Analyse
Tak 44: een verzekeringsproduct dat 2 formules combineert 1 jaar geleden - woensdag 26 oktober 2016
Is deze combinatie van de takken 21 en 23 werkelijk een veelbelovend product?

We staan achter het idee dat een combinatie tussen een ‘veilig product’ (tak 21 in dit geval) en een ‘potentieel winstgevend product’ (tak 23 in dit geval) binnen eenzelfde formule interessant kan zijn voor heel wat particulieren. Maar de hoge kosten in tal van contracten in combinatie met de productkeuze doet ons voorlopig verre van watertanden. Daarom raden we u op dit moment aan om uw centen niet in een tak 44-contract te steken.

We maken echter een uitzondering op die regel. Tak 44 kan een te bewandelen piste zijn in het kader van de derde pensioenpijler. We komen hier nog op terug.

 

Wat is tak 44?

Tak 44 is geen officiële tak aan de verzekeringsboom zoals tak 21 en tak 23. Het is pure marketing waarbij uw verzekeraar u de twee types levensverzekeringen voor de neus schuift (21+23, maakt 44). 
– Een tak 21-levensverzekering is weggelegd voor de spaarder, die te allen tijde zijn spaarcenten wil beschermen dankzij de kapitaalsbescherming. 
– Een tak 23-levensverzekering belegt in beleggingsfondsen en is daarom weggelegd voor de belegger die risico durft nemen en een hoger rendement nastreeft. Hier is er geen vorm van kapitaalgarantie.

 

Fiscaliteit: let op!

Tak 44 is een contract met twee luiken waarbinnen u kunt switchen tussen een tak 21 en een of meerdere tak 23. Het is dan ook van belang om het fiscaal onderscheid tussen beide verzekeringstakken duidelijk te schetsen om te weten waar u aan toe bent. Goed om te weten, is dat u op beide de premietaks van 2 % betaalt bij elke storting die u verricht.

 

Tak 21

De premietaks weegt op het rendement van uw tak 21-levensverzekering. En de rendementen van die producten staan al onder druk door de lage renteomgeving. Wat we wel merken, is dat de rendementen van jaar tot jaar dalen, maar minder uitgesproken dan de spaarrekeningen. Dat komt omdat de verzekeraars in hun portefeuilles nog obligaties hebben zitten die behoorlijke coupons bieden.

Sparen via een tak 21-contract blijft fiscaal gunstig indien u uw geld minstens acht jaar kan laten staan of indien u een overlijdensdekking van minstens 130 % afsluit. Dat laatste is veelal niet interessant, wegens te duur. In dat geval betaalt u geen roerende voorheffing op uw inkomsten. Het resultaat is een spaarproduct dat netto gezien meer opbrengt dan een spaarboekje.

 

Tak 23

Na het betalen van de premietaks is voor u de kous af. Er is geen roerende voorheffing van doen bij verkoop, de beurstaks betaalt u hier ook niet (een winst van 1,32 % ten opzichte van de beleggingsfondsen die hun roerende inkomsten kapitaliseren) en er is ook geen meerwaardebelasting indien uw tak 23-contract voor meer dan een kwart van de portefeuille in obligaties zou beleggen.

 

Rendement en risico

De combinatie tussen de sterk uiteenlopende producten tak 21 en tak 23 is op zich een goede zet. U kunt mikken op veiligheid (tak 21), gecombineerd met een vleugje rendement (tak 23). Of u kiest resoluut voor de omgekeerde formule. Hoe dan ook is die spreiding het grote voordeel van de tak 44.

 

Veiligheid

Tak 21 biedt in eerste instantie veiligheid. U krijgt jaarlijks een gegarandeerd rendement, al dan niet aangevuld met een deelname in de winsten van uw verzekeraar. Uw kapitaal valt ook onder het Beschermingsfonds voor Deposito's en Financiële Instrumenten tot 100 000 euro. Dat is per verzekeringsnemer en per verzekeringsonderneming.

Wat de rendementen betreft, gaven 786 (Integrale) en Waarborgfonds (AFER Europe+) vorig jaar nog meer dan 3 %. De rest zat (een pak) onder de 3 %. Voor dit jaar verwachten we dat de beste contracten rond 2,5 % zullen schommelen.

 

Potentieel rendement

Dit type contract vergelijkt u het beste met een klassiek beleggingsfonds. Het valt niet onder het Beschermingsfonds en er is ook geen garantie wat bescherming én potentieel rendement betreft. Zitten de financiële markten tegen, dan kunt u een verlies lijden op uw beleging. Net zoals dat met beleggingsfondsen het geval is. In ruil voor dat risico vergroot u de kans op een potentieel hoog rendement op termijn.

 

Nadelen van tak 44

Tak 44 kampt met te hoge kosten. Er zijn de instapkosten op uw tak 21 én uw tak 23. Die kunnen oplopen tot een waanzinnige 7 %. Er zijn de beheerskosten eigen aan het contract, al dan niet op beide takken. Er zijn de kosten eigen aan de onderliggende fondsen (tak 23). Er kunnen kosten optreden indien u binnen tak 44 van producten wilt verwisselen. Kosten bij uitstap indien u dat op een verkeerd moment doet.

Die kosten vormen natuurlijk een aanslag op uw totale rendement. Ze doen ook de hoger vermelde belastingvoordelen teniet. Of dat deels of volledig zal zijn, zal afhangen van het product en diens evolutie. En dan spreken we nog niet eens over de gebrekkige transparantie rond die kosten…

Deel dit artikel