Analyse
Lekkere Hollandse maatjes 7 jaar geleden - donderdag 15 april 2010
Ze zijn Hollands en beursgenoteerd. Maar zijn ze ook uw beste maatjes ?

Na de grote opkuisactie van de voorbije jaren noteren er nog altijd ruim 180 Nederlandse fondsen op Euronext. In dat aanbod steken een paar stevige koopkandidaten. Enkele weetjes op een rij...

NEDERLANDSE TRADITIE
· Terwijl beursgenoteerde beleggingsfondsen van Belgische makelij voer zijn voor de geschiedenisboeken, kan hetzelfde niet gezegd van de Nederlandse fondsen. Die zijn nog altijd goed vertegenwoordigd op Euronext. Dat is ook niet verwonderlijk. Tot voor enkele jaren was een beursnotering bij onze noorderburen nog verplicht. Sinds dat niet meer het geval is, vreesden sommige analisten voor een beursexodus, maar die is er nooit gekomen. Door hun beursnotering spreken de fondsen immers een breed publiek aan zonder dat ze een beroep hoeven te doen op de – voor hen – dure distributieakkoorden met aanbieders van fondsen zoals BinckBank, Deutsche Bank of Keytrade Bank.
· Vandaag prijken ruim 180 Nederlandse fondsen op Euronext. In de grafiek hebben we ze onderverdeeld volgens portefeuille-spreiding. Zo bestaat het aanbod vooral uit aandelenfondsen, gevolgd door gemengde fondsen (= aandelen én obligaties) en obligatiefondsen. Aan keuze alvast geen gebrek.

WAARIN BELEGGEN NEDERLANDSE FONDSEN OP EURONEXT?

GOED OM TE WETEN
· Door hun beursnotering koopt u de fondsen op dezelfde manier als aandelen. U betaalt dan ook een makelaarsloon dat gelijk is aan de tarieven die uw financiële tussenpersoon u vraagt voor een aandelentransactie op Euronext.
· U betaalt een beurstaks van 0,5 % bij zowel aankoop als verkoop van Nederlandse fondsen van het kapitalisatietype. Slechts 10 % van het aanbod valt hieronder. Op de fondsen die hun dividenden uitkeren, is een beurstaks van 0,07 % van toepassing.
· Die dividenduitkering is trouwens een belangrijke reden waarom Nederlanders sinds jaar en dag fan zijn van die fondsen. De beursgenoteerde portefeuilles houden er historisch immers een hoog dividendrendement op na. Zo werd er vorig jaar gemiddeld maar liefst 4,7 % dividend uitgekeerd door de obligatiefondsen. Dat is in het huidige renteklimaat bijzonder hoog. De reden is dat fondsen zoals Dresdner VPV Income Fund (zowat 20 % dividendrendement) en ING Hoog Dividend Obligatie Fonds (zowat 8 %) bijzonder vrijgevig voor de dag kwamen.
De aandelenfondsen keerden er gemiddeld een correcte 2,7 % uit.
Behoudens enkele uitzonderingen vonden alle uitkeringen slechts eenmaal per jaar plaats.
· Op fiscaal vlak heeft dat gevolgen. Het dividend wordt immers dubbel belast. Naast de Nederlandse roerende voorheffing (15 %) roomt ook de Belgische staat een deel af (25 %). Meer dan een derde van het dividend gaat dan ook in rook op. Had u vorig jaar een obligatiefonds in portefeuille dan zag u – gemiddeld gezien – 1,7 % rendement vervliegen. Dat is in dit geval een rendementshandicap van 0,5 % of 1 % tegenover een niet-beursgenoteerd fonds dat zijn dividenden uitkeert en enkel de Belgische voorheffing (15 % of 25 %) aanrekent.
· Dat nadeel wordt wel deels gecompenseerd door het feit dat 80 % van de Nederlandse fondsen die vooral beleggen in vastrentende waarden niet over een Europees paspoort beschikken. Dat betekent dat ze niet vallen onder de Belgische meerwaardebelasting bij verkoop.

ONZE TABELKEUZES
· In de tabel "beursgenoteerde fondsen" vindt u een uitgekiende selectie van Nederlandse fondsen die noteren op Euronext Amsterdam. De enige uitzondering is Placeuro Gold Mines, een dynamisch beheerd goudmijnaandelenfonds dat noteert op Euronext Brussel. Omwille van zijn beursgenoteerde karakter krijgt het fonds ook hier een plaats.
· De tabelkeuze is gebaseerd op meerdere criteria:
Beheer. Stuk voor stuk behoren ze tot de beter beheerde fondsen binnen hun categorie op het vlak van behaald rendement, risicoblootstelling en consistentie in de prestaties.
Fiscaliteit. We hebben een voorkeur voor fondsen die niet vallen onder de meerwaardebelasting bij verkoop. Ook de fondsen die hun dividenden kapitaliseren of die de dividenduitkering beperken, hebben een streepje voor.
Categorie. De fondsen uit categorieën waarvoor we positief zijn, krijgen voorrang. Zo nemen we het uitstekend beheerde Kempen Oranje Fonds (ticker: KORAF) niet op in de tabel omdat het fonds uitsluitend in Nederlandse aandelen belegt en daar zijn we geen koper van.
· Enkel indien we tevreden zijn met het totaalplaatje komt een fonds in aanmerking voor een aankoop. Daarbij wordt steeds een afweging gemaakt ten opzichte van klassieke niet-beursgenoteerde beleggingsfondsen en van beursgenoteerde trackers. Komt het beursgenoteerde fonds in die vergelijking als overwinnaar uit de bus, dan komt het in de tabel in de rubriek "beursgenoteerde fondsen" in kleur te staan. Zo raden we Columbia Securities (COLUM, NL0000440709) aan. Het fonds belegt in een categorie die we aankopen, namelijk Amerikaanse aandelen. De historische risicogewogen prestaties zijn uitstekend, we kunnen ons vinden in de portefeuillekeuzes en het dividendrendement is laag genoeg om het niet als een handicap te beschouwen.

ING VERSUS … ING
Bent u op zoek naar een goed beheerd fonds in wereldwijde aandelen ? Dan kunnen we u van harte ING Global Opportunities aanraden. Omdat het hier een beursgenoteerd fonds betreft dat noteert op Euronext (beursticker: INGGO, ISIN: NL0009265404), is het bij de meeste brokers probleemloos verkrijgbaar.

SPRAAKVERWARRING
· Maar opgelet. De marketingjongens bij ING zijn zo slim geweest om een Luxemburgs fonds in het leven te roepen met min of meer dezelfde naam, ING (L) Invest Global Opportunities (LU0250158358). En wat blijkt nu? Wenst u het beursgenoteerde Nederlandse ING-fonds te kopen, dan krijgt u in de praktijk vaak het niet-beursgenoteerde Luxemburgse fonds voorgeschoteld bij uw financiële tussenpersoon. Dat fonds staat immers in alle databanken en vaak wordt er gewoonweg niet gedacht aan de Nederlandse variant. Dat misverstand gebeurt steevast wanneer de klant schermt met enkel de fondsennaam en niet met de bijbehorende ISIN-code.
· De hamvraag is nu: is het Luxemburgse fonds slechter dan het Nederlandse? Absoluut. Beide fondsen hebben dezelfde beheerders en volgen dezelfde strategie. Tot zover geen probleem dus. Het schoentje knelt echter op het vlak van de kostenstructuur. ING (L) Global Opportunities heeft een hoger beheerloon (1,5 % versus 1,2 %) en hogere totale kosten (1,9 % versus 1,3 %). Daarnaast zijn ook de aankoopkosten van het fonds (3 %) hoger dan bij ING Global Opportunities (makelaarsloon).

ING GLOBAL OPPORTUNITIES (vet) EN ING (L) GLOBAL OPP. (basis 100)

De lagere kosten spelen op termijn in het voordeel van het beursgenoteerde fonds (vet). Gebruik de ISIN-code om het juiste product vast te krijgen.

Deel dit artikel