Analyse
Geldmarktfondsen op droog zaad 7 jaar geleden - donderdag 10 juni 2010
De geldmarktfondsen hebben hun lesje geleerd maar kampen nu met een ander probleem.

De geldmarktfondsen in euro hebben hun lesje geleerd uit de financiële crisis. De fondsen die te speculatief waren ingesteld, hielden het voor bekeken of pasten hun strategie aan. Wat overblijft, zijn rechtoe rechtaan producten die geen risico’s pakken. Dat is positief, maar toch vinden we ze in het huidige lage renteklimaat niet langer geschikt als een alternatief voor de fiscaal voordeliger spaarrekening.

GELDMARKTFONDSEN?
Thesauriefondsen in euro, ook wel kortetermijnfondsen of geldmarktfondsen genoemd, staan – terecht – te boek als de meest veilige categorie binnen de beleggingsfondsen. Ze hebben niet voor niets rang ‘0’ op de CBFA-BEAMA-risicoschaal. En die gaat tot en met zes. Dat betekent dat de evolutie van de inventariswaarde weinig schommelt. In de praktijk klimt ze bij een klassiek en niet te duur beheerd geldmarktfonds zelfs gestaag jaar in, jaar uit. Dat is logisch want de portefeuille van zo’n fonds bestaat hier uitsluitend uit liquiditeiten en obligaties in euro met een restlooptijd van enkele dagen tot een jaar (= weinig renterisico), die daarenboven vaak worden uitgegeven door een staat of een supranationale instelling (= weinig risico op wanbetaling bij de uitgever). Kortom, een saaie maar oerdegelijke categorie.

LEREN UIT HET VERLEDEN
· In theorie althans. Op zoek naar hogere rendementen bevoeren sommige geldmarktproducten immers gedurende jaren een andere koers en belegden ze een deel van de portefeuille in een bepaald type van hoger renderende obligatie die kon worden uitgegeven door omzeggens jan en alleman, de zogenaamde floating rate note. Dat ging jarenlang goed, tot de crisis uitbrak. Toen bleek dat die obligaties een vergiftigd product waren die de beheerders nog amper aan de straatstenen verkocht kregen. Het gevolg was schokkend: voor het eerst in hun geschiedenis boekten enkele veilig gewaande geldmarktfondsen verliezen. Het bekendste slachtoffer is Petercam L Liquidity EUR (-27 % tijdens de crisis, zie grafiek), dat nu zelfs door het leven gaat als een obligatiefonds.
· Kijken we vandaag naar het beschikbare aanbod op de Belgische markt, dan hebben de thesauriefondsen hun lesje geleerd. Geen fantasietjes meer in de portefeuilles. Veiligheid staat voortaan bij elk fonds met stip op de eerste plaats genoteerd. Dat betekent ook dat de portefeuilles van de fondsen niet langer veel van elkaar verschillen. Andere elementen zullen dan ook bepalen welke fondsen beter zijn dan de rest.

PETERCAM L LIQUIDITY EUR (vet) EN PETERCAM LIQUIDITY EUR (basis 100)

Lange tijd waren beide fondsen van Petercam als broertjes. Het Luxemburgse fonds (vet) nam iets meer risico in de hoop extra winst te behalen. De financiële crisis beëindigde het sprookje.

FISCALITEIT VAN BELANG
· Omdat het gros van de fondsen op onze markt van Luxemburgse makelij is, gelden twee percentages roerende voorheffing. Op de dividenden van de fondsen gelanceerd voor 1994 is er een roerende voorheffing van 25 %. Dat is bijvoorbeeld zo voor Dexia Money Market EUR (***) en KBC Money EUR (***). Voor de andere geldt 15 %.

· Voor de fondsen die de dividenden oppotten, betaalt u 0,5 % beurstaks bij verkoop. Uitkerende fondsen betalen geen beurstaks, maar er is dus wel de roerende voorheffing. Vaak zijn beide versies even interessant.
· Ten slotte is er de fameuze meerwaardebelasting bij de verkoop van uw fonds. In dat geval geldt die voor zowat alle fondsen (kapitalisatie én distributie) op voorwaarde dat het fonds over een Europees paspoort beschikt. Hermes Euro Cash (Bank Delen), ING (L) Renta Cash Euro en KBC Multi Cash Euro, alle ***, hebben geen zo’n paspoort en vallen dus niet onder de meerwaardebelasting. Een ontegensprekelijk voordeel.

KOSTENBEHEERSING
· De laatste vijf jaar brachten geldmarktfondsen in euro gemiddeld 3 % per jaar op. Dat is verleden tijd. Vandaag liggen de rentevoeten op korte termijn lager dan 1 % en ook de vooruitzichten ogen somber.
· Daar wringt dan ook het schoentje. Er zijn immers niet alleen de magere rendementsvooruitzichten, de fondsen rekenen ook kosten aan.
– De instapkosten bedragen vaak 0,5 % of meer. De verzekeringsfondsen (tak23) vallen zelfs onder de verzekeringstaks van 1,1 %.
– De jaarlijkse totale kostenratio van de fondsen is gemiddeld 0,5 % en kan oplopen tot 1,2 %. Dat is het geval voor Fidelity II Euro Currency Fund bijvoorbeeld. In het slechtste geval eten de kosten het rendement dan ook volledig op. En dat is onaanvaardbaar.

VERSUS SPAARREKENING
In de huidige context kunnen thesauriefondsen niet langer de concurrentie aan met de spaarrekening. Die is niet alleen gratis, ze is ook fiscaal voordelig want de eerste 1.730 euro intresten zijn vrijgesteld van roerende voorheffing. Op de spaarrekening geldt ook de staatsgarantie voor bedragen tot 100.000 euro per persoon.
Laat ook hier de concurrentie spelen. Mik op de producten met een hoge basisrente zoals Fortuneo Plus (Fortuneo Belgium, 2 % basisrente en 0,5 % getrouwheidspremie).

Deel dit artikel