Dossier

Centrale verwarming: wat je moet begrijpen

02 maart 2018
guide achat chauffage

02 maart 2018
Heb je zoals de meeste Belgen centrale verwarming of wil je overschakelen naar dat systeem? Dan moet je weten waar het precies om gaat en welke installatie het meest gepast is voor jou! Informeer je om de beste keuze te maken tijdens de vergelijking van de installatie- of renovatiekosten van je systeem.

De verwarmingsketel

Bij de keuze van een ketel heb je verschillende mogelijkheden.

Op de grond of tegen de muur?

Vloermodellen nemen zoveel plaats in als een grote wasmachine en worden, zoals hun naam het aangeeft, op de grond geplaatst. Een circulatiepomp en een expansievat moet je doorgaans apart kiezen.

Wandmodellen zien eruit als een grote geiser, worden tegen de muur gehangen en bevatten al een expansievat en een circulatiepomp. De keuze tussen beide zal in de eerste plaats afhangen van de beschikbare ruimte in jouw woning. De manier waarop je warm water wilt laten aanmaken, kan ook de doorslag geven: de meeste wandmodellen kunnen immers sowieso warm water aanmaken zoals een geiser, wat in principe voordeliger uitvalt dan een boiler die met een vloerverwarmingsketel wordt gecombineerd. Die laatste oplossing biedt echter meer comfort, vooral wanneer de badkamer ver verwijderd is van het warmwatertoestel of wanneer er twee badkamers zijn. De mogelijkheid bestaat ook om een boiler met een wandketel te combineren. Het comfort is dan vergelijkbaar met dat van een boiler in combinatie met een vloermodel.

Het is aan jouw verwarmingstechnicus om de pomp te regelen en een expansievat te kiezen met de gepaste afmetingen en druk. De berekeningen daarvoor zijn specialistenwerk.

Met of zonder schouw?

Op basis van het kanaal voor de afvoer van de rookgassen, zijn er twee types van ketels te onderscheiden.
De atmosferische modellen moeten op een schouw worden aangesloten en halen lucht uit het lokaal waar de ketel staat.
De gesloten modellen worden aangekoppeld op 2 buizen: de ene buis dient om lucht aan te voeren, de andere om de rookgassen af te voeren. Deze buizen kunnen totaal gescheiden zijn, dan wel kan het om concentrische buizen gaan. De lengte van de buis kan zeer kort zijn en horizontaal. Kijk er echter voor uit om geen ongemak voor de buren te creëren met een slecht geplaatste uitlaat. Een verticale afvoer via het dak blijft de eerst te overwegen optie. Bij deze gesloten modellen is het afgelopen met vochtproblemen in de schouw en dreigt er geen gevaar voor verstikking door koolstofmonoxide (CO) in geval van terugslag. Ze kosten echter enkele honderden euro’s meer dan ketels die op een schouw worden aangesloten, en zijn uitgerust met een ventilator die stuk kan gaan. Je moet er ook hier op toezien dat de afvoergassen de buren niet hinderen.

Condensatiemodel?

Door de nieuwe Europese Eco-designrichtlijn kan je sinds september 2015 alleen nog maar performante lagetemperatuur- of condensatiemodellen kopen.

Condensatieketels kunnen warmte uit de rookgassen recupereren door de waterdamp eruit te laten condenseren. Een condensatiemodel op stookolie bijvoorbeeld kan een extra brandstofbesparing van 7 à 8 % opleveren. Als hij optimaal wordt ingesteld, kan de besparing in vergelijking met een klassieke nieuwe ketel oplopen tot 10 à 15 %. Met gas is dat 10 à 20%. Een condensatieketel is wel duurder, en het zal dus even duren alvorens je de bijkomende investering voor een condensatieketel terugwint. Maar jebeperkt wel de eventuele impact van een verhoging van de energieprijzen.

Welk vermogen?

De keuze inzake vermogen is belangrijk. Met een te gering vermogen zult u de woning niet correct kunnen opwarmen (wat evenwel zelden voorkomt). Met een te groot vermogen moet u meer betalen voor de aanschaf van de ketel en zal die meer brandstof verbruiken (wat vaker voorvalt). In theorie zou uw verwarmingstechnicus het vermogen van de verwarmingsketel moeten berekenen aan de hand van de isolatie van de woning,. Maar vaak hanteert hij vereenvoudigde formules als "50 of 70 W per te verwarmen m³" of volgt hij gewoon zijn intuïtie. Een ding is zeker: zich baseren op het vermogen van de oude ketel of de afmetingen van de bestaande radiatoren is geen goede oplossing want bv. een verbeterde isolatie of de plaatsing van hoogrendementsglas vermindert de verwarmingsbehoeften. Een vermogen van 20 à 25 kW is doorgaans ruim voldoende om een correct geïsoleerde eengezinswoning te verwarmen, zelfs als de ketel tegelijk moet instaan voor de warmwaterproductie. Om u een idee te geven: een ketel van 25 kW die volop werkt, levert even veel warmte als 12 elektrische radiatoren tegelijk.