Analyse
Naar negatieve rente op spaarrekening? 1 jaar geleden - maandag 7 maart 2016

Sommige banken stellen het wettelijk verplichte minimumrendement op spaarrekeningen in vraag. Test-Aankoop is sterk gekant tegen elke poging om te snoeien in spaarintresten!

KBC en Belfius voerden aan dat indien de ECB haar leidende rentevoeten nog verder terugschroeft, het wettelijke minimumrendement van 0,11% op spaarrekeningen voor hen onhoudbaar zou worden.
Test-Aankoop heeft zich hiertegen openlijk verzet.
Lees de open brief die we de eerste minister hebben verstuurd.


Niet alle banken zijn echter van plan om een negatieve rente aan te smeren en sommige zitten nog een eind boven het minimum. Zo biedt de online bank MeDirect nog 1%. Uw eerste reflex is dan ook best om uw spaargeld bij een gullere bank te plaatsen. Maak gebruik van
onze rekenmodule. Als tweede reflex kunt u zich afvragen of er geen interessantere producten zijn voor u. Is uw spaarrekening al goed gespijsd, en stelt ze u ruimschoots in staat om het hoofd te bieden aan onverwachte kosten, dan zullen een spaarverzekering of een gediversifieerde fondsenportefeuille u meer opleveren dan een spaarrekening! Bekijk onze strategie.


 

ECB aan de basis van negatieve rente?

De depositorente, d.w.z. de rente waartegen commerciële banken hun overtollige liquiditeiten bij de ECB kunnen parkeren, is al negatief (-0,30%). De banken betalen m.a.w. aan de ECB om hun tegoeden te stallen, maar toch is dat geen uitzonderlijke situatie. Wereldwijd hanteren steeds meer centrale banken negatieve rentevoeten, vanuit de hoop de commerciële banken ertoe aan te zetten meer kredieten te verstrekken en zo hun kwakkelende economieën te stimuleren. De landen met een negatief rentebeleid zijn vandaag goed voor 40% van het bbp van de ontwikkelde industrielanden. En ook op de obligatiemarkten biedt zowat 5000 miljard euro aan overheidsschuldpapier negatieve rentevoeten, waarvan 1500 miljard in de eurozone. Alles bij mekaar financieren beleggers 25% van de wereldwijde overheidsschuld tegen negatieve intresten (ze krijgen aan het einde van de rit dus minder terug dan hun begininleg).

 

Steeds minder resultaat

De centrale banken die voor een negatieve rente opteerden, deden dat om hun munt te verzwakken en op die manier hun economie te stimuleren. Met een zwakkere munt worden uitgevoerde producten immers goedkoper in het buitenland, wat een mooi concurrentievoordeel oplevert. De veralgemening van die aanpak had twee belangrijke gevolgen. Ten eerste werd de impact ervan op de internationale wisselmarkten steeds kleiner (de acties van het ene land worden gecounterd door die van een ander). Een tweede gevolg is dat de negatieve rentevoeten ook uitdeinen naar de obligatiemarkt. Aangezien deposito's bij de centrale bank "bestraft" worden, gingen beleggers vrede nemen met almaar lagere rentevoeten op solidere overheidsobligaties.

 

Nefaste gevolgen

Over hun gunstig effect op de reële economie bestaat er discussie, maar daarnaast zorgen de negatieve rentevoeten ook voor andere problemen. Ten eerste is er de toegenomen volatiliteit op de financiële markten. De acties van de centrale banken veroorzaken veel onzekerheid. Het uiterst flexibele monetaire beleid doet ook zeepbellen ontstaan. Dat is zeker zo op de obligatiemarkt, waar de rentevoeten kunstmatig laag worden gehouden.
Enkel een lange periode van groei, zonder crisissen en hoge inflatie, kan het mogelijk maken om zonder al te veel averij vaarwel te zeggen aan het negatieve rentebeleid. Komt er een nieuwe recessie, dan zitten de centrale banken zonder munitie om ze te bestrijden. En als de inflatie de pan uit swingt, dan zullen ze hun leidende rentevoeten niet zomaar kunnen optrekken zonder een financiële crisis te veroorzaken.

 

Winstcijfers banken in gevaar?

De winst die banken maken, is o.a. afkomstig van het verschil tussen de intresten die ze krijgen op leningen en de intresten die ze moeten betalen (bijv. op spaarrekeningen). Maar de spaarrentevoeten kunnen niet verder meer dalen en de rentabiliteit van de kredietactiviteiten blijft afnemen. Dat is dus meteen de reden waarom sommige banken dat wettelijk minimum liever zien verdwijnen.

 

Spaarder heeft het ook niet makkelijk!

Het zijn echter niet alleen voor de banken, maar ook voor de spaarders moeilijke tijden. Bij de grootbanken krijgen zij amper nog 0,15% intrest op hun spaarrekening, terwijl de inflatie sinds een jaar opnieuw in de lift zit en in februari afklokte op 1,38%. Dat betekent dus dat de stijging van de levenskost groter is dan de opbrengst van spaarboekjes. Beeld u bijv. in dat u een jaar geleden 1000 euro hebt geplaatst op de klassieke spaarrekening van BNP Paribas Fortis. Dankzij uw intresten, bent u dan vandaag de eigenaar van... 1002 euro. Maar door de gestegen levensduurte, kunt u vandaag met die 1002 euro niet meer evenveel kopen als met uw 1000 euro van een jaar eerder. Om dat te doen, hebt u 1014 euro nodig. U bent m.a.w. armer geworden door te sparen.

 

Gedeelde inspanning lijkt billijk

De spaarders betalen vandaag dus al een hoge prijs en verliezen geld. Vanuit dat oogpunt is het onverantwoord om de spaarrente nog verder terug te snoeien. Ook de banken moeten hun deel van de lasten dragen, bijv. door hun winstambities terug te schroeven, of door hun kosten nog efficiënter te drukken.

 

Wettelijk minimum afschaffen?

Banken die een gereglementeerde spaarrekening aanbieden, zijn wettelijk verplicht om een basisrente van minstens 0,01% en een getrouwheidspremie van 0,10% te bieden (0,11% dus in totaal). Dat is een van de voorwaarden om te genieten van de vrijstelling van roerende voorheffing (27%) op de eerste schijf aan intresten. De regering zou dat wettelijk minimum natuurlijk kunnen verlagen, of zelfs afschaffen. Maar zo'n beslissing ligt politiek gevoelig en lijkt nog niet voor morgen. Anderzijds kunnen banken de huidige wetgeving altijd kunnen omzeilen door niet-gereglementeerde spaarrekeningen aan te bieden. De intresten zijn dan wel onderworpen aan roerende voorheffing, maar als de rente nul bedraagt, zal er de facto geen voorheffing verschuldigd zijn. Het onderwerp is echter commercieel riskant. Wat als klanten in allerijl hun rekeningen plunderen ? De banken beklemtonen zelf dat ze in eerste instantie enkel voor “grote” spaarders (boven de 100.000 euro bijv.) negatieve rentevoeten zouden hanteren.

Deel dit artikel