HARD CLOSURE

Sommige beleggingsfondsen hebben heel wat succes omdat ze over een langere periode erin slagen beter te doen dan de markt of hun benchmark (vergelijkbare referentie-index waarmee prestatie wordt vergeleken). Op een bepaald ogenblik barst het fonds echter uit zijn voegen door de toestroom aan vers kapitaal en kunnen de beheerders opteren om een soft closure uit te voeren.


Wanneer een beleggingsfonds te groot in omvang wordt, kan goed beheer in het gedrang komen. Het fonds vindt bijvoorbeeld onvoldoende opportuniteiten voor het extra geld. Dit kan voor gevolg hebben dat het rendement achterblijft en houders van het fonds die al lang erin zitten, benadelen. Beheerders kunnen het op een bepaald ogenblik opportuun vinden om een extra taks in te voeren om de toestroom te doen opdrogen. Het is technisch nog mogelijk om in een fonds te beleggen maar het wordt eigenlijk onaantrekkelijk gemaakt. In het jargon wordt dit een soft closure genoemd. De extra aangerekende instaptaks kan oplopen tot 6 à 7 % maar kan ook minder bedragen (het maximumbedrag wordt opgenomen in het prospectus van het fonds).
Het Aberdeen Global Emerging Markets Equity Fund aangehaald in het artikel hierna, voerde om die reden een extra taks in van 2 %. Die taks verdwijnt trouwens niet in de zakken van de beheerders of de emittent maar wordt in het fonds zelf ingebracht om de bestaande beleggers ‘te compenseren’.



Als die extra taks de extra toevloed niet kan indijken, kunnen de beheerders nog een extra stapje verder gaan en voor een hard closure kiezen. De toegang tot het fonds wordt hierbij afgesloten. Sinds 2002 is deze maatregel mogelijk maar het fonds in kwestie moet de mogelijkheid wel in zijn prospectus voorzien. Slechts weinig beleggingsfondsen hebben evenwel deze stap reeds gezet.