Analyse
Waar rendement vinden gezien de lage rentevoeten? 2 jaar geleden - dinsdag 2 december 2014

Er is geen mirakeloplossing: meer rendement betekent meer risico!

Banken bieden minder dan ooit op hun spaarrekeningen, het rendement van de spaarverzekeringen daalt en ook obligaties brengen alsmaar minder op. Toch vindt u vandaag nog beleggingen op onze markt waarbij u wél nog rendement kunt halen. Wel moet u hiervoor meer risico nemen… We namen voor u de opties onder de loep.

 

Spaarrekening: 1,95 %

De spaarrekening is het minst risicovolle en meest liquide product maar brengt héél weinig op. In het beste geval krijgt u 1,95 % netto op jaarbasis (ME3-rekening van MeDirect, maar wordt in januari verlaagd tot 1,8 %). De spaarrekening blijft echter een onmisbaar onderdeel van uw portefeuille, bijvoorbeeld als u een onverwachte aankoop moet doen. Wij raden u aan minstens drie maanden loon vrij te houden op de rekening. En weet dat u bij kleine instellingen altijd meer zult krijgen dan bij grote.

 

Spaarverzekering: 2,5 %

Wenst u meer rendement zonder risico te nemen met uw beginkapitaal, dan is de spaarverzekering een alternatief. In 2013 boden de betere contracten een rendement van 3 % en meer (gewaarborgde rente + deelname in de winst). Voor 2014 tippen we op 2,5 % voor de beste producten. Dit is het hoogst haalbare risicoloze rendement. Zelfs als u de eerste 8 jaar geld opvraagt en u 25 % roerende voorheffing betaalt, dan krijgt u nog 1,8 %.

 

Termijnrekeningen en bons: 1,65 %

Omdat de langetermijnrente niet zo veel hoger ligt dan de kortetermijnrente, krijgt u maximaal 2,1 % netto voor vijf jaar. In beide gevallen scoort de rekening van MeDirect het best. Toch is dit niet interessant gezien de zwakke rentevoeten. Waarom uw geld meerdere jaren vastzetten aan bodemrentes?

 

Obligaties: tot 7 %

Een obligatie biedt u een jaarlijkse rente die vooral afhangt van de kwaliteit van de uitgever, de looptijd van de emissie en de munt van uitgifte. In principe krijgt u een hoger rendement als de obligatie een langere looptijd heeft en/of uitgegeven is door een minder kredietwaardige emittent (bv. bedrijf met hoge schulden) en/of in een munt van een land met een hoge rente. Dat als compensatie voor het hogere risico.

 

Door de lage rentevoeten ligt het rendement vandaag op minder dan 1 % voor staatsobligaties in euro en op 2,3 % voor bedrijfsobligaties in euro. Voor een veelal risicovollere obligatie in vreemde munt kan het rendement oplopen tot 7 % of hoger (in lokale munt). Zakt die munt in waarde t.o.v. de euro, dan vreet dit aan uw rendement.

 

Bedrijfsobligaties kunnen interessant zijn maar dat hangt van het aanbod af. Eind oktober raadden we u de obligaties van Petrobras International Finance en Nordic Investment Bank aan (voor maximum 5 % van uw portefeuille).

 

Obligatiefondsen: 4,8 %

Twee factoren bepalen het dividendrendement: de portefeuille en de houding van de beheerder. Sommigen keren alle roerende inkomsten uit, andere potten die deels op. Een fonds in obligaties in Braziliaanse real als HSBC GIF Brazil Bond biedt slechts 4,8% netto terwijl de onderliggende markt een kleine 9 % uitkeert. Het verschil blijft in het fonds achter en doet de inventariswaarde aandikken.

 

Obligatiefondsen in euro bieden 1,3 %. Dat is niet vet. Fondsen die beleggen in groeilandenobligaties bieden een kleine 4 % netto per jaar maar zijn niet interessant gezien de combinatie van vaak weinig aantrekkelijke munten en dure lokale obligaties.

 

Het interessantste obligatiefonds op rendementsvlak is het bovenvermelde fonds in obligaties in Braziliaanse real (slechts een kleine weging in de portefeuille).

 

Vastgoed: tot 4,6 %

– Beursgenoteerde vastgoedbevaks (of GVV, openbare gereglementeerde vastgoedvennootschappen) beleggen in residentieel, commercieel, semi-industrieel vastgoed en/of kantoren en keren jaarlijks een dividend uit (volgende verwachte nettorendement rond 4 %). Onze voorkeur gaat uit naar Ascencio, Cofinimmo en Qrf.
– Vastgoedcertificaten staan op het punt te verdwijnen. We verwachten een gemiddelde uitkering van 4,2 % voor de sector. Op enkele uitzonderingen na gaat het over één gebouw (= geen spreiding). Ook laat de verhandelbaarheid op de beurs te wensen over en/of keren heel wat certificaten geen coupon (meer) uit. Gezien de huidige koersen zijn deze risicovolle certificaten niet interessant.
– Fondsen in vastgoed mikken niet direct op gebouwen en gronden, maar indirect via aandelen uit de sector zoals Deutsche Wohnen, Unibail-Rodamco en de openbare GVV Wereldhave Belgium. De mix in C+F Immo Rente kan bekoren maar het geboden rendement van 1,7 % niet. U vindt hogere rendementen bij fondsen die mikken op wereldwijd of Aziatisch vastgoed, maar die portefeuilles focussen vaak op dure markten en segmenten.

 

Aandelen: tot 5,2 %

Een bedrijf dat systematisch een hoog dividend uitbetaalt, is vaak een onderneming met een gezonde financiële structuur en een toenemende winst. Een bedrijf kan echter ook een dividend "sleutelen" om de schijn hoog te houden (door bv. uit de reserves te putten, de investeringen af te bouwen). Een sterk teruggevallen beurskoers kan ook leiden tot een hoger dividendrendement. Het is dan ook cruciaal om de herkomst van het dividend(rendement) te kennen. Volgende aandelen hebben een kwalitatief nettodividendrendement: bpost, Gimv, Delta Lloyd, GDF Suez, National Grid et Zurich Insurance.

 

Aandelenfonds: 2,5 %

In ons land kunt u tal van fondsen op de kop tikken die aandelen met een hoog dividendrendement viseren. Ook hier hangt het dividendrendement af van de portefeuille en van de beslissing van de beheerder om al dan niet veel uit te keren. U mag dan ook een nettorendement verwachten van meer dan 2,5 %.
We raden u o.a. KBC Equity High Dividend aan, dat vooral belegt in Amerikaanse aandelen en een boontje heeft voor de financiële sector en de farmasector.

 

Gemengde fondsen: 3,3 %

Fondsen die zowel in aandelen als in obligaties beleggen, verwennen ook hun aandeelhouders. Een mooi voorbeeld is het indrukwekkende JPMorgan Global Income A Div EUR dat meer dan 3 % netto op jaarbasis oplevert. De portefeuille van dit fonds steekt voor zowat de helft in aandelen met een hoog dividendrendement en voor de andere helft in obligaties met hogere coupons. Daarbij heeft de beheerder de mogelijkheid om naar goeddunken meer in aandelen of in obligaties te beleggen. Een vrijheid die van goudwaarde kan zijn in turbulente tijden.

Deel dit artikel