Analyse
Meer dan een schuldprobleem 7 jaar geleden - dinsdag 9 februari 2010
De Griekse schuldpositie is slechts een symptoom van de vele problemen waarmee het land en nu ook andere landen van de eurozone, met Portugal op kop, kampen.

Groei op basis van krediet
De groei van de laatste jaren in Griekenland en in Portugal is vooral gedragen door een sterke binnenlandse vraag: 74 % van het BBP in Griekenland en 66 % in Portugal! Ter vergelijking: de binnenlandse consumptie in de Verenigde Staten, waar de consumptiedrang berucht is, kwam de laatste jaren op 71 % van het BBP. Het Europese gemiddelde ligt slechts op 56 %. Om een dergelijk niveau te bereiken hebben gezinnen in de twee Europese landen hun spaarquote flink teruggeschroefd. Bovendien konden Griekenland en Portugal bij hun intrede in de eurozone genieten van zeer lage rentevoeten waardoor gezinnen zich diep in schulden staken door massaal in vastgoed te investeren en heel wat op krediet te kopen. Bij gebrek aan spaartegoeden moesten lokale banken naar het buitenland gaan om gelden op te halen zodoende voldoende kredieten in de thuismarkt te kunnen verstrekken. Gezien de beperkte competitiviteit van de lokale producten is het geleende geld door de aankoop van geïmporteerde goederen direct weer uit het land gestroomd. Het resultaat is dat het tweetal een deficit op de lopende rekening heeft van 10 % of meer, een onhoudbaar niveau in combinatie met de enorme budgettaire tekorten. De tweede motor van de groei was de bouw. Ondermeer dankzij de hulp van de Europese Unie zijn de zuiderse landen met enorme infrastructuurwerken gestart waar de bouwsector enorm heeft van geprofiteerd zonder nog te spreken van de vastgoedsector. Deze groei gesteund op beton heeft zijn hoogtepunt bereikt in 2004 toen de twee landen in sportieve infrastructuur investeerden om de Olympische Spelen in Athene en het Europese voetbalkampioenschap in Portugal te kunnen organiseren.

Gebrek aan concurrentiekracht
De laatste jaren is de concurrentiekracht van Griekenland en Portugal almaar afgebrokkeld. In de jaren ’80 waren ze nog competitief tegenover hun Europese partners dankzij hun lage lonen maar de Europese uitbreiding naar het oosten en de doorbraak van Aziatische landen op het vlak van wereldhandel hebben daar verandering in gebracht, net als de duurte van de euro trouwens. De industriële sector is dan ook zienderogen achteruit gegaan door de focus op producten met weinig toegevoegde waarde. Zelfs de toeristische sector heeft het vandaag moeilijk door de groeiende concurrentie van Turkije en Noord-Afrika. Erger nog, de competitiviteit van de twee landen is verminderd in de eurozone zelf omdat de arbeidskosten en het laatste decennium veel sterker gestegen zijn dan in Duitsland. Doordat ze hun munt niet meer kunnen devalueren zoals vroeger (om hun producten goedkoper te maken voor de export) en ze terrein verliezen tegenover Duitse concurrenten hebben Griekenland en Portugal het moeilijk om competitief te blijven binnen de eenheidsmarkt en staan aan de rand van de economische afgrond. Helaas zijn de mogelijke oplossingen niet dik gezaaid en zijn ze zonder uitzondering pijnlijk. Ofwel slagen deze landen erin productiviteitswinsten te boeken die hoger liggen dan gemiddeld, dit is weinig waarschijnlijk, ofwel verlagen ze de loonkosten. Een meer waarschijnlijke oplossing maar ook bijzonder pijnlijk want dit zal gepaard gaan met een verlies aan koopkracht en verhoogt het risico dat de twee landen in een lange depressie terecht komen.

Griekenland en Portugal blijven in de eurozone
We achten het weinig waarschijnlijk dat Griekenland en Portugal uit de eurozone, die hen ongetwijfeld voor een grote financiële crisis heeft behoed, zullen vallen. Het verlaten ervan zou tot een economisch en financieel bloedbad leiden die beide landen op een duurzame manier zouden treffen. Ze moeten in de eurozone blijven met de hulp van Europese instanties maar dit zal zonder twijfel gepaard gaan met een verlies van soevereiniteit aan Brussel op het vlak van budgettaire en fiscale zaken. Laat ons hopen dat andere landen, zoals Spanje, er nota van nemen. Hoewel de schuldpositie van Spanje minder problematisch is, heeft het land toch verschillende gelijkenissen met Griekenland en Portugal. Door de grootte van zijn economie wordt een eventuele redding nog delicater. We preciseren dat we geen wanbetaling op Griekse schulden verwachten. Dit zou voor hogere rentevoeten zorgen, de geloofwaardigheid van de eurozone ondermijnen en zou veel kostelijker zijn dan de te financieren bedragen in Griekenland. Dit scenario uitsluitend en rekening houdend met de recente hausse van de rente op Grieks staatspapier en de afwezigheid van muntrisico, achten we Griekse obligaties vandaag interessant op voorwaarde dat de belegger bereid is een bepaald risico te nemen (ter diversificatie, max. 5% van de portefeuille). Obligaties met een looptijd van 3 tot 7 jaar bieden momenteel een nettorendement tussen 5 en 5,50 % en kunnen gekocht worden bij onder andere BNP Paribas Fortis, Dexia en KBC.

Deel dit artikel