Analyse
De maand in beeld 7 jaar geleden - donderdag 15 april 2010
Met z'n allen aan de feestdis.

Van maartse grillen was er absoluut geen sprake op de aandelenmarkten. Alle aandelencategorieën uit onze tabellen klommen hoger. En ook de obligatiefondsen trokken aardig hun streng. Met dank alweer aan de zwakke euro, die nog steeds gebukt gaat onder de perikelen van Griekenland en consorten.

PUIKE AANDELENMAAND
· Vorige maand was beleggen in aandelen kinderspel. We zochten maar vonden geen enkele beurs die in de rode cijfers eindigde. Zelfs de beurs van Athene, in bijzonder slechte doen de voorbije maanden, kon voor de verandering nog eens terrein winnen (+7,7 %). De problemen van de Helleense Republiek speelden zich vorige maand dan ook louter af op obligatievlak (zie verder).
· De vraag is nu of het beursherstel de voorbode is van een duurzame stijging of we daarentegen veeleer nieuwe correcties tegemoet gaan. Wij doen echter niet aan markttiming en behoren tot het kamp van de optimisten. Zonder weliswaar zotte dingen te doen. De rente blijft laag en tal van economische indicatoren zien er positief uit waardoor er nog voldoende zuurstof is voor de beurzen om hoger te klimmen. Daarbij mikken we op beleggingen in landen waar een economisch gunstige wind waait (zoals China, India en Brazilië, maar ook Australië en Canada), of kiezen we voor sectoren met een defensief karakter (zoals de farma- en nutssector) waarbij de mooie aandelen en de relatief stabiele bedrijfsresultaten voor weinig verrassingen zorgen.

De beurzen in maart 2010

Beurs

Evolutie (1) op

1 m.

12 m.

Amsterdam (AEX)

8.3%

58.6%

Athene (ATHEX 20)

7.7%

21.1%

Brussel (BEL 20)

5.3%

51.5%

Frankfurt (DAX 30)

9.9%

44.4%

Hongkong (H. SENG)

3.9%

53.2%

Lissabon (PSI 20)

7.2%

31.2%

Londen (FTSE 100)

6.6%

50.2%

Madrid (IBEX 35)

5.2%

39.1%

Milaan (FTSE MIB)

8.5%

43.9%

Nasdaq Composite

8.1%

53.9%

New York (S&P 500)

6.8%

43.8%

Parijs  (CAC 40)

7.2%

41.6%

Stockholm (OMXS 30)

7.4%

76.2%

Sydney (ASX)

8.8%

79.6%

Tokyo (Nikkei 225)

5.1%

41.8%

Toronto (S&P/TSX)

8.8%

68.0%

Zurich (SMI)

5.3%

47.9%

(1) in %, na omzetting in euro, op eind maart 2010.

· We trekken daarbij niet alleen de aandelenkaart. Een echte spreiding in uw portefeuille krijgt u immers wanneer u zowel aandelen als obligaties opneemt. Allebei verdienen ze dan ook hun plek in een goed gespreide portefeuille.

WERELDWIJDE AANDELEN (IN EUR)

In maart werd een vervolg gebreid aan de goede beursprestaties van de voorbije maanden.

LATIJNS-AMERIKAANSE VERDUBBELING
· Het cijfer was te opvallend om te negeren. Dankzij een winst van zowat 8 % in maart boekten de fondsen in Latijns-Amerikaanse aandelen een gemiddeld jaarrendement van… 100 %, met andere woorden… maal twee. En die prestatie is nog niet eens goed voor een plaats in de top vijf van beste jaarprestaties.
Maandtopper was ING (L) Invest Latin America (+8,3 %, *, niet kopen), dat vooral mikt op Braziliaanse aandelen (zowat 2/3 van de portefeuille) en dus kon profiteren van de goede vorm van de brede beurs van São Paulo (+8,2 %). Met dank grotendeels aan het geprivatiseerde staalbedrijf Companhia Siderúrgica Nacional (+23,3 %) en mijnbouwer Vale (+15,8 %).
· De sterke prestaties van de fondsen uit deze categorie zijn te danken aan meerdere factoren. Uiteraard was er het dal waarin de lokale beurzen sukkelden tijdens de financiële crisis (zie grafiek). Weinigen hadden echter gerekend op zo’n sterke remonte. Die is te danken aan de binnenlandse dynamiek, veelal gedreven door goedkoop krediet en overheidsmaatregelen, waardoor het effect van de verminderde activiteiten met de buitenlandse handelspartners kon worden geminimaliseerd. Ook het verhaal van Brazilië is daar een voorbeeld van (zie "Samba voor gevorderden"). Met dank aan China ook dat aan de grondstoffenboom bleef schudden en in feite een markt op zich heeft geschapen. Grondstofrijke landen vaarden er wel bij. De sterke vorm van de lokale economieën hadden daarnaast een leuk neveneffect voor de buitenlandse beleggers. Het feit dat de regio als een van de eerste terug aanknoopte met groei lokte heel wat investeerders en beleggers waardoor de lokale munten fors konden aandikken t.o.v. de euro. Dat vergrootte uiteraard de winsten voor de beleggers in onze munt. Zo dikte de Braziliaanse real over de laatste twaalf maanden al bijna 27 % aan.
· Een klassiek beheerd fonds in Latijns-Amerikaanse aandelen belegt het gros van zijn portefeuille in Braziliaanse aandelen (50 %-60 %). Op de tweede plaats komen beleggingen in Mexico (zowat 20 %-30 %) en de snippers worden verdeeld over Argentinië en – steeds meer – de interessante beurs van Chili. Wij zijn echter geen koper van zo’n regiofonds. De Mexicaanse beurs en economie zijn immers te gevoelig voor het wel en wee van de grote Amerikaanse broer. En ook Argentinië kampt met te veel interne problemen om te bekoren. Dynamische beleggers mikken o.i. beter op Braziliaanse aandelen (zie "Samba voor gevorderden").

LAT.-AMERIKAANSE BEURZEN (vet) & WERELDWIJDE BEURS (basis 100)

De huidige rally bij de Latijns-Amerikaanse aandelen is nog spectaculairder dan de val die eraan voorafging. Wees selectief in uw beleggingen en mik op Braziliaanse aandelen.

INDIA BOVEN
· Vorige maand maakten fondsen in Indiase aandelen hun intrede in onze portefeuilles en ze gaven al direct hun visitekaartje af. Gemiddeld stegen ze met 9,9 %, in lijn met de brede Indiase beurs, en daarmee deed de categorie het beter dan het gemiddelde Aziatische aandelenfonds. Franklin India A EUR (o.a. te koop bij Deutsche Bank, LU0231205187, kopen) won 10 % en dankte dat vooral aan de prestaties van de belangrijke bankaandelen in de portefeuille: ICICI Bank (+13,2 %) en HDFC Bank (+17,4 %).
· Het succes van Indiase aandelen in maart kwam er niet zomaar. Eind februari stelde de minister van financiën het nieuwe, en door de beurzen fel gesmaakte overheidsbudget voor. De beleggers geloven duidelijk in het voorgestelde plaatje van gezondere financiën en een groeipotentieel richting 10 %. Opvallend is de interesse van buitenlandse beleggers (zoals pensioenfondsen) en investeerders in het land. Met dank aan een sterke regering die een economisch liberalere koers vaart dan de voorbije jaren.
· De Indiase economie groeit stevig en de beurs heeft nog potentieel. Beleggers met een langetermijnhorizon die niet bang zijn van een schommelende belegging mogen nog steeds hun blik richting Bombay wenden. Kies voor het Franklin-fonds.

FRANKLIN INDIA A EUR (vet) EN INDIASE BEURS (basis 100)

Kies voor het uitstekende fonds van Franklin Templeton om in India te beleggen.

Amundi

Eind 2009 sloegen de vermogensbeheerderstakken van Crédit Agricole en Société Générale de handen in elkaar en werden ze Amundi. In eerste instantie zal er daarbij niets wijzigen aan het fondsenaanbod, behalve dan de naamgeving van de fondsen. Bent u in het bezit van een CAAM-fonds dan gaat dat voortaan door het leven als een Amundi-fonds. Hetzelfde lot ondergingen de beursgenoteerde trackers. In februari werden de producten van CASAM ETF omgedoopt tot Amundi ETF. Daarbij werd er niet aan de portefeuilles of aan de kostenstructuur getornd.

OOST WEST THUIS BEST?
· Fondsen in Belgische aandelen boekten in maart een vooruitgang van 6 %. Lang niet slecht, maar toch bengelden ze met die prestatie achteraan het peloton. ING B Invest Belgium (*, niet kopen, +5 %) en tweelingbroer ING Life Belgium Equity (verzekeringsfonds, *, nog veel minder kopen, +4,9 %) waren de kneusjes. Beide beleggingen mikken resoluut op bierbrouwer Anheuser-Busch InBev (+1,5 %, verkopen) en grootgrutter Colruyt (-0,7 %, verkopen), en die namen in maart eventjes gas terug. Een opvallende prestatie was weggelegd voor ons favoriete fonds in deze categorie, Hermes Belgian Growth (Bank Delen, BE0172066855, ****, +8,5 %, kopen). Opvallend, want het fonds belegt bijna niet in de in maart sterk presterende bankaandelen. De grootste aandelen in de portefeuille, plantageholding Sipef (+14,3 %), bouwgroep CFE (+16,1 %, houden) en Lotus Bakeries (+9,7 %) trokken evenwel allemaal zeer goed hun streng.
· Belgische aandelen zijn alleen nog bestemd voor dynamische beleggers met een vrije lange horizon. Zij mogen tot 5 % van hun portefeuille in deze post beleggen en kiezen best voor het sterk beheerde Hermes-fonds.

HERMES BELGIAN GROWTH (vet) EN BELGISCHE BEURS (basis 100)

Met het fonds van Bank Delen haalt u een uistekend beheerd fonds in Belgische aandelen in huis dat geregeld beter doet dan de brede marktindex.

TECHNOLOGIE IN DE LIFT
· In maart stond er op sectoraal vlak geen maat op de aandelen uit de technologiesector. Gemiddeld gingen de gespecialiseerde fondsen 9,3 % hoger. Het waren wel de fondsen die uitsluitend mikken op technologiewaarden van Europese bodem die het best presteerden (+11,5 %). Zij gaven de fondsen die wereldwijd (lees: vooral in Amerika) beleggen het nakijken, ondanks het feit dat die laatste konden profiteren van een positief wisselkoerseffect. KBC Equity Euro Technology (*, +11,7 %, verkopen) ging als eerste over de streep dankzij de Finse wereldleider voor telecomapparatuur Nokia (+16,5 %, verkopen) en de Nederlandse halfgeleiderfabrikant ASML Holding (+18,4 %, verkopen).
· De technologiesector is terug van weggeweest en ontpopt zich tot een van de best presterende sectoren van het voorbije jaar. Dat mocht ook wel gezien het lamlendige parcours dat de technologiewaarden te beurt viel sinds het uiteenspatten van de technologiezeepbel (zie grafiek). Rekening houdend met het toch nog altijd hoge risico van de sector kan het verwachte rendement ons evenwel nog steeds niet bekoren en blijven we liever van deze sectorfondsen af.

TECHNOLOGIE-INDEX (vet) EN WERELDINDEX SINDS 1999 (basis 100)

Hoge bomen vangen veel wind en van die vlaag is de technologiesector nog steeds niet hersteld. De sector timmert aan een terugkeer maar de weg is nog lang. Voorlopig zijn we geen koper.

LANGZAAM MAAR ZEKER

· De fondsen die zich enten op de aandelen uit de farmaceutische industrie toonden zich van hun gematigde kant in maart. Gemiddeld gingen ze 3,9 % hoger. Dexia Equities B Pharma Plus (H, +2,8 %) is een typevoorbeeld van zo’n fonds dat wereldwijd belegt. Enkele Amerikaanse aandelen (goed voor 60 % van de portefeuille) zoals Abbott Laboratories (-2,1 %, beleggers maken zich zorgen over de dalende verkoop van het artritismedicijn Humira, koopwaardig) en Pfizer (-1,4 %, mislukte deal op generische markt, houden) namen gas terug.
· De defensieve farmasector blijft een van onze favoriete sectoren. De goedkeuring eind vorige maand van de hervormingsplannen van de Amerikaanse president Obama, met o.a. een gezondheidsverzekering voor iedereen, werd alvast positief onthaald. De bedrijven uit de sector krijgen er maar liefst 32 miljoen klanten bij. Dat zal waarschijnlijk voor prijsdruk zorgen, maar daartegenover staan hogere omzetten die kunnen worden geboekt.

De sectoren in maart 2010

Sector

Evolutie (1) op

1 m.

12 m.

Europees

Financieel

8.8%

79.2%

Farma

1.7%

32.9%

Telecom

5.7%

28.2%

Technologie

10.1%

54.4%

Consumptie

6.8%

55.2%

Distributie

8.7%

54.9%

Nutssector

6.6%

33.8%

Wereldwijd

Financieel

8.3%

73.8%

Farma

2.6%

29.4%

Telecom

4.5%

25.0%

Technologie

7.7%

59.8%

Consumptie

6.2%

52.4%

Distributie

6.9%

45.8%

Nutssector

4.9%

31.2%

(1) in %, na omzetting in euro, op eind maart 2010.

IN DE BAN VAN DE EURO
· In de loop van april beseften de eurolanden eindelijk dat een akkoord over de Griekse staatsschuld noodzakelijk was en werd er een akkoord over de herfinanciering van de Griekse overheidsschuld gesloten. Maar in maart gooide het stijve Duitse been nog roet in het eten, waardoor de euro het allesbehalve makkelijk had vorige maand. Zo besliste de Amerikaanse kredietbeoordelaar Fitch dat Portugal minder kredietwaardig is dan eerder werd aangenomen. Het Iberische land dient voortaan dan ook een hogere rente te betalen als het geld wil lenen. Meteen werd gevreesd voor een domino-effect, eerst Griekenland, dan Portugal, en vervolgens misschien Spanje, Ierland en Italië? Dat zorgde voor spanning op de financiële markten, met een dieptepunt voor de euro tot gevolg.
· De een zijn dood is echter de ander zijn brood, en de zwakke vorm van de euro was, nog maar eens, de reddingsboei van enkele obligatiefondsen in vreemde munten. Zo zorgden stijgende obligatierentes voor druk op de portefeuilles van fondsen die beleggen in obligaties in Amerikaanse, Canadese en Australische dollar. In lokale munt gingen die fondsen dan ook achteruit, maar dat verlies werd meer dan gecompenseerd door de mooie prestatie van respectievelijk de greenback (+0,9 % in euro), de loonie (+5,1 %) en de aussie (+3,4 %). Resultaat: ook deze fondsen boekten positieve rendementen na omzetting in euro.
· Dankzij de goede vorm van de eigen grondstofmunt ontpopten de fondsen in Canadese obligaties zich tot grote winnaars (+4,2 %) in obligatiefondsenland. De Canadese dollar is niet langer sterk ondergewaardeerd tegenover de euro maar kan wel terugvallen op een economisch-financiële basis (lees: een bescheiden staatsschuld) waar we in de eurozone alleen maar van kunnen dromen. Daarnaast is ook de kleine meerrente die deze obligaties bieden tegenover soortgenoten in euro mooi meegenomen. ING (L) Renta Fund II CAD (**, +3,9 %) en KBC Renta Canarenta (**, +4,3 %) zijn onze favorieten in deze categorie en mogen dan ook nog steeds gekocht worden.

De munten in maart 2010

ISO
Code

Koers (1)
(in euro)

Evolutie (2) op

Persp. (3)

1 m.

1 j.

1 j.

LT

DKK

0,1343

0.0%

0.1%

=

=

SEK

0,1027

-0.3%

12.7%

+

++

NOK

0,1245

0.4%

11.6%

=

-

CHF

0,7021

2.8%

6.0%

=

++

GBP

1,1210

0.5%

3.8%

-

++

USD

0,7390

0.9%

-1.9%

=

++

CAD

0,7284

5.1%

21.7%

=

+

AUD

0,6783

3.4%

29.7%

=

--

NZD

0,5244

2.5%

22.0%

=

--

JPY

0,7909

-4.1%

3.7%

=

++

Cijfers steeds eind maart 2010; (1) bv. 1 USD = 0,7390 euro, 100 JPY = 0,7909 euro; (2) in %, t.o.v. de euro; (3) verwachte muntevolutie op 1 jaar en op lange termijn.

Deel dit artikel