De indexering van de huurprijs

Toelichting

Hoe komen wij aan het geïndexeerde bedrag?

Wij passen de berekeningsformule toe uit het Burgerlijk Wetboek:

Hierbij is:

  • de basishuurprijs: de prijs die terug te vinden is in de overeenkomst die de partijen hebben ondertekend, zonder de eventuele lasten;
  • de aanvangsindex: de index van de maand vóór die waarin de overeenkomst werd ondertekend;
  • de nieuwe index: de index van de maand die voorafgaat aan de verjaardag van de inwerkingtreding van de overeenkomst.

Het gaat telkens om de gezondheidsindex. U kunt die in de krant terugvinden of op de website van StatBEL.

Het is niet verboden om in het huurcontract een andere indexeringsregel op te nemen, maar het resultaat mag nooit hoger zijn dan het resultaat van de wettelijke formule. Lager mag wel.

Wanneer mag de huur worden geïndexeerd?

Denk vooral niet dat januari dé maand is om de huurprijs te indexeren, dat is fout!

De datum van de indexering hangt af van het contract. De huur mag namelijk pas worden geïndexeerd op de verjaardag van de inwerkingtreding van de huurovereenkomst, anders gezegd de datum waarop het goed ter beschikking werd gesteld van de huurder (meestal later dus dan de ondertekening van de huurovereenkomst).

Bovendien mag de huurprijs alleen worden geïndexeerd als het huurcontract aan een bepaalde voorwaarde voldoet, afhankelijk van de datum waarop het contract werd ondertekend:

  • tussen 1/1/1984 en 28/2/1991: de indexering moet in het contract zijn overeengekomen;
  • tussen 1/3/1991 en 31/5/1997: de indexering mag niet zijn uitgesloten in het contract;
  • sinds 1/6/1997: de huurovereenkomst moet schriftelijk zijn opgesteld én de indexering mag er niet in zijn uitgesloten.

Indexsprong van de huurprijzen in Wallonië

Door een Waals decreet van 2/3/2016 werd beslist om vanaf 1/4/2016 een indexsprong in te voeren voor de huurprijzen. Die beslissing betrof alleen huurcontracten waarbij de huurder zijn hoofdverblijfplaats had in het Waals Gewest en die reeds in voege waren op 1/4/2016. Voor die contracten werd met een vertragingseffect van 1 jaar gewerkt: om de huurprijs te indexeren op de verjaardag van de inwerkingtreding van de huur moest men uitgaan van de huurprijs van het vorige jaar na de indexering.  

Maar het Grondwettelijk Hof heeft die beslissing ondertussen nietig verklaard. Voor de rechtszekerheid werd wel beslist om dat pas vanaf 1/4/2018 te laten ingaan. Dat betekent dat vanaf de eerste verjaardag van de huurovereenkomst na 31/3/2018 de indexsprong niet meer geldt en je opnieuw de normale formule mag toepassen.   

Mag huur met terugwerkende kracht worden geïndexeerd?

Ja, de verhuurder die beseft dat hij vergeten is om tijdig te indexeren, heeft zijn kans niet helemaal verkeken. In de berekening moet hij echter terugkeren in de tijd en de maand invullen waarin hij de indexering in feite had mogen vragen. En het bedrag dat hij door die vergetelheid te weinig heeft opgestreken, mag hij hooguit voor de drie afgelopen maanden opeisen.

Een voorbeeld. Een huurovereenkomst was op 1/11/2007 in werking getreden. De verhuurder mocht de huurprijs dus op 1/11/2013 indexeren. Als hij echter pas in mei 2014 een brief schrijft waarin hij de indexaanpassing opeist, mag hij de achterstallige indexaanpassingen slechts opeisen voor de maanden februari, maart en april 2014. Voor de berekening moet hij voor de nieuwe index hoe dan ook de index van oktober 2013 nemen, precies zoals hij zou hebben gedaan als hij de indexering wel tijdig had gevraagd. De indexaanpassing voor de maanden november 2013, december 2013 en januari 2014 is definitief verloren.