Analyse
Verloren decennium voor beurzen 7 jaar geleden - maandag 4 januari 2010
Voor de mondiale economie was het afgelopen decennium zeer woelig met twee grote crisissen.

Het begin werd opgeschrikt door het ontploffen van de internetzeepbel en tijdens de laatste jaren beheerste de financiële crisis alles. Tussen de twee gebeurtenissen kende de economie wel een gouden groeiperiode.

Lager dan in 1999
Verleid door de Nieuwe Economie en gemakkelijke winsten zijn de aandelenmarkten het decennium in volle euforie gestart. Wat volgde, heeft de hoge verwachtingen niet kunnen inlossen. De Amerikaanse S&P500-index sloot op 31 december 1999 af op 1 469 punten maar een decennium later stond hij op 1 115 punten, een daling van 24 %. De DJ Stoxx600, bestaande uit 600 Europese bedrijven, deed het over dezelfde periode nog slechter met een verlies van 33 %. Hiermee rekening houdend wordt het afgelopen decennium wel eens vergeleken met de jaren ’30, getekend door de Grote Depressie. Hoewel de economische gevolgen van de crisis niet zo uitgesproken zijn, lijken de beursprestaties er wel verdacht veel op. Zeker in Japan waar de Nikkei een daling van 73 % liet optekenen sinds de toppen van 1989.

De explosie van de opkomende beurzen
Terwijl het decennium zeer negatief was voor de beurzen in de geïndustrialiseerde wereld, was het daarentegen uitstekend voor de opkomende landen en dan vooral voor de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China). Dankzij een sterke groei hebben deze landen een almaar opzichtiger plaats ingenomen op het wereldtoneel en hun beurzen hebben logischerwijze deze trend gevolgd. Over het decennium is de Bovespa-index van de beurs van São Paulo met 400 % gestegen, de RTS-index (Moskou) 800 %, de Sensex-index (Bombay) 350 % en de index van de beurs van Shanghai 200 %. Hun sterke prestatie ging gepaard met een zeer hoge volatiliteit en forse schommelingen. De toekomst lacht hen toe maar er blijft wel een hoog risico aan verbonden. Ze zijn dan ook niet geschikt voor elke belegger.

Beurzen over het algemeen duur
Ondanks de terugval zijn de beurzen van de industriële landen over het algemeen duur gebleven. We zijn natuurlijk ver verwijderd van de excessen van bij het begin van het decennium, toen de nieuwe economie enorme productiviteitswinsten beloofde tegen een verwaarloosbare meerkost waardoor een enorme toename van de bedrijfswinsten werd voorspeld. Door massaal te vallen voor dit nieuwe paradigma, stuwden beleggers de gemiddelde koers/winst-verhouding en de beurskoersen zelf naar extreem hoge niveaus. Hoewel deze verhoudingen nu bescheidener voorkomen, zijn de beurzen niet goedkoop. De markten rekenen voor 2010 op een gemiddelde winststijging van zo’n 30 % voor bedrijven uit de S&P500-index. Een zeer optimistische verwachting volgens ons zeker indien het herstel in 2010 eerder zwak uitvalt door het verdwijnen van de stimuleringsmaatregelen en de nog altijd zwakke financiële toestand van de gezinnen.

Obligatiemarkten aan de feestdis
Het afgelopen decennium is echter uitstekend geweest voor de obligatiemarkten. Natuurlijk waren de aangeboden rentes aan de lage kant maar de inflatie is dan ook vrij gematigd geweest. Wat meer is, de centrale banken hebben niet getwijfeld hun leidende rente tot een historisch laagtepunt te duwen waardoor de uitstaande obligaties aan aantrekkelijkheid hebben gewonnen (hoger rendement) en beleggers zich op deze activa stortten zeker toen beurzen een enorme volatiliteit kenden. Dit ideale scenario zal zich echter niet herhalen. De obligatierentes zijn eigenlijk reeds zeer laag. En als ze opnieuw beginnen stijgen, zal dit wegen op de koers van bestaande obligaties, die een minder hoge coupon zullen aanbieden. Dit scenario is onvermijdelijk want verschillende staten zullen, om hun tekorten te kunnen financieren, op een gegeven moment een hogere rente moeten aanbieden, willen ze beleggers nog kunnen overtuigen om hun papier te kopen. Deze beweging zal leiden tot een algemene stijging van de rentevoeten.

Lessen voor de toekomst ?
Het pas gestarte decennium kondigt zich niet gemakkelijk aan. De schuldenlast, zowel privé of openbaar, ligt nog altijd hoog en zal op iedereen wegen omdat de belastingsdruk net als de rentevoeten zullen toenemen. De geïndustrialiseerde landen gaan niet snel de groei van weleer terugvinden. De opkomende landen van hun kant zullen tegen een sterk ritme blijven voort groeien maar het is een illusie te denken dat ze alleen de wereldeconomie kunnen trekken. Het risico bestaat dat de belegger zal moeten rekening houden met een periode van tegenvallende economische groei en koersprestaties. Voorzichtigheid en selectiviteit blijven de boodschap zolang de beurzen duur zijn en obligaties een daling riskeren. Er werd veel verwacht van het voorbije decennium maar het is uiteindelijk een ontgoocheling geworden. Laten we hopen dat deze die begint, waarvan we weinig verwachten, ons positief kan verrassen.

Deel dit artikel