Analyse
Fondsen in inflatiegelinkte obligaties in euro 6 jaar geleden - donderdag 8 december 2011

Fondsen die beleggen in obligaties gekoppeld aan de inflatie hebben er een slechte rit opzitten. Te wijten aan de overheidsschuldencrisis in de eurozone die weegt op de koersen van enkele obligaties in de portefeuilles.

De gebradeerde markt biedt echter opportuniteiten voor de dynamische belegger. De sterk beweeglijke portefeuilles zijn daarentegen niet langer spek voor de bek van de defensieve belegger.

Inflatie

In normale marktomstandigheden is een euro vandaag meer waard dan een euro over pakweg tien jaar. De reden: inflatie of de algemene stijging van de prijzen. Hoe hoger die inflatie, hoe groter uw koopkrachtverlies. Eind november bedroeg de inflatie bij ons 3,8 %, wat hoger is dan het cijfer uit de eurozone (3 %). Blijft dat niveau bijvoorbeeld aanhouden, dan duurt het minder dan achttien jaar vooraleer uw koopkracht gehalveerd wordt.

Gelukkig brengt uw geld ook geld op om het negatieve effect van de inflatie te compenseren. Helaas is de vergoeding op een de meest hoogrentende spaarboekjes (ten hoogste 2,35 %), of termijnrekeningen (bijvoorbeeld 3,44 % op vijf jaar), of kasbons (2,9 % op vijf jaar) onvoldoende om de huidige inflatie te compenseren.

Inflatiebescherming

Klassieke obligaties hebben op zich al de bedoeling u bescherming te bieden tegen inflatie. Wordt een inflatiestijging verwacht, dan komt de obligatierente wat hoger te liggen en krijgt u een hogere coupon. En omgekeerd. Probleem daarbij is dat u niet weet welke prijsstijgingen of -dalingen u gedurende de restlooptijd van de obligatie zullen plaatsvinden.

Om dat soort risico uit te bannen, bestaan er obligaties die gekoppeld zijn aan de inflatie, ook wel geïndexeerde of inflatiegelinkte obligaties of linkers genoemd. Het kapitaal dat u op hun eindvervaldag krijgt en/of de periodieke coupons zullen hoger zijn naarmate de inflatie stijgt. Interessant?

Dat hangt ervan af. In ruil voor die obligatiebescherming ligt het couponrendement van dat type obligaties (gevoelig) lager dan dat van niet-geïndexeerde obligaties. Vindt gedurende de looptijd van de geïndexeerde obligatie geen (onverwachte) inflatiestijging plaats, dan zult u op de vervaldag minder hebben verdiend dan met een klassieke obligatie.

Regelrechte koopjes

Om te weten te komen of de geïndexeerde obligaties nu interessant zijn of niet, kijken we naar het inflatieniveau waarbij het rendement van een inflatiegelinkte obligatie even hoog is als het rendement van een klassieke obligatie. En wat zien we? De geïndexeerde obligaties houden rekening met een gemiddelde inflatie in de eurozone (op tien jaar) van 1 %. Dat is historisch laag. Ligt de inflatie in de toekomst in werkelijkheid hoger dan die 1 %, dan bent u dus beter af met geïndexeerde obligaties.

Die premie van 1 % om de volledige inflatie te verwerven over de restlooptijd van de inflatiegelinkte obligaties vinden we goedkoop want wij gaan uit van een langetermijninflatie binnen de eurozone van 2,5 %. In dat scenario is het dan ook beter om binnen de eurozone te kiezen voor geïndexeerde obligaties in plaats van niet-geïndexeerde.

Afgestrafte markt

Geïndexeerde obligaties zijn dus op grond van de inflatieverwachtingen een koopje. Dat heeft echter een reden. De markt voor linkers bestaat vooral uit Franse (zowat de helft van de markt), Italiaanse (30 %) en Duitse (20 %) obligaties. Griekse obligaties vinden we niet meer terug in de meeste fondsenportefeuilles.

Door de hoge schulden en begrotingsproblemen in tal van eurolanden is er nu een ware exodus naar veiligheid op gang. Zo verkopen vooral de banken alles in hun portefeuilles wat ook maar enigszins ruikt naar risico. Dat doen ze omdat ze al dan niet verplicht worden om hun balansen minder riskant te maken. Het gevolg: niet alleen stroomt geld uit de aandelenbeurzen richting obligaties, ook binnen de obligatiemarkten is het al veiligheid wat de klok slaat. Binnen de eurozone worden bijvoorbeeld Grieks (-43 % op drie maanden) en Italiaans (-13 %) klassiek staatspapier ingewisseld voor Duits (+1 %). Zelfs Frans overheidspapier (-5 %) moet de rol lossen. Ook geïndexeerde obligaties worden geviseerd. Ze zijn minder vlot verhandelbaar dan hun niet-geïndexeerde tegenhangers waardoor zij nog sneller van de hand worden gedaan. Ook nemen ze niet deel aan de obligatiesteunaankopen van de Euro-pese centrale bank. Dat voorrecht is voorlopig enkel weggelegd voor klassieke obligaties. Daarnaast weegt de getroffen Italiaanse markt er relatief gezien zwaarder door dan in de klas-sieke overheidsmarkt (een derde bij de linkers tegenover een vijfde bij de klassieke obligaties). Het gevolg: over de laatste drie maanden verloor de geïndexeerde markt in de eurozone zowat 11 %. En dat terwijl de niet-geïndexeerde markt een dikke 5 % lager ging.

Riskanter dan vroeger

Laat er dan ook geen twijfel over bestaan. In de huidige marktomstan-digheden zijn fondsen in geïndexeerde obligaties in euro riskanter geworden dan vroeger. Hetzelfde kan eigenlijk ook gezegd worden van de fondsen in klassieke obligaties in euro.

Zo is de verkoop van Italiaans staatspapier nog niet ten einde. Dat weegt op de obligatiekoersen en stuwt de obligatierentes hoger. Heel wat slecht nieuws zit nu al in de obligatiekoersen maar onmogelijk te zeggen of de bodem al bereikt is.

Wij geloven echter niet in een betalingsprobleem rond de Italiaanse en de Franse overheidsschulden en zien dan ook geen reden om die obligaties aan de huidige lage koersen van de hand te doen. Een eventueel akkoord rond de overheidsschulden zal de koersen van de staatsobligaties snel naar omhoog stuwen.

Daarnaast noteren vooral de linkers in euro spotgoedkoop en bieden ze een opportuniteit op lange termijn. We zijn er namelijk van overtuigd dat ook de inflatie de komende jaren hoger zal liggen dan het lage niveau dat verrekend zit in de koersen (1 % gemiddeld, zelfs negatieve inflatie bij de Italiaanse obligaties).

Omdat de heikele schuldenproblematiek in de eurozone niet van vandaag op morgen zal opgelost geraken, is de belegging weliswaar enkel weggelegd voor diegenen met een horizon van vijf jaar en langer én op voorwaarde dat u geen graten ziet in de toegenomen schommelingen van de portefeuille. Is dat het geval, dan kunt u de post zien als een alternatieve spreiding voor uw vastrentende beleggingen in euro. Krijgt u echter hoogtevrees van het idee dat u Italiaans staatspapier in portefeuille zou nemen, dan raden we u een belegging in een fonds in obligatiefonds in euro af en kunt u terecht bij het spaarboekje.

Fondsen: kleine vijver

De povere gang van zaken op de geïndexeerde markt zorgde er ook voor dat de fondsen in inflatiegelinkte obligaties in de klappen deelden. Afgelopen maand alleen al verloren ze zowat 8 %. Ter vergelijking: klassieke obligaties in euro gingen 3 % lager.

Eigen aan de fondsen in inflatiegelinkte obligaties in euro is dat ze alle puren uit dezelfde kleine schare emissies. Daarom lijken hun portefeuilles goed op elkaar. Wel neemt de ene be-heerder iets meer het zekere voor het onzekere dan de andere en wordt vooral de Duitse obligatiekaart getrokken. Die markt is het minst winstgevend in potentie, maar ook het minst volatiel. Voorbeelden zijn Invesco Euro Inflation-Linked Bond (30 % in Duits papier) en – vooral – Inflation at Work (van CapitalatWork). De beheerder mikt hier uitsluitend op papier met de hoogste kredietwaardigheid (Duits en Frans).

Gezien de gelijkenissen in de meeste portefeuilles van de fondsen hoeft het niet te verbazen dat hun risicogewogen prestaties gelijklopend zijn.

Gebruik onze selector.

Deel dit artikel