Analyse
Zoek de tien verschillen 7 jaar geleden - donderdag 11 maart 2010
Hoe verhouden de trackers zich tegenover klassieke beleggingsfondsen op tien punten?

Klassieke beleggingsfondsen en beursgenoteerde trackers hebben heel wat met elkaar gemeen. Toch zijn beide financiële producten ook voldoende verschillend. We vergelijken ze op tien belangrijke punten.

Beursgenoteerde trackers – exchange traded funds of ETF’s genoemd – worden steeds belangrijker in de portefeuilles van zowel de professionele als de amateur-belegger. Dat is logisch: ze zijn gemakkelijk te verhandelen, transparant en beschikken over voldoende troeven om zich op te werpen als waardige alternatieven voor de klassieke beleggingsfondsen. Toch zijn beide producten niet hetzelfde. We vergelijken de typische tracker met het typische fonds op het vlak van tien punten.

1. Gespreide belegging. In beide gevallen heeft de particuliere belegger de mogelijkheid om indirect in een mandje aandelen of een pakket obligaties te beleggen en zo voor relatief weinig geld een gespreide belegging op de kop te tikken.

2. Portefeuille. Met een fonds kiezen de beheerders voor een bepaald beleggingsbeleid en stellen ze daarvoor een portefeuille samen die al naargelang het geval bestaat uit aandelen of obligaties, of een combinatie van beide. Bepaalde fondsen zijn uitdrukkelijk aan een index gelinkt, de andere inspireren er zich in zekere zin op.
Bij trackers bouwen de beheerders een portefeuille op met precies dezelfde samenstelling als de index die ze hebben gekozen te volgen (‘track’ in het Engels).

3. Beheer. Fondsen worden meestal actief beheerd: de beheerders gaan op zoek naar de volgens hen betere beleggingen binnen de strategie die ze hebben uitgestippeld. Ze zijn uit op koopjes, want het is hun natte droom om de index te kloppen die hun referentie vormt. Sommige beheerders slagen daar in, andere maken veel foute keuzes. Dat verklaart de soms grote verschillen in rendement tussen de fondsen in eenzelfde categorie. Sla er de returns uit de grote tabellen vanaf p. 11 maar op na. Tal van fondsen scoren ondermaats als u hun prestaties over een zekere periode bekijkt (ten minste vijf jaar).
Bij trackers hebben de beheerders het heel wat makkelijker. Zij kopiëren alleen een bepaalde index en laten alles zijn gang gaan. Ze moeten er alleen op letten om hun portefeuille aan te passen wanneer de indexsamenstelling wordt gewijzigd of wanneer er dividenden worden uitgekeerd. Als belegger hangt u hier niet af van beheerskwaliteiten, het rendement zal per definitie volgen in het zog van de index.

4. Aantal. Alleen in België al zijn er duizenden fondsen te koop, met bijna onbeperkte mogelijkheden qua beleggingen.
Het aanbod trackers groeit gestaag maar is veel kleiner. Toch worden er al meer dan 400 verhandeld op de belangrijkste Europese markt voor trackers: NYSE Euronext. Via een tiental uitgevers kunt u nu al mikken op meer dan 200 verschillende indexen. Zowat zeven op de tien trackers zijn daarbij gericht op aandelen. Maar de keuze wordt almaar ruimer: er zijn bijvoorbeeld al een 70-tal trackers in obligaties beschikbaar.
Opvallend is dat eind januari het aantal trackers in Europa (900) groter was dan in de Verenigde Staten (800).

5. Verhandelbaarheid. Fondsen zijn niet beursgenoteerd. Daardoor kunt u ze alleen kopen bij financiële tussenpersonen die ze officieel verhandelen of die bereid zijn om dat te doen. Ze worden slechts één keer per dag verhandeld.
Trackers zijn beursgenoteerd. U kunt in principe bij gelijk welke financiële tussenpersoon een beursorder geven, net als voor de rechtstreekse aankoop van aandelen. Ze kunnen ook de hele handelsdag door worden verhandeld.

6. Prijsbepaling. Bij fondsen kent u de prijs waartegen u koopt of verkoopt niet op voorhand. U verhandelt immers altijd tegen de eerstvolgende inventariswaarde, en die is per definitie nog niet gekend op het moment van de transactie. Hij wordt – in de meeste gevallen – één keer per dag berekend, nadat alle aan- en verkooporders zijn geregistreerd. Men neemt daarvoor het totale bedrag aan activa dat het fonds beheert, min de beheerskosten, en deelt dat door het aantal deelbewijzen in omloop.
Bij trackers weet u meteen tegen welke prijs u koopt of verkoopt. U kunt daarbij een limiet instellen en zelf bepalen hoeveel u maximaal wilt betalen (bij aankoop) of wilt krijgen (bij verkoop). De beurskoers zal onder meer afhangen van vraag en aanbod. Professionele handelaars zorgen bovendien ervoor dat de beurskoers in de praktijk uiteindelijk vaak neerkomt op een fractie van de index die wordt gevolgd. Nemen we het voorbeeld van Lyxor CAC 40, de oudste tracker op Euronext. Eind februari bedroeg de beurskoers 37,32 euro. Dat was ongeveer 1/100 van de CAC 40, de onderliggende Franse beursindex die de grootste beursgenoteerde Franse aandelen groepeert, want die eindigde die dag op 3.709 punten.

7. Beheerskosten. Fondsen worden actief beheerd en daarom liggen de jaarlijkse beheerskosten vaak behoorlijk hoog.
Bij trackers is het beheer eenvoudiger en verandert de portefeuille minder vaak van samenstelling. Daardoor kunnen de beheerskosten gemakkelijk lager worden gehouden. Dat zien we – gelukkig – ook in de praktijk. De beheerlonen van een tracker liggen lager dan die van een soortgelijk fonds.

8. In- en uitstapkosten. De meeste financiële tussenpersonen rekenen klassieke instapkosten aan als u bij hen een fonds aankoopt. Die vreten veelal enkele percenten van uw beginkapitaal op. Daarom is het belangrijk te weten dat u bij de internetmakelaars BinckBank (9,9 euro bij instap en uitstap), Keytrade Bank (9,95 euro bij instap) en Fortuneo (gratis) weinig tot geen kosten betaalt. Ook bij Deutsche Bank kunt u honderden fondsen … gratis aanschaffen. Tel uw winsten uit. De fondsenverkoop gebeurt in de meeste gevallen zonder uitstapkosten.
Bij trackers is er geen enkele in- of uitstapkosten van doen.

9. Transactiekosten. Aangezien alleen trackers, in tegenstelling tot fondsen, beursgenoteerd zijn, moet u zowel bij de aankoop als bij de verkoop makelaarsloon betalen. Dat loon is afhankelijk van uw tussenpersoon. Reken gemiddeld op enkele euro’s tot 1 %, maar het kan dus ook (veel) meer zijn. Vergelijken is ook hier de boodschap.

10. Dividend. Wat het dividend betreft dat u van een fonds opstrijkt, kunt u meestal kiezen of u kapitaliserende deelbewijzen wenst, dat wil zeggen waarbij het dividend telkens wordt herbelegd, of uitkerende deelbewijzen, waarbij het dividend (meestal) jaarlijks wordt uitgekeerd.
Bij trackers hebt u die keuze niet. Ofwel keert een tracker een dividend uit, ofwel niet. Het eerste komt nog steeds het vaakst voor, en de uitkering kan om de maand plaatsvinden, of om de 3, 6 of 12 maanden.
Omdat alle trackers de buitenlandse nationaliteit hebben, betaalt u op het dividend vaak een dubbele roerende voorheffing. Hoeveel procent de Belgische roerende voorheffing bedraagt (15 % of 25 %) zal afhangen van het statuut van de tracker en vindt u terug in de onderstaande tabel in de voorlaatste kolom. Is de tracker van het kapitalisatietype dan ziet u dat aan de aanduiding ‘(KAP)’ naast de naam van het product.

KLASSIEKE FONDSEN VERSUS TRACKERS IN 10 PUNTEN

 

Kenmerk

Klassiek fonds

Tracker

  1

gespreide belegging

ja

ja

  2

beleggingsportefeuille

geïnspireerd op een index

kopie van een index

  3

beheer

(meestal) actief

passief

  4

aantal

duizenden in België alleen

ruim 400 op NYSE Euronext, zowat 2000 wereldwijd

  5

verhandelbaarheid

buitenbeurs, één keer per dag

op de beurs, de hele dag door

  6

prijsbepaling

één keer per dag

volgens vraag en aanbod, maar gecontroleerd

  7

beheerskosten

ja

ja, maar (meestal) lager

  8

in- en uitstapkosten

ja

neen

  9

makelaarsloon

neen

ja

10

dividend

beide

of het een of het ander

Deel dit artikel