Analyse
Fondsendividenden : 15 % of 25 % 7 jaar geleden - donderdag 10 juni 2010
Moet u nu 15 % of 25% roerende voorheffing betalen op uw fondsendividend?

Sla er in deze periode de financiële bijlage van uw krant op na en de kans is groot dat u een of meerdere aankondigingen vindt betreffende de uitkering van het dividend van een beleggingsfonds. Hoe zit het met de roerende voorheffing die daarbij van toepassing is.

UITKERINGSTYPE
· De meeste beleggingsfondsen die in ons land worden verdeeld bestaan in twee versies, afhankelijk van de bestemming van de opbrengsten die elk fonds krijgt:
– Bij kapitalisatie worden de door het fonds geïnde opbrengsten (intresten, dividenden) netjes opnieuw in het beleggingsfonds gepropt, waardoor de inventariswaarde aandikt. Kapitalisatiedeelbewijzen keren dus nooit een dividend uit. Onze tabellen bestaan vooral uit die fondsen.
– Bij uitkering worden de opbrengsten niet herbelegd, maar al dan niet volledig uitgekeerd aan de aandeelhouders van het fonds in de vorm van een dividend. Bij de meeste fondsen vindt die uitkering jaarlijks plaats en altijd omstreeks dezelfde datum.
· Het is belangrijk te weten dat er, behoudens de dividenduitkering, geen enkel noemenswaardig verschil is wat beheer en portefeuille van beide types deelbewijzen betreft. Dat weerspiegelt zich echter niet in de inventariswaarde. Kapitalisatiedeelbewijzen en uitkeringsdeelbewijzen die gelanceerd werden aan dezelfde inventariswaarde, zullen hun waarde na verloop van tijd sterk zien uiteenlopen. Elke dividenduitkering wordt immers afgetrokken van de inventariswaarde. Daardoor wordt het verschil tussen de inventariswaardes van beide types gaandeweg groter (zie grafiek). Een voorbeeld. Beleggers met een defensief beleggingsprofiel raden we aan een klein deel van de portefeuille te steken in het Zwitserse obligatiefonds KBC Renta Swissrenta (**). De inventariswaarde van zowel het kapitalisatiedeelbewijs (LU0068457893) als het distributiedeelbewijs (LU0068455509) bedroegen begin 1997 1026,71 Zwitserse frank (CHF). Eind mei was dat respectievelijk 1430,9 CHF en 1009,83 CHF, een verschil van maar liefst 421 CHF.
Betekent dit dat het uitkeringsfonds zoveel slechter heeft gepresteerd? Neen, want de belegger heeft in dit geval elk jaar een dividend ontvangen. Tot op heden keerde het fonds al voor 352,3 CHF aan bruto dividend uit. Bruto inderdaad, want de belegger moet op het dividend een roerende voorheffing betalen.

Vanwaar dat verschil van zowat 70 euro tussen beide? Dat komt omdat de gekapitaliseerde dividenden zelf ook inkomsten genereren. Indien u de brutodividenden onmiddellijk zelf had herbelegd, zou u in theorie ongeveer dezelfde inventariswaarde moeten bekomen als die van het kapitalisatiefonds. In de praktijk steken de instapkosten en de roerende voorheffing daar een stokje voor.

15% OF 25%?
· Veel beleggers gaan ervan uit dat de roerende voorheffing 15 % bedraagt. Groot is dan ook hun verbazing dat ze plots 25 % moeten dokken. Voor een dividend van 4 % wordt er per schijf van 1.000 euro plots 10 euro afgehouden in plaats van 6 euro. Het verschil is niet verwaarloosbaar en geldt des te meer voor aandelenfondsen en obligatiefondsen die historisch gezien hoge dividenden uitkeren.
· Om nu te weten welke roerende voorheffing van toepassing is op uw dividenduitkerend fonds, zijn er twee elementen van tel: de juridische vorm en de lanceringsdatum:
– Wat de juridische vorm betreft, is het belangrijk te weten of uw fonds een beleggingsvennootschap naar Belgisch recht (ISIN-code begint met ‘BE’) of naar buitenlands recht is. Op dividenden van fondsen naar Belgisch recht houdt Vadertje Staat 15 % roerende voorheffing af.
– Voor fondsen naar buitenlands recht, in de praktijk vaak Luxemburgs (ISINcode begint met ‘LU’) liggen de kaarten ietwat anders en dient u de opstartdatum van uw beleggingsfonds te kennen. De regel is dat u 25 % roerende voorheffing betaalt, TENZIJ uw fondsencompartiment werd opgericht na 1 januari 1994. In dat geval daalt de roerende voorheffing naar 15%.
· Beide elementen vindt u in de prospectus van het fonds, of onder de rubriek ‘gedetailleerde fiches’. Uiteraard geldt dat laatste enkel voor het vijfhonderdtal fondsen in onze selectie.
· In ons voorbeeld werd het compartiment KBC Renta Swissrenta van de Luxemburgse sicav KBC Renta opgericht in de loop van 1996. De dividenden vallen dan ook onder het 15 % regime. Ter informatie, binnen KBC Renta betaalt u enkel 25 % roerende voorheffing op KBC Renta Eurorenta (middellange termijnobligaties, LU0058246728, **) en KBC Renta Decarenta (obligaties in Deense kroon, LU0058484667, **). Dat is een nadeel tegenover de concurrentie.

KBC RENTA SWISSRENTA DISTRIBUTIE (vet) EN KAPITALISATIE

Beide fondsen worden identiek beheerd maar dat zou u op het eerste gezicht niet denken. Het fonds in het vet keert elk jaar een brutodividend uit, waardoor de inventariswaarde daalt.

VERGETEN TE INNEN?
· Soms valt het voor dat een dividend niet geïnd wordt. Dat kan gebeuren bij deelbewijzen aan toonder. Weet dat u in dat geval vijf tot tien jaar de tijd hebt om, al naargelang het fonds, dat alsnog te doen. Er worden wel geen intresten op betaald.
· Vindt er na die periode geen inning plaats, dan komen de niet-opgevraagde dividenden ten goede van het fonds. Ondertussen worden ze wel ter beschikking gehouden van de begunstigde.

Deel dit artikel