Analyse
Rentecurve wordt almaar steiler 7 jaar geleden - maandag 18 januari 2010

Het verschil tussen de korte en de lange rente bevindt zich in de Verenigde Staten op een hoog niveau. Stijgende inflatieverwachtingen en obligatiebeleggers die meer waar voor hun geld willen, hebben de langetermijnrente hoger geduwd terwijl de centrale bank de kortetermijnrente op een extreem laag niveau hebben vastgebonden.

Betekenis
De rentecurve is een grafische voorstelling van de relatie tussen het rendement en de looptijd van een obligatie. Of concreter het renteverschil tussen obligaties van dezelfde emittent maar met een verschillende looptijd. In principe is het zo dat de obligaties met een langere looptijd een hoger rendement bieden dan die met een korte looptijd. Geld lenen op lange termijn houdt nu immers eenmaal meer risico’s in dan geld lenen op korte termijn. Ter compensatie van dat hogere risico vragen de beleggers ook een hogere vergoeding. Grafisch gezien vertaalt zich dat in een stijgende rentecurve. Dat algemene principe is echter niet altijd en overal van kracht. Soms wordt de obligatiemarkt immers ook gekenmerkt door een dalende rentecurve, of ‘omgekeerde rentecurve’. Dat betekent dat de rente op korte termijn hoger is dan die op lange termijn. Dit soort rentecurve kunt u aantreffen als de markt vooruitloopt op een vertraging van de economie en een daling van de obligatierente verwacht.

Nieuwe records
Vandaag is de gemiddelde rentecurve in de geïndustrialiseerde wereld vrij steil. In de VS bedraagt het verschil tussen overheidspapier op 2 jaar (0,94 %) en 10 jaar (3,83 %) 2,9 %, een nieuw record. In Duitsland is het verschil tussen de twee looptijden iets minder uitgesproken, namelijk 2,1 %. Hoewel het verschil vrij hoog is, neemt ze in tegenstelling tot de VS niet echt toe. In de VS heeft de toename van de rentecurve verschillende oorzaken. Ten eerste ligt de korte rente op een zeer laag niveau, net boven nul. Dit geldt trouwens ook voor de eurozone en het VK. Ten tweede stijgt de Amerikaanse rente op lange termijn gestaag. Enerzijds rekent de markt op een gezwind economisch herstel na de publicatie van enkele gunstige macro-economische cijfers waardoor de inflatieverwachtingen ook zijn toegenomen (rente op lange termijn is barometer van inflatieverwachtingen), zeker rekening houdend met de aanwezige stimuleringspakketten. Anderzijds zal de Amerikaanse staat dit jaar enorm veel overheidspapier uitgeven, van mindere kwaliteit gezien het uit de pan swingende overheidstekort. Beleggers willen voor dit hogere risico extra vergoed worden. In de eurozone stijgt de lange rente (bijna) niet. Recente macro-cijfers tonen nauwelijks een herstel waardoor het Amerikaanse optimisme hier niet gedeeld wordt.

Teken?
Historisch bekeken, geeft een steile rentecurve aan dat de economische groei een sterke groei zal kennen en de aandelenmarkten voor een opwaartse beweging staan. Dat was zo in augustus 2003 en juli 1992 toen de rentecurve ook zo steil was. Deze conclusies trekken, lijkt ons meer dan voorbarig. Het zijn evenwel uitzonderlijke tijden, nooit in de geschiedenis moesten centrale banken de rente zo lang op bijna nul houden om nieuw leven in de economie te blazen. Nooit hebben ze de markt zo naar hun hand gezet. De centrale banken zullen trouwens verhinderen dat de langetermijnrente nog verder stijgt want dit zou het prille herstel kunnen fnuiken. Ten slotte verwachten we weliswaar een stijging op de komende jaren maar een zeer geleidelijke en gematigde vandaar dat we niet voor al te lange looptijden kiezen.

Deel dit artikel