Dossier

Zo kun je zelf composteren

07 september 2017
Compost organisch afval

07 september 2017
Composteren heeft heel wat voordelen: je vuilniszak wordt lichter en verspreid minder geurtjes, het is goed voor het milieu, je produceert zelf meststof en het is niet eens zo moeilijk.

Drie methodes

Je kunt op verschillende manieren composteren, afhankelijk van hoeveel ruimte je hebt. Heb je een grote tuin, dan kun je een installatie met meerdere bakken aanleggen. Een kleinere tuin of enkel een koer? Dan is een compostvat de beste oplossing. Geen ruimte buiten? Dan kun je binnen in huis gaan vermi-composteren.  

Composthoop voor een grote tuin

Als je veel ruimte hebt, dan kuan je een composthoop aanleggen. Dat kan erg eenvoudig: enkele paletten in een vierkant zijn ideaal. Dan begin je met een laag bruin materiaal (takjes, stro, snoeisel van hagen …) van ongeveer 10 cm. Deze laag brengt stevigheid, maar daarnaast kan hierdoor de lucht ook gemakkelijk van onderuit in je composthoop. Heb je niet genoeg natuurlijk bruin materiaal, dan kan onbedrukt karton, in stukjes geknipt ook diens t doen voor deze eerste laag.
Vervolgens breng je een laag groen materiaal aan: schillen van groenten en fruit, koffiefilters of -pads, theezakjes, bladeren, wortelloof, vervallen kruiden, gedroogde bloemen en gedroogd gazonmaaisel. Dit meng je in de loop van de tijd met eenzelfde hoeveelheid bruin materiaal. Om het proces te versnellen, knip, breek of snij je het afval steeds in kleine, goed verteerbare stukjes.

Komen er onsmakelijke geurtjes van je composthoop, dan is er iets mis. Misschien is hij onvoldoende verlucht, bv. als je er iets te veel gazonmaaisel op hebt gegooid. Daarom moet je de composthoop geregeld verluchten, door er een of twee keer per week eens in te woelen. Twee keer per jaar ga je wat grondiger te werk en ga je de hoop grondig omwoelen. “Omzetten”, heet dat in vaktermen.
Ook als de composthoop te nat is, kunnen er slechte luchtjes uit opstijgen doordat de lucht niet voldoende kan circuleren. Is de hoop dan weer te droog, dan zullen er weinig wormen, schimmels en bacteriën onderdak zoeken en zal er dus weinig in huis komen van composteren.

compost

Compostvat voor een kleine tuin

Heb je geen grote tuin, dan kun je een plastic compostvat gebruiken. Die nemen niet veel plaats in en werken op dezelfde manier als een gewone composthoop, met een goed evenwicht tussen de soorten materiaal. De verluchting wordt gegarandeerd door het ontwerp van het vat, al kun je de mengeling ook zelf verluchten door er geregeld met een lange stok in te woelen.

compost thuin

Vermicompost in huis

Ook in huis kun je composteren, met de hulp van kleine wormpjes. Dit heet vermicomposteren. Hiervoor heb je enkele plastic bakken nodig, waarvan je een eerste vult met minstens 500 gram organisch afval. Hier laat je rode compostwormen (geen regenwormen) op los. Die vind je bij iemand die al een vermicompost heeft (je kan bv. een oproep lanceren op sociale media) of in een gespecialiseerde winkel. Of als je op een plekje buiten wat koffiegruis legt, komen de wormen er vanzelf op af.
Eenmaal in je compostbak beginnen de wormen het afval om te zetten: ze kunnen dagelijks hun eigen gewicht verteren en vermenigvuldigen zich razendsnel.

Als je eerste bak vol is en grotendeels verteerd, zet je er een tweede bak op of naast die (al naargelang de positie) gaatjes in de bodem of in de zijkant heeft. Als je deze bakken ook begint te vullen, zullen de wormen automatisch de stap zetten naar boven of opzij.

Ook hier gooi je beter geen al te grote stukken organisch afval in de bakken, zodat het verteerbaar blijft voor de wormen. Hoe dan ook moet je enkele maanden geduld hebben om een vlot draaiende installatie te krijgen.

Het eindresultaat is niet alleen compost, maar ook percolaat. Dit is een erg voedzame stof die je (aangelengd met water) aan je kamerplanten kunt geven.

 compost vermicompostage

Wanneer klaar voor gebruik?

Als je het oorspronkelijke organisch materiaal niet meer kunt onderscheiden en je een smeuïge, egale massa hebt, dan is het compost klaar voor gebruik. Je zeeft het wel het best nog eerst om de laatste niet-verteerde stukken (meestal takjes) eruit te halen.

Om te weten of de vochtigheid goed zit, kun je de zogenoemde vuisttest doen. Je neemt een handvol compost en knijpt die samen in je hand. Komen er een paar druppels water tussen je vingers en blijft het compost in een balletje aan elkaar plakken, dan is het ideaal van samenstelling. Is het te nat, dan zal het helemaal tussen je vingers worden geperst en geen balletje vormen. Is het te droog, dan zal het snel uiteenvallen.


Afdrukken Versturen via e-mail