Analyse
Participatiemelding 6 jaar geleden - woensdag 6 juli 2011

Aandeelhouders die een bepaalde procentuele drempel in hun participatie overschrijden, zijn verplicht om dit aan de onderneming waarin ze beleggen kenbaar te maken.

Het aandeelhoudersschap van Belgische beursgenoteerde bedrijven verandert door talloze beurstransacties voortdurend. Aandeelhouders die echter een bepaalde procentuele drempel overschrijden, zijn verplicht om dit aan de onderneming waarin ze beleggen kenbaar te maken. Daarna maakt deze laatste dit wereldkundig aan de hand van een participatiemelding.

 

Wettelijke drempel

Het aandeelhoudersschap van de meeste Belgische beursgenoteerde bedrijven is vrij versnipperd en bestaat uit ontelbare kleine beleggers. Maar ze tellen ook grotere (institutionele) beleggers zoals beleggingsfondsen, verbonden bedrijven, holdings, verzekeringsmaatschappijen, managers van het bedrijf, rijke individuen en dergelijke. Als deze spelers echter een bepaalde procentuele drempel overschrijden, zijn ze wettelijk verplicht om dit aan het bedrijf in kwestie kenbaar te maken. Komt de belegger in kwestie boven het wettelijke minimum van 5 % dan is hij verplicht dit te melden. Het beursgenoteerde bedrijf zal dan een participatiemelding publiceren waarin de naam van de belegger en het percentage staat vermeld. Die meldingen zijn terug te vinden op de website van de betrokken bedrijven (meestal onder de rubriek ‘investor relations’).

 

Heel de procedure wordt herhaald telkens de belegger een veelvoud van 5 % overschrijdt. Wanneer holding X bijvoorbeeld boven de 10 % komt, is hij verplicht dit te melden. Het omgekeerde geldt ook. Valt holding X een paar weken later opnieuw onder de 10 % dan ook moet hij bedrijf Y op de hoogte stellen.

 

Eigen statuten

Beursgenoteerde bedrijven kunnen evenwel in de eigen statuten (na goedkeuring buitengewone algemene vergadering) andere, lagere percentages vastleggen. Ze kunnen de minimumdrempel op 1 % maar ook op 2 %, 3 % en 4 % zetten. Ze kunnen ook verschillende drempels ingeven zodat ze extra zicht krijgen op bewegingen in het aandeelhoudersschap.

 

De meeste bedrijven, die een eigen drempel in de statuten hebben opgenomen, hebben voor 3 % gekozen, zo ook Ageas. Die groep liet enkele weken terug nog weten dat Norges Bank een participatie had van 3,1 % in de maatschappij. Stel dat Norges Bank binnenkort weer onder de 3 % duikt dan moet ze dat ook melden. UBS, ook een aandeelhouder van Ageas, jojoot al sinds 2009 rond de 3 % en heeft er al meer dan 30 participatiemeldingen opzitten.

 

Welke drempels bedrijven hanteren is terug te vinden op de website van de FSMA, de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten www.fsma.be onder de rubriek toezicht, financiële markten, aandeelhoudersschap en kennisgevingsdrempels. Indien het bedrijf niet vermeld staat, betekent dit dat de minimumdrempel van 5 % geldt.

 

Transparantie

Dankzij deze regelgeving is er volledige openheid of transparantie zodat beursgenoteerde bedrijven niet voor verrassingen komen te staan. Wanneer een bedrijf in de gaten krijgt dat een bepaalde partij haar belang opdrijft, heeft het de tijd en de mogelijkheid een dam op te werpen zodat het niet tot een vijandig bod kan komen. In het verleden was het niet uitzonderlijk dat een belegger een gigantische participatie in het geniep opbouwde om dan plots toe te slaan en het bedrijf in te lijven.

 

Bedrijven hebben slechts twee handelsdagen de tijd om te melden dat ze boven of onder een drempel zijn gekomen. Als een belegger deze participatiemelding niet respecteert, kan de FSMA de belegger een bepaalde tijd verbieden om het aandeel nog te verhandelen en hem publiekelijk waarschuwen. De controle-instantie kan ook een dwangsom opleggen.

 

Interessant

De participatiemeldingen geven aan hoe het aandeelhoudersschap evolueert en bieden interessante informatie aan. Ze kunnen bijvoorbeeld aantonen dat de interesse van grote beleggers toeneemt of dat ze juist hun participatie afbouwen.

 

Deel dit artikel