Analyse
Financiƫle sector: een te missen koopje 6 jaar geleden - donderdag 16 juni 2011

Na moeilijke tijden pakt de financiële sector uit met aardige bedrijfsresultaten. Is het moment aangebroken om opnieuw te beleggen in een sectorfonds?

Door de onvermijdelijke aanwezigheid van financiële aandelen in de klassieke landenfondsen en wegens de weinig sexy vooruitzichten van de sector zien we voorlopig geen reden om uw fondsenportefeuille met een financieel sectorfonds te spijzen.


Wat voorafging

Na jaren van ijzersterke groei bleek uit de financiële crisis (begonnen half 2007) dat heel wat financiële spelers hun hand hadden overspeeld en te veel risico hadden genomen. Rampzalige bedrijfscijfers, overheidsingrepen onder voorwaarden, kredietverlagingen, miljardenafboekingen met daarbovenop het tegenvallende economische klimaat deden de financiële sector door meer dan één zure appel bijten.

De hele sector werd over dezelfde kam geschoren en kreeg ferme klappen op de beurs, zowel in de Verenigde Staten als in Europa. Eind mei stond de wereldwijde sector nog altijd 40 % lager (na omzetting in euro) sinds het begin van de crisis, tegenover een verlies van 17 % voor de brede wereldwijde beurzen. In het bijzonder waren de Amerikaanse en Europese banken (zowat -60 %) de slechtste leerlingen uit de klas

Minder risico, minder groei

De bedrijfsresultaten van 2010 en die van het eerste kwartaal van 2011 tonen aan dat het ergste achter de rug lijkt voor de sector. De (wettelijk) verplicht aan te leggen voorzieningen om zich te behoeden tegen verder kredietonheil zijn in dalende lijn, wat meer werkingsmiddelen doet vrijkomen. De kredietverstrekking trekt met mondjesmaat aan. En ook wat de kapitaalmarkten betreft, de geldkoe van de sector vóór de crisis, is er opnieuw enige nijverheid. De volatiliteit van de beurzen en de verstrengde regelgeving temperen echter het enthousiasme. Zo hebben veel banken na de crisis verzaakt aan meer riskante business, zoals beurstrading voor eigen rekening. Dat beperkt het risico maar zet ook een rem op de potentiële groei.

En dat is in een notendop de nieuwe realiteit waarmee de financiële instellingen en hun beleggers vandaag geconfronteerd worden: een focusverschuiving van winstmaximalisatie naar, al dan niet opgelegde, risicominimalisatie. Wetgeving zorgt ervoor dat dat de komende jaren ook zo zal blijven. Zo zijn de instellingen verplicht om een bepaald niveau van middelen aan te houden in de balans als een veiligheidsmatras tegen ongelukken. Hoe meer riskante activiteiten de instellingen aangaan, hoe meer (dure) buffer ze moeten aanleggen. Banken nemen daarom minder risico dan ooit … en dat beperkt hun potentiële groei aanzienlijk.

Voeg daarbij een potentieel probleem. Welke sector heeft het meeste staatsobligaties van perifere eurolanden in de boeken staan denkt u? Een afwaardering van die obligaties zou sterk wegen op de balansen, met kapitaalverhogingen of nieuwe staatsinterventies tot gevolg. De Europese Raad greep weliswaar op tijd in door broodnodige maatregelen te nemen om sommige landen van de financiële strop te redden, dat belette minder solide banken als Banco Popolare, Intesa Sanpaolo en UBI Banca niet om al bij de aandeelhouders aan te kloppen voor extra geld.

Tanend zwaargewicht

Ook al hebt u misschien geen gespecialiseerde fondsen in financiële aandelen in uw portefeuille, dat betekent niet dat u er helemaal niet in belegt. Blik in de portefeuille van een landenfonds en u zult zien dat een aardig percentage van de portefeuille gewijd is aan banken en verzekeraars. Waarom? De fondsenbeheerders spiegelen zich meestal aan een (brede) beursindex. Die bestaat uit aandelen met een grote marktkapitalisatie (= aantal op de beurs uitstaande aandelen maal de beurskoers). Banken en verzekeraars situeren zich vaak onder die grote jongens en blijven daarom relatief sterk vertegenwoordigd in de indexen en dus de fondsen.

 

De impact van de financiële crisis valt nog altijd niet te onderschatten. De ondermaatse beursprestatie van de sector in 2007 en 2008 tastte zijn marktkapitalisatie sterk aan. Tot op vandaag vinden we daardoor nog altijd minder financiële aandelen terug in de fondsenportefeuilles dan vóór de crisis (in gewicht en in aantal). Een effect dat des te duidelijker is bij indexen met een zware financiële weging, zoals de Belgische. Zo daalde het belang van financiële aandelen in de Bel-20 van meer dan 40 % naar 25 %. En dan rekenen we nog ruim, inclusief de vastgoedbevaks Befimmo en Cofinimmo en de holdings GBL et Ackermans & van Haaren. Beperken we ons tot de ‘zuivere’ financiële aandelen Ageas, Dexia en KBC, dan valt dat gewicht terug tot 15 %.

 

Deel dit artikel