Analyse
Spaarrekeningen en de fiscus 6 jaar geleden - vrijdag 26 augustus 2011

De fiscale behandeling van intresten op spaarrekeningen zou binnenkort kunnen wijzigen.

Voorheen waren die intresten tot aan een bepaald drempelbedrag (momenteel 1770 euro per persoon) vrijgesteld van roerende voorheffing. Overschrijden de intresten dat bedrag, dan moeten ze worden aangegeven aan de fiscus (iets wat veel belastingplichtingen weleens durven te "vergeten") en dan wordt het bedrag boven de vrijgestelde schijf belast.

In de toekomst zou het kunnen dat er roerende voorheffing (die wellicht gehandhaafd zal worden op 15 %) wordt afgehouden op het moment dat de intresten op de spaarrekening worden gestort en dat de belastingplichtige dan in zijn aangifte het bedrag aan intresten moet vermelden waarvoor hij terugbetaling van de voorheffing vraagt (uiteraard maximaal tot aan het vrijgestelde plafond).

Controleur stelt zich vragen

Als de wijziging van kracht wordt, kan men zich terecht afvragen of de belastingcontroleur niet de wenkbrauwen zal fronsen bij mensen die eerder nooit spaarintresten hebben aangegeven en nu om de terugbetaling van het maximumplafond verzoeken.

 

Dat risico bestaat inderdaad en is niet zonder gevolgen. Als de controleur ontdekt dat er in het verleden intresten verborgen werden gehouden, zal de factuur oplopen tot ±28 % van het niet-aangegeven bedrag (15 % die al verschuldigd was + gemeentelijke opcentiemen + boete van 50 % bij een eerste fraude).
Voor iemand die het belastingvrije plafond maar lichtjes had overschreden, zal de schade dus wel meevallen maar voor mensen die jarenlang een veelvoud van het plafondbedrag aan intresten hebben ontvangen en nooit iets hebben aangegeven, zou het een bittere pil kunnen worden.

 

Ten eerste denken we niet dat de fiscus een systematische controle zal invoeren. Maar het is natuurlijk mogelijk dat een ijverige controleur zich vragen gaat stellen. In dat geval zal hij altijd eerst om meer informatie vragen aan de belastingplichtige (bijv. een detail van de ontvangen intresten tijdens de voorbije drie jaar). Op basis daarvan kan hij al dan niet aan de directeur van zijn belastingkantoor om de toestemming vragen zich tot de bank van de belastingplichtige te mogen wenden en ook vragen dat zijn directeur het register van bankrekeningen raadpleegt (bij de Nationale Bank) om te controleren of de belastingplichtige niet nog meer rekeningen heeft.

 

Alvorens het zover kan komen, moet de controleur minstens over "signalen voor fraude" beschikken. Wat er allemaal onder dat begrip valt, is in de wet niet helemaal duidelijk. Bij een restrictieve interpretatie kan men stellen dat enkel en alleen het feit dat iemand om terugbetaling vraagt van het maximumbedrag aan roerende voorheffing (in de nieuwe regeling), ook indien er in het verleden geen intresten werden aangegeven, op zich geen signaal voor fraude is. Dat is het zeker niet als een hoger bedrag aan intresten bijvoorbeeld verklaard kan worden door het ontvangen van een aanzienlijke som geld (schenking, erfenis, aanvullend pensioen...) of door gestegen rentevoeten.

 

Geeft de belastingdirecteur groen licht aan zijn controleur om uw bank te contacteren, dan wordt u daar verplicht van op de hoogte gebracht. Raadpleegt hij de database met bankrekeningen, dan hoeft hij u hiervan niet voorafgaandelijk op de hoogte te stellen. U kunt er zich dus ook niet tegen verzetten.

 

Mogelijk zullen veel belastingplichtingen die in het verleden geen hoge bedragen aan spaarintresten hebben aangegeven er bewust voor kiezen om niet om de terugbetaling van roerende voorheffing te verzoeken in het nieuwe systeem, in de hoop zo geen achterdocht op te wekken bij de controleur met dienst.
Een andere mogelijkheid is natuurlijk om de voorheen te weinig betaalde belastingen te regulariseren.

 

 

Deel dit artikel