Analyse
Obligatiefondsen in maart 5 jaar geleden - woensdag 18 april 2012

Terwijl de markt van de staatsobligaties maar niet erin slaagde om zich te onderscheiden vorige maand, konden de fondsen in bedrijfsobligaties in euro dat wel.

Euro in vorm

In maart kon de euro nog eens uithalen op de wisselmarkten. Onze munt won immers terrein tegenover de meeste andere munten. Enkel de Amerikaanse dollar (+0,5 %) en het Britse pond (+0,5 %) deden echt beter.

 

De reden van die vorm hoeft u niet ver te zoeken. De gelukte Griekse schuldherschikking en de versterking van de Europese middelen om landen in moeilijkheden te helpen, zorgden voor een ware geruststelling op de financiële markten. De kans is groter dan vroeger dat Europa de crisis zal kunnen bezweren. Dat zorgde voor interesse in de eenheidsmunt waardoor die de koers ondersteund zag worden.

 

De voornaamste slachtoffers waren niet toevallig te vinden in de groeilanden. Zo verloor de Braziliaanse real maar liefst 5,5 % tegenover de euro. Te wijten aan de economische groeivertraging in het land van president Rousseff enerzijds en de stelling dat de groei o.a. zal aangewakkerd worden via … een daling van de munt anderzijds. De verlaging van de leidende rente door de Braziliaanse centrale bank met 0,75 % maakte de munt prompt minder aantrekkelijk met de gevolgen van dien. We zijn geen koper van Braziliaanse obligaties, maar wel van Braziliaanse aandelen. U mag van de daling profiteren om positie te nemen in JPM Brazil Equity A indien u dat nog niet hebt gedaan en indien zo’n type belegging bij uw profiel past.

 

Obligaties: geen vetten

Maart was allesbehalve een mooie maand voor staatsobligaties. Niet alleen maakte de sterke euro het leven zuur van de fondsen in obligaties in vreemde munt, ook zorgden de stijgende obligatierentes in tal van landen voor lokale verliezen.

 

De fondsen in wereldwijde obligaties verloren gemiddeld 0,4 %. Als vanouds waren de verschillen binnen de diverse categorie echter groot. Zo ontgoochelde het populaire Templeton Global Bond menig belegger door een verlies te boeken van 1,2 %. Dat komt omdat de beheerder als geen ander de kaart trekt van emissies uit de groeilanden, zoals de Zuid-Koreaanse (-1,1 %) en de Maleisische (-2,1 %). We blijven vooralsnog verkoper van dat fonds wegens de speciale beheersaccenten (groeilanden boven).
De categorie van de wereldwijde obligatiefondsen vinden we een uitstekende instapcategorie voor diegenen die op een eenvoudige manier een gespreide obligatiebelegging in huis willen halen. Het klassiek beheerde Invesco Global Bond A (+0,7 %) mag nog altijd gekocht worden.

 

Bedrijfsobligaties in euro: maandwinnaars

Terwijl de markt van de staatsobligaties maar niet erin slaagde om zich te onderscheiden vorige maand, konden de fondsen in bedrijfsobligaties in euro dat wel. Zij gingen gemiddeld 0,7 % hoger en waren daarmee de best presterende obligatiecategorie van de maand. Amundi Bond Corporate Euro, Aviva Investors European Corporate Bond en Petercam (L) Bonds EUR Quality B klommen alle 0,9 %. Die meerprestatie dankten ze aan de bedrijfsobligaties van de financiële instellingen in de portefeuilles (+1,1 %). De beheerders beleggen immers iets meer dan gemiddeld in zo’n type obligaties, in totaal goed voor een stevige 40 % van de totale portefeuille. Door de ingrepen van de Europese centrale bank (zie hoger) kregen de financiële instellingen meer ademruimte en dat deed de vraag naar emissies van dat soort instellingen stijgen afgelopen maand. Daardoor veerden de koersen op.

 

We raden u voorlopig af om te beleggen in bedrijfsobligaties in de eurozone. Zowat alle gespecialiseerde fondsen beleggen een stevige duit in emissies uitgegeven door banken. We vissen echter niet in die vijver omdat we de transparantie van de banken door de bank genomen ondermaats vinden en het ons aan een glazen bol ontbreekt. De onzekerheid over de toekomst van de sector blijft huizenhoog en dat straalt ook af op de bedrijfsobligaties uitgegeven door de sector.

 

Pensioenspaarfondsen: beter dan gemengde

Opvallende vaststelling vorige maand is dat de Belgische pensioenspaarfondsen beter presteerden dan de klassieke gemengde fondsen. Zo klokten de dynamische pensioenspaarfondsen 0,6 % hoger af, terwijl de dynamische gemengde fondsen gemiddeld gezien niet vooruit gingen. Hetzelfde fenomeen zagen we ook bij de defensieve (0,7 % versus -0,1 %) en de neutrale categorieën (1,3 % versus -0,1 %).

 

De reden van de meerprestatie van de pensioenspaarfondsen, die in feite ook gemengde fondsen zijn maar met extra strenge regels op het gebied van portefeuillespreiding, is vooral te danken aan twee redenen.

 

Ten eerste beleggen pensioenspaarfondsen het obligatiegedeelte van hun portefeuille minder internationaal en dus meer in euro. In maart was dat een voordeel (zie hoger). Ten tweede mikken de pensioenspaarfondsen nog net dat ietsje meer op Belgische aandelen (een tiental procent van de portefeuille) dan het gemiddelde gemengde fonds (minder dan enkele procenten) doet. Zoals u hoger kunt lezen, was de beurs van Brussel in goeden doen vorige maand (+4,1 % voor de brede marktindex).

 

We raden iedereen aan om aan het fiscaal vriendelijke pensioensparen te doen. Hebt u nog voldoende jaren voor de pensioensboeg, dan kunt u mikken op een pensioenspaarfonds in plaats van een (risicoloze) pensioenspaarverzekering.

 

Meer uitleg over pensioensparen.

 

Deel dit artikel