Analyse
Schuld : bezuinigingen enige oplossing 7 jaar geleden - maandag 1 februari 2010
De gezondmaking zal onvermijdelijk gepaard gaan met pijnlijke keuzes !

De schuldenlast, een alomtegenwoordig thema sinds begin dit jaar, zal op termijn alle geïndustrialiseerde landen raken.

Een schepje bovenop
Regeringen hebben, geconfronteerd met de crisis, in 2009 op budgettair vlak een expansionistische politiek gevoerd. De explosie van sociale kosten is geen halt toegeroepen terwijl stimuleringsmaatregelen zijn uitgevoerd. Een recept dat voor enorme overheidstekorten heeft gezorgd en de openbare schuld uit de pan heeft doen swingen met als gevolg een forse toename van uitgiftes van overheidspapier om dit alles te financieren. Dit zal in 2010 nauwelijks verbeteren omdat het huidige economische herstel te timide is om de fiscale inkomsten voldoende te doen stijgen en niet zal toelaten om de toename van de sociale kosten te vertragen. De voortzetting van stimuleringsmaatregelen in verschillende landen zal bovendien nog voor een extra kost zorgen. Het resultaat? Het terugdringen van het deficit in de Verenigde Staten zal marginaal zijn terwijl de eurozone mogelijk een verdere verslechtering zal kennen. Enkel de landen met het mes op de keel zoals Ierland en Griekenland nemen reeds bezuinigingsmaatregelen.

Onmogelijk evenwicht
Toen de overheden hun stimuleringsplannen uitdokterden, hielden ze rekening met een snelle en krachtige heropleving van de economie zodat hun overheidsfinanciën automatisch terug gezond zouden worden. Helaas, het economische herstel was snel noch krachtig en is vooral, zoals het Internationaal Muntfonds (IMF) recent onderstreepte, gesteund door …stimuleringsplannen. Een situatie die het IMF aan de ene kant aanzet om regeringen aan te sporen hun budgettaire hulp aan te houden. Aan de andere kant stelt het IMF de verslechtering van de overheidsfinanciën aan de kaak en moedigt aan om bezuinigingsmaatregelen te nemen. Deze tegenstrijdige aanbevelingen illustreren het dilemma waarvoor de geïndustrialiseerde landen staan: de voorkeur geven aan een gezondmaking van het budget om een motie van wantrouwen van de markten te vermijden of doorgaan met de ondersteuning van de economie. Voor het ogenblik schipperen ze tussen deze twee tegenstrijdige doelstellingen in de hoop een schuldoverrompeling en stagnatie te kunnen vermijden. Maar dit weegt op de hulpbronnen (openbare financiën) zonder snel vooruit te gaan (groei).

Weinig oplossingen
Overheden, vooral in Europa, moeten niet te veel rekenen op groei om de overheidsfinanciën op een pijnloze manier gezond te maken. De mogelijkheden om het probleem op te lossen zijn beperkt. Een herhaling van het Japanse scenario, waarin beleggers aanvaarden om meer overheidsschuld op te nemen zonder een hogere vergoeding te vragen, heeft weinig kans. Het voorbeeld van Griekenland, dat bijna dubbel zoveel moet betalen als Duitsland om zich te financieren, bewijst het tegendeel. De markten hebben geen medelijden voor losgeslagen overheidsfinanciën en een constante stijging van de overheidsschuld zal uiteindelijk tot een impasse leiden. Zelfs de Amerikaanse Schatkist zal niet eeuwig kunnen rekenen op China om zich goedkoop te financieren. Een terugkeer van inflatie zoals in de jaren ’70, die de schuldenlast verlicht (dankzij inflatie weegt 1 000 EUR terug te betalen binnen 10 jaar minder zwaar dan vandaag), is evenzeer weinig waarschijnlijk op korte termijn aangezien het overaanbod aan productiecapaciteit eerder de prijzen zal drukken terwijl de monetaire autoriteiten veel minder tolerant staan tegenover inflatie dan 40 jaar geleden. Met een te zwakke economische groei om het budgettaire probleem op te lossen, beleggers die niet bereid zijn om tegen eender welke prijs overheidsschulden op te nemen en een te beperkte inflatie, zullen bezuinigingen zichzelf uiteindelijk opdringen aan de geïndustrialiseerde landen.

Verzwakte munten
Het schuldprobleem zal nog een lange tijd in de hoofden van beleggers blijven spoken en een impact hebben op de evolutie van de wisselmarkten. Na eerder het Britse pond te hebben geraakt, is het nu de beurt aan de euro om getroffen te worden door de vrees rond de ontsporing van de openbare financiën (cfr. Griekse ontsporing) en morgen is het misschien de beurt aan de Amerikaanse dollar of de Japanse yen. In werkelijkheid zijn de belangrijkste valuta van de industriële landen (dollar, yen, euro en pond) zoals de openbare financiën van deze landen geworden, verzwakte munten aangewezen op groei, inflatie en beleggersappetijt voor schuldpapier van elk land. De wil van de politieke leiders om hun munt te verzwakken zodoende de export te bevorderen en de economie te ondersteunen, zoals in Japan reeds gebeurt, speelt ook een rol. Met dit in het achterhoofd, verkiezen we om deze munten links te laten liggen en ondanks het feit dat het voor de Europese belegger gebruikelijk is om obligaties in euro te hebben, zouden we de voorkeur geven aan deviezen van landen met gezonde openbare financiën zoals de Zweedse kroon en de Australische en Nieuw-Zeelandse dollar.

Deel dit artikel