NEGATIEVE RE√čLE RENTE

De reële rente is de nominale rente gecorrigeerd voor inflatie. Ligt de inflatie hoger dan de nominale rente dan is er sprake van een negatieve reële rente.

 

Inflatie

Wanneer u uw geld op een spaarrekening zet of belegt in een kasbon, staatsbon of obligatie, krijgt u een intrestvergoeding die de nominale rente wordt genoemd. Deze intrest vergoedt het feit dat u uw geld gedurende een bepaalde periode (enkele dagen, maanden of jaren) moet missen.

 

Deze intrest dekt ook het risico dat verbonden is aan de tegenpartij aan wie u uw geld hebt toevertrouwd (hoe hoger het risico, hoe hoger de intrest die wordt gegeven). Maar deze vergoeding zou eigenlijk ook de geldontwaarding of inflatie moeten dekken. Door deze inflatie kunt u immers morgen niet hetzelfde aantal goederen kopen als vandaag. Dit noemt men de stijging voor het levensonderhoud.

 

Spaarder verliest terrein

Ook voor de spaarder is inflatie niet zonder gevolgen. Stel dat u belegt in een kasbon met een looptijd van één jaar die een nettorendement van 1,50 % biedt. Binnen een jaar krijgt u 1015 euro, het beginkapitaal vermeerderd met de intresten.

 

Stel nu dat vandaag de inflatieverwachting voor de komende twaalf maanden ongeveer 3 % bedraagt. De 1015 euro die u binnen een jaar zal ontvangen, zullen u een lagere koopkracht geven door deze inflatie dan hetzelfde bedrag, dus 1015 euro, vandaag. Aan de hand van de inflatieverwachting kunnen we berekenen dat die 1015 euro binnen een jaar overeenstemt met 985 euro vandaag.

 

De conclusie is, als we alles terugbrengen tot euro’s van vandaag, dat u 1000 euro uitleent en slechts 985 euro recupereert. Dit noemen we een negatieve reële rente. De nominale rente is positief (1,50 %) maar de reële rente is door toedoen van inflatie negatief.