Nieuws
De meeste verzekeraars maakten de rendementen overĀ 2017 op hun spaarverzekeringen (takĀ 21) bekend 3 maanden geleden - dinsdag 17 april 2018
Opnieuw zien we het gemiddelde rendement licht dalen.

Is een spaarverzekering nog een interessante spaarformule?
Spaarverzekeringen blijven het enige interessante alternatief om op lange termijn zonder enig risico’s te sparen, op voorwaarde dat u de kaart trekt van de beste spaarverzekering!

Een tak 21-spaarverzekering is een spaarformule in een verzekeringsjasje.
Uw stortingen vertrouwt u toe aan uw verzekeraar, die uw kapitaal belegt in een beleggingsportefeuille. Die bestaat doorgaans uit overheidsobligaties, maar kan beperkt worden aangevuld met bedrijfsobligaties, vastgoed en zelfs aandelen.

Het rendement van een spaarverzekering is tweeledig. Enerzijds is er de gewaarborgde rente die momenteel varieert tussen 0 en 1,15 %. Anderzijds kan een zogenaamde winstdeelname worden uitgekeerd. Heeft uw verzekeraar winst gemaakt, dan kan hij beslissen een deel ervan aan de verzekerden uit te keren. De winstdeelname is nooit gegarandeerd en kan jaarlijks wijzigen.

De rendementen over 2017 lopen sterk uiteen.
Met Credo21 Safe van Credimo haalde u in 2017 een rendement van 1%. Met Self Life Dynamic van Generali behaalde u een rendement van … 2,05%, meer dan het dubbele. U ziet dat kiezen voor het juiste verzekeringsproduct een absolute must is. Met een goede spaarverzekering op zak, spaart u nog steeds op een voordelige manier. Ondanks de rendementen nog in dalende lijn zijn, bent u nog altijd beter af dan met een spaarboekje bij uw bank.

Ter illustratie: de hoogste rente vandaag op een spaarboekje krijgt u bij Deutsche Bank met het DB Saving Plan (basisrente 0,90% + getrouwheidspremie 0,30%). Er hangen dan wel voorwaarden aan, namelijk dat uw stortingen beperkt zijn tot 500 euro per maand.

De rendementen sinds 2014 gaan alsmaar bergaf
Dat is geen verrassing. Zoals eerder vermeld, bestaan de onderliggende portefeuilles namelijk hoofdzakelijk uit obligaties. En zolang de rente laag blijft, kalven de rente-inkomsten steeds verder af.

Hogere rendementen in het verschiet?
De rendementen van 2017 zijn minder sterk gedaald in vergelijking met de voorgaande jaren dankzij de obligatierentes die sinds het dieptepunt van 2016 licht gestegen zijn. De stijging is echter nog bescheiden gebleven maar de trend is alvast gezet. De obligatierentes moeten echter nog een heel stuk hoger klimmen vooraleer we hogere rendementen op spaarverzekeringen kunnen verwachten.

Waarom raden we geen obligatiefondsen meer aan maar wel nog spaarverzekeringen terwijl beide in obligaties beleggen?
Een bestaande obligatie wordt minder waard wanneer de rentevoeten stijgen. Er komen dan nieuwe obligaties op de markt die een hogere rendement bieden en dus interessanter zijn. Dat doet de prijs van de ‘oude’ obligaties dalen. De inventariswaarde van een obligatiefonds wordt doorgaans dagelijks vastgesteld. Dat wil zeggen dat als de obligaties in de portefeuille minder waard worden door de stijgende rente, dat zich vertaalt in een lagere inventariswaarde van het fonds. Verkoopt u het fonds tegen een lagere inventariswaarde dan waartegen u het gekocht hebt, dan zult u een kapitaalverlies slikken.

Bij een spaarverzekering wordt niet gewerkt met een inventariswaarde. Bovendien houdt de verzekeraar de obligaties in principe aan tot eindvervaldag. Daardoor maakt het niet uit of de obligaties ondertussen minder waard worden. Op de eindvervaldag krijgt de verzekeraar immers het geïnvesteerde kapitaal terugbetaald. Wilt u ondertussen uitstappen, dan krijgt u minstens het geïnvesteerde kapitaal teruggestort, na eventuele kosten en belastingen. De kans op kapitaalverlies is daarbij 0%.

Tenzij in de verzekeringsvoorwaarde de verzekeraar een clausule heeft opgenomen waarin de mogelijkheid bestaat om een correctie toe te passen op het terug te storten kapitaal bij een vervroegde terugkoop (= opname binnen de eerste acht jaar van het verzekeringscontract) als blijkt dat de verzekeraar daarvoor een deel van de portefeuille moest verkopen tegen ongunstige marktomstandigheden.

Dat is ook een reden waarom we u aanraden uw spaarverzekering minstens acht jaar aan te houden. Naast de niet te versmaden vrijstelling van roerende voorheffing op interesten (30%) en het vermijden van eventuele uitstapkosten. Ter info, die voorheffing wordt nog altijd berekend op een fictieve interest van 4,75% per jaar op de premies, ook als u dus minder of meer dan 4,75% krijg.

Een spaarverzekering is de enige oplossing voor de langetermijnspaarder die geen enkel risico op zijn kapitaal wil lopen.
Bij een spaarverzekering bent u er zeker van dat u uw kapitaal, op het moment u het opvraagt, terugkrijgt. Weliswaar na kosten en taksen. En zelfs al zou de verzekeraar over kop gaan, dan treedt het Depositogarantiefonds in werking dat uw tegoeden beschermt tot 100 000 euro per persoon en per verzekeraar. Let op: aangezien Afer Europe onder het Franse garantiefonds valt, zijn u tegoeden er tot 70 000 euro gedekt.

Waarop moet u letten?
Vertrouw niet op de historische rendementen als u kiest voor een spaarverzekering. Ook de gewaarborgde rentevoet mag geen leidraad zijn. Vita Invest Dynamic van Federale bijvoorbeeld biedt een gewaarborgde rentevoet van 0%, maar behoort wel tot de beste op de markt met een rendement van 2% in 2017.

Let ook op de instapkosten. Die mogen niet hoger zijn dan 1%. In de praktijk zien we dat er instapkosten van 3%, zelfs tot 7%, gevraagd worden. Daarmee gaat een groot deel van uw rendement op aan de instapkosten. Wees mondig en durf gerust lagere instapkosten af te dwingen.

Neem enkel een spaarverzekering als u een spaarhorizon hebt van minstens acht jaar. Koopt u uw contract vroeger af, dan betaalt u de roerende voorheffing van 30% op de intresten, eventuele uit-stapkosten en zullen de instapkosten als de verzekeringstaks van 2% die u bij elke storting verschuldigd bent het rendement te sterk afromen. Daarom respecteert u beter een termijn van minstens acht jaar.

Kies voor één van de spaarverzekeringen die we u aanraden. Ze zijn geselecteerd om de consequente gulle rendementen en de lage instapkosten.

 

Deel dit artikel