Analyse
Obligatiefondsen dringend omzetten? 5 jaar geleden - donderdag 22 december 2011

Met de nieuwe begrotingsmaatregelen die in principe begin 2012 van start gaan, hebt u er alle belang bij om uw beleggingen nog dit jaar bij te sturen.

De impact van de begrotingsmaatregelen die in principe begin 2012 van start gaan, zijn niet mals voor heel wat bezitters van obligatiefondsen, thesauriefondsen en defensief gemengde fondsen. U hebt er alle belang bij om uw beleggingen nog dit jaar bij te sturen. Ziehier hoe u dit kunt doen.

 

Kapitalisatie of distributie?

 

Overstappen

Beleggers die in 2012 heel wat roerende inkomsten (= intresten en dividenden) zullen ontvangen, raden we aan om nog in 2011 hun obligatiefondsen van het kapitalisatietype met een Europees paspoort in te wisselen tegen obligatiefondsen van het uitkeringstype, zeker als ze die al vele jaren in hun bezit hebben. Dat advies geldt ook voor thesauriefondsen en een groot deel van de defensief gemengde fondsen. Zo vermijden ze niet alleen de hogere beurstaks bij de verkoop van hun fonds, maar vooral de mogelijke extra roerende voorheffing die hen in 2012 te beurt zal vallen op hun meerwaarde (als uiterste terugloopdatum wordt rekening gehouden met 1 juli 2005).

 

Situatie in 2011

Verkoopt u nog dit jaar uw deelbewijzen van uw obligatiefondsen met een Europees paspoort, en zo’n paspoort hebben bijna alle fondsen op de markt, dan betaalt u een meerwaardebelasting (zie kader ‘meerwaardebelasting’) van 15 % bij de verkoop. Dat geldt voor alle kapitalisatiefondsen én het gros van de fondsen die de dividenden uitkeren. Daarbovenop moet u voor de kapitalisatiefondsen ook de beurstaks bij verkoop van 0,5 % neertellen, met een maximum van 750 euro.

 

Situatie in 2012

Verkoopt u diezelfde deelbewijzen in 2012, dan betaalt u een meerwaardebelasting van 21 %. Dat geldt voor alle kapitalisatiefondsen én het gros van de fondsen die de dividenden uitkeren. Verkrijgt u in 2012 roerende inkomsten uit dividenden en intresten van 20 000 euro of meer, dan betaalt u een extra 4 % op het gedeelte van de roerende inkomsten boven die 20 000 euro. Enkel het vrijgestelde deel op het spaarboekje (1.830 euro in 2012), de dividenden van coöperatieve aandelen en de intresten van de laatste staatsbon worden niet in rekening genomen om die 20 000 euro te bepalen. Over het lot van tak 21-spaarverzekeringen heerst er op dat vlak wel nog onduidelijkheid maar wij denken dat ze in de pot zullen vallen, behalve misschien voor contracten van meer dan acht jaar en/of gecombineerd met een overlijdensdekking van 130 %. Ten slotte nog dit, de dividenden en interesten die al zijn onderworpen aan een tarief van 25 % (zoals de aandelendividenden), vallen uiteraard niet onder die extra 4 %.En dat is nog niet alles. Daarbovenop betaalt u voor de kapitalisatiefondsen ook de beurstaks bij verkoop van 0,65 %, met een maximum van 975 euro.

 

Een concreet voorbeeld

Stel dat u al sinds jaar en dag in het wereldwijde obligatiefonds (van het kapitalisatietype) Invesco Global Bond (LU0113592215) belegt. U besluit half december te verkopen aan een inventariswaarde van 7,85 dollar (6,03 euro). De fiscus zal terugkijken naar uw moment van aankoop, met als uiterste startdatum 1 juli 2005 om de meerwaarde te berekenen. Bij verkoop betaalt u de beurstaks (0,5 %) en de meerwaardebelasting (15 % op het meerwaardegedeelte); beide goed voor 0,27 euro per deelbewijs in dit geval. Ofwel een kost van 4,5 % op uw verkoop. Een verkoop van 10 000 euro kost u met andere woorden 450 euro aan taksen.

 

Latere verkoop
Stel nu dat u dat fonds begin 2012 verkoopt en dat de inventariswaarde en de meerwaarde dezelfde is gebleven. Hoe ziet de situatie er dan uit? Bij verkoop betaalt u de beurstaks (0,65 %) en de meerwaardebelasting (21 %); beide goed voor 0,37 euro per deelbewijs. Ofwel een kost van 6,1 % op uw verkoop, hetzij ruim 1,5 % meer dan in 2011. Bij de verkoop van 10 000 euro loopt uw rekening op tot 610 euro, 160 euro meer.
Bovendien realiseert u met die verkoop roerende inkomsten die, behalve aanpassing van het programmawetsvoorstel, uw potje van 20 000 euro zullen vullen. In dit geval goed voor 2 614 euro (= aantal verkochte stuks maal de belastbare basis in euro).
Zorgt dat bedrag ervoor dat u de totale grens van 20 000 euro aan roerende inkomsten voor dat jaar overschrijdt, dan betaalt u 25 % in plaats van 21 % op het gedeelte boven die overschrijding. Het supplement van 4 % kan – in dit geval – oplopen tot 0,40 euro per deelbewijs waardoor de totale prijs voor u aandikt tot 0,43 euro (meerwaardebelasting plus beurstaks). Goed voor een niet onaardige kost van 7,2 % op uw verkoop indien de totale verkoop onder de schijf van 25 % voorheffing zou vallen. De verkoop van dit fonds voor een bedrag van 10 000 euro kost u dan uiteindelijk 720 euro. Een verschil van 270 euro op een belegging van 10 000 euro (2,7 %) ten opzichte van de verkoop dit jaar (450 euro).

 

Let op kosten
We raden u dan ook aan om van kapitalisatie naar distributie over te schakelen door uw kapitalisatie deelbewijzen te verkopen en om te wisselen in distributie deelbewijzen.

 

Uiteraard is bovenstaande slechts één voorbeeld. Maar als we ervan uitgaan dat obligatiefondsen op termijn een positieve koersevolutie kennen en dan ook een meerwaarde boeken, dan geldt als regel dat hoe langer u in een fonds dat onder de meerwaardebelasting valt belegt, hoe groter de meerwaardebelasting zal zijn. En hoe beter uw fonds heeft gepresteerd, hoe hoger die meerwaardebelasting zal uitvallen. Een luxeprobleem uiteraard maar wel een die zwaarder wordt belast in 2012 dan in 2011. Dat geldt des te meer voor diegenen die bij een verkoop nu en in de toekomst tegen de grens van 20 000 euro aan roerende inkomsten aanhurken.

 

Loont het de moeite om alle kapitalisatiefondsen die vallen onder de meerwaardebelasting om te switchen naar distributiefondsen? We denken van wel want u steekt alvast twee voordelen op zak. U betaalt nu eenmalig een lagere beurstaks. En u laat de meerwaardebelasting minder snel aandikken op termijn. Omdat het distributiefonds (meestal) jaarlijks een dividend uitkeert en dat gedeelte van de meerwaarde doet verdwijnen uit de portefeuille, spreidt u als het ware de meerwaardebelasting in de tijd en dikt die dan ook trager aan bij de latere verkoop van zo’n fonds. Daardoor betaalt u minder snel de 4 % solidariteitsbelasting. Voor grote vermogens maakt dat echter geen verschil uit. Zij zullen sowieso die 4 % betalen.

 

De switch maken is uiteraard enkel interessant indien u geen of weinig (niet meer als 1 %) instapkosten betaalt voor uw distributiefonds. Dat zal het geval zijn indien u binnen eenzelfde fondsenfamilie blijft. Voor het fonds uit ons voorbeeld kunt u bijvoorbeeld de switch maken naar Invesco Global Bond Distributie (LU0082941435). De meeste fondsen hebben vandaag de dag gelukkig zo’n distributietegenhanger. En uiteraard zullen (be)goede klanten ook kunnen rekenen op een zekere mate van toegeeflijkheid bij hun financiële tussenpersoon.

 

Meerwaardebelasting?

Om zelf de maximale meerwaardebelasting te berekenen trekt u de inventariswaarde bij aankoop af van de inventariswaarde bij verkoop. Daarbij gaat de fiscus maximaal terug tot begin juli 2005.
Het verschil levert u de belastbare basis in euro op. Dat bedrag vermenigvul-digt u met 15 % (21 % en/of 25 % in 2012) en u krijgt het maximumbedrag dat u zult betalen aan de fiscus.
Voor fondsen in vreemde munt doet u hetzelfde en trekt u beide inventaris-waardes (in vreemde munt) af. Dat verschil zet u vervolgens om naar euro aan de wisselkoers van de dag van de verkoop. Dat bedrag vermenigvuldigt u met de roerende voorheffing en klaar is kees.

Deel dit artikel