ze dacht echter niet dat slechts één maand na de pauze het probleem opnieuw op tafel zou komen. Door de rente op de obligatiemarkten te willen vasthouden, heeft de centrale bank zich in een impasse gemanoeuvreerd en zal ze verplicht zijn om het aankoopprogramma te verlengen als ze tenminste de rente – reeds op het niveau van deze in Spanje en Italië – niet wil zien stijgen en het broze economische herstel niet wil afkraken. Al doende is ze veroordeeld om al maar meer liquiditeiten te injecteren die helemaal niet de kredietverlening of de economie stimuleren maar dienen om het overheidstekort te financieren. Wat de monetaire autoriteiten ook doen, de grote verliezer is gekend: het pond. Want door de geldhoeveelheid te verhogen en een stijging van de rente te verhinderen, brengt de aankoop van activa het pond extra schade toe. Het pond verloor reeds 30 % van zijn waarde, sinds zijn hoogtepunt van januari 2007. De rente laten opklimmen, zal het pond evenmin soelaas brengen want het zal dan worden getroffen door de slechte economie en de schuldproblematiek. Het is absoluut niet het moment om obligaties in het Britse pond te kopen, uitgegeven door de staat of een andere emittent, ook al is de munt ondergewaardeerd tegenover de euro.

Deel dit artikel