Analyse
Goudmijnen kruipen uit het dal 3 jaar geleden - woensdag 16 juli 2014

Goudmijnfondsen zijn niet noodzakelijk een must in uw portefeuille. Bovendien is deze sector puur bedoeld voor beleggers met stalen zenuwen.

Volgens ons werden de goudmijnen te zwaar afgestraft. Heel wat bedrijven in de sector bleven winst maken ondanks de hogere kosten en de dalende goudprijs en beschikten over sterke balansen en een goede cashflow. Vandaag is het niet anders. En de waarderingen in de sector zijn nog altijd relatief interessant.

Wel zijn goudmijnaandelen erg volatiel en zijn ze voorbehouden aan durvers. Daarbij hebt u de keuze uit tal van fondsen. Sommige beleggen uitsluitend in grote goudmijnen (Goldcorp, Newcrest, Randgold), andere mikken veeleer op kleinere (exploitatie)bedrijven met een hoger risicoprofiel zoals Primero Mining, OceanaGold en Torex Gold. Zo’n belegging in zuivere juniors vinden we echter te riskant. Laat daarom trackers als Market Vectors Junior Gold Mines en Global X Gold Explorers links liggen.

Kijken we naar de portefeuille, de kosten en de risicogewogen prestaties, dan gaat onze voorkeur uit naar Tocqueville Gold en LO World Gold Expertise P D.

 

2013: zwart jaar

De koersschommelingen van de goudmijnaandelen zijn enorm. Zo presteerde geen enkele sector de afgelopen jaren slechter op de beurs. Dat kwam niet alleen omdat de goudprijs voor het eerst in meer dan een decennium daalde in waarde. Ook de sectorfocus op omzet en de daaraan gekoppelde (dure) overnames konden op steeds minder bijval rekenen. Daarnaast leed de sector ook onder de gestegen werkingskosten, de strengere wetgeving (o.a. milieu) in sommige landen, de moeilijker wordende ontginning, de toegenomen risicoaversie...

 

Op de beurs gingen de aandelen gemiddeld 20 % lager per jaar over de laatste drie jaren. En dat terwijl de beurzen wereldwijd aandikten met meer dan 11 % jaarlijks.

 

Kentering ingezet

Sinds januari presteren de goudmijnaandelen zoals het wereldwijde gemiddelde (+20 %). Vooral de laatste drie maanden gaat het veel harder (+10 %) dan de rest (+5 %). Naast de gestegen goudprijs (eind juni: 1329 USD, +10 % in euro sinds januari) heeft dat te maken met enkele factoren.

 

– Bedrijfsresultaten. Iets meer dan een jaar geleden werd besloten om op rendabiliteit en niet meer zo zeer op omzet te focussen. Daarbij worden kosten nog moeite gespaard. Een mijn die onvoldoende opbrengt wordt (tijdelijk) gesloten, niet-kernactiviteiten worden afgestoten, infrastructuur wordt aangepast, toekomstige projecten moeten aan meer eisen voldoen, enz.

 

Hierdoor boekten vele bedrijven uit de sector mooie kwartaalcijfers. Vooral de totale kostprijs om goud uit de grond te halen viel fors terug ten opzichte van een jaar geleden. Beleggers konden die resultaten en de transparantere informatiestroom best wel smaken.

 

– Fusies en overnames. Door de talrijke saneringen en betere resultaten zijn heel wat bedrijven plots interessante koopkandidaten of fusiepartners geworden. Uiteraard zorgt dat voor de nodige speculatie. Zo kochten Agnico Eagle en Yamana Gold Osisko Mining, fuseren Rio Alto en Sulliden Gold en mislukte de fusie tussen Newmont mining en Barrick Gold.
Opvallend bij al die deals, en positief voor de toekomst, is dat ze niet tegen exorbitante prijzen en ten koste van alles gebeuren, zoals dat in het verleden wel het geval was.

 

Deel dit artikel